Terug naar overzicht
Catrinus Jepma
29 juli 2013

Jepma: “Anders kijken naar de opslag en vastlegging van CO2”

Energieprofessor Catrinus Jepma: "Over CO2-opslag en -verwerking moet weer als oplossing gesproken worden"

CO2-benutting en -opslag (in Engelstalig jargon: CCS en CCU) is onontkoombaar, zo niet onmisbaar voor de oplossing van het klimaatprobleem. Ik zeg dit vanuit het besef dat de kern van het oplossen van het klimaatprobleem niet is om over te schakelen op hernieuwbare energie, want dat gebeurt vroeg of laat toch wel, maar om dit proces significant te versnellen. Klimaatbeleid is dus eigenlijk niet meer dan tijd winnen in een sowieso logisch transitieproces. Ik benadruk even dit tijdsaspect omdat het impliceert dat ook oplossingen zoals CCS/CCU, zelfs als deze door een begrensde opslagcapaciteit maar een aantal decennia grootschalig vol te houden zijn, uiteindelijk toch het strategische verschil kunnen maken.

 

Toegegeven, theoretisch kunnen welke klimaatdoelen dan ook zonder CCS worden bereikt, maar dan wordt dat zoveel duurder dat de kans op maatschappelijke acceptatie diep wegzinkt.

 

Minder dan tien jaar geleden heerste er groot optimisme over CCS als belangrijke techniek om ‘klappen te maken'. Ook de milieubeweging erkende dat CCS onontkoombaar was als onderdeel van het totale pakket aan maatregelen. Om de technologie tot wasdom te brengen, zette de Europese Commissie vijf jaar geleden enkele miljarden in voor steun voor een tien- tot twaalftal Europese demonstratieprojecten. Die hadden er dus nu moeten zijn, maar zijn er niet gekomen. Onze toenmalige regering zette zich er vervolgens voor in om daarvan twee naar ons land te halen (Eemshaven en Rotterdam).

 

Het is dan ook jammer dat sindsdien het dossier zo besmet is geraakt dat het een reële discussie soms in de weg lijkt te staan. Het Nederlandse dieptepunt voor CO2-opslag kwam in 2008, toen ministers Cramer (Milieu) en Van der Hoeven (Economie) hun plannen voor CO2-opslag onder Barendracht moesten intrekken door fel protest van de locale bevolking. Het viel aan hen inderdaad moeilijk uit te leggen waarom het eerste serieuze proefproject in ons land nu juist onder het meest dichtbevolkte gebied moest plaatsvinden. Gegeven de mondigheid van de moderne Nederlander was dat dus, laten we maar zeggen, niet handig. Dat ‘Barendrecht' dus niet doorging was op zich prima, maar niet dat mede daardoor de optie CCS geheel in doodtij kwam te liggen.

 

Wat in de bredere acceptatie van CCS/CCU ook niet hielp, was de recessie. De solvabiliteit van veel Europese energieondernemingen - met name grootschalige stroomproducenten - is de afgelopen vijf jaar aanzienlijk verslechterd. Dus druk van die zijde om door te zetten op deze voor hen kostenverhogende technologie viel niet te verwachten. Integendeel, de publieke bezwaren als argument tot uitstel kwamen niet slecht uit.

 

Tot overmaat van ramp bleek het sinds 2005 geïntroduceerde Europese emissiehandelssysteem een mislukking doordat de straf op de uitstoot van CO2 - en dus de beloning voor bij voorbeeld de introductie van CCS/CCU - die hiervan werd verwacht door de lage allowance prijzen niet van de grond kwam. De Nederlandse casus viel daardoor samen met het begin van een bredere beweging in Europa om CCS op economische gronden eerst maar eens een tijdje links te laten liggen.

 

Maar toch, het geheel blijft vreemd. Als je een techniek wilt ontwikkelen, kun je dat toch ook full speed op andere locaties (bijvoorbeeld offshore) doorzetten? En dan het populaire argument dat CO2-opslag onveilig is. Dat is, zelfs in een dichtbevolkt land als het onze, weinig overtuigend. Nederland staat bol van de activiteiten die veel grotere risico's vormen, het verkeer, chemische processen en -opslag bij bevolkingscentra, de verplaatsingen van brand- en ontplofbare grondstoffen, luchtverkeer en vele anderen.

 

Ook als we alleen kijken naar de gaswereld, is de afwijzende houding richting CO2-opslag moeilijk uit te leggen. CO2 is vergeleken met de meeste andere gassen een ‘uitgebrand' en dus weinig reactief gas. Toch lijkt de vrees voor CO2 vaak groter dan die voor gassen die wel kunnen branden. Waarom zouden we wel aardgas opslaan in oude gasvelden, maar CO2 daarvoor te gevaarlijk vinden? Of kijken we naar gastransport: er lopen - nog los van de LNG-aanlanding - al decennia duizenden pijpleidingen met jaarlijks daardoor miljarden kuubs methaan (en in het Westen des lands waarachtig zelfs met CO2!) op zeer geringe diepte door ons land. Geen bezwaren.

 

Kortom moeten het beeld dat CCS/CCU ‘niet meer bespreekbaar' is en het beeld van CO2 zelf als ‘nutteloos en vervuilend' niet worden gemoderniseerd?

 

In de eerste plaats is er de sterke associatie van CCS als legitimatie van het gebruik van kolen, met als gevolg dat als men kolen niet wil dus CCS ook niet wil. Daarbij wordt vaak vergeten dat CCS een schoonmaaktechniek is die overal waar grote volumes CO2 vrijkomen, kan worden ingezet. Daarbij is het goed mogelijk dat toepassing bij kleinere volumes in de toekomst ook kan. Het gebruik van CCS kan veel breder dan bij kolencentrales alleen: dus ook bij gascentrales, (petro)chemie, staal- of kunstmestproductie. Waarom zouden ook dit soort processen op den duur niet CO2-neutraal hoeven te zijn? Het beeld: CCS als de ‘Andy' voor het grote bedrijfsleven.

 

In de tweede plaats kan CO2 ook letterlijk worden vastgelegd in groen, zoals in onze kassen al gebeurt. Hoeveel CO2 zouden we wel niet in nuttige biomassa kunnen ‘opslaan' als we fotosynthese zouden kunnen nabootsen? CO2 als bouwsteen van en dus opgeslagen in groene chemische producten zou eveneens een volgende stap kunnen zijn. Kortom, naast CCS als opslagtechniek van CO2 zou zich gemakkelijk CCU als alternatief kunnen ontwikkelen. Het beeld: CO2 als bouwstof voor groen.

 

Al met al genoeg nieuwe ontwikkelingen om te stellen de beelden rond CO2 en de opslag ervan moeten worden bijgesteld.

 

Volg ons op Twitter: @energiepodium