Terug naar overzicht
Karel Beckman
28 augustus 2013

"Energieakkoord: met de rug naar de toekomst"

Karel Beckman: "Met dit jaren-vijftigplan ontloopt de regering haar verantwoordelijkheid"

Het "Energieakkoord voor duurzame groei" moet zorgen voor een "toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid". De vraag is, over wiens toekomst hebben we het?

 

Het document, zoals dat door de NOS op internet is gezet, is een staaltje centrale planning waar de Sovjet-Unie jaloers op zou zijn geweest, zij het vervat in het lieve, vrijblijvende consensus-taaltje ("daarbij valt te denken aan", "door in te zetten op", "waar mogelijk zullen", "is in eerste aanleg gekozen voor") dat in ons Polderlandje wordt gesproken. 

 

En wat krijgen we ervoor? In twee woorden: windenergie en bureaucratie. Allebei zaken waar heel weinig toekomst in zit.

 

Maar dat is de onvermijdelijke uitkomst van centrale polderplanning. Je kunt niet van al die belangengroepen verwachten dat ze zich beperken tot het scheppen van heldere randvoorwaarden. Iedereen behartigt de belangen van zijn eigen groep en wil iets voor zichzelf "terugzien" in het resultaat.

 

Dat zou nog tot daar aan toe zijn als dat tot goede keuzes zou leiden, maar dat gebeurt per definitie niet. Geen enkel comité of commissie of regiegroep of vergadering - ook al bestaat hij uit vier tafels met 77 experts - kan weten wat de beste manier is om "de energietransitie" te laten plaatsvinden. Nieuwe ontwikkelingen zijn onvoorspelbaar - die komen vanuit de markt. In de harde wereld van vraag en aanbod wordt bepaald wat werkt, wat efficiënt is, waar vraag naar is, wat de toekomst heeft. Niet aan vergadertafels. 

 

De overheid zou het kader moeten scheppen waarin de markt zijn werk doet. Maar wat doet het Energieakkoord? We gaan om te beginnen Nederland volzetten met windmolens. Op land: 6000 MW. Om weerstand te omzeilen moeten exploitanten van windenergie "draagvlak organiseren". "Daarbij valt te denken aan aandelen, obligaties of andere vormen van mede-eigendom". Dat is leuk voor buurtbewoners wellicht, maar wat als je niet in de buurt woont? Dan profiteer je niet mee, maar moet je wel meebetalen, terwijl je net zo goed last hebt van de visuele vervuiling. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik rijd door het eens zo prachtige Flevoland alleen nog maar met mijn ogen dicht.

 

Hoevéél moet de belangeloze burger meebetalen? Daarover heb ik in deze voorlopige versie van het Energieakkoord niks gevonden. Veel. Eind 2012 stond er 2434 MW aan windvermogen op land en dat kostte alleen al in 2012 €324 miljoen aan subsidie. 

 

Dan op zee: 4500 MW. Dit naast de gigantische offshore windparken die Denemarken, Duitsland, Schotland en Engeland aan het bouwen zijn. Er is vaak nu al teveel windenergie in Noord-Duitsland. Waar moet dat allemaal naartoe straks?

 

De kosten voor dit megalomane project zijn nog onduidelijk. Maar er is wel een slag naar te slaan. Voor het nog te bouwen Gemini-windpark van 600 MW is maximaal €4,2 miljard gereserveerd. Hoeveel hiervan zal worden uitgekeerd is niet zeker: het consortium krijgt minimaal 17 cent per kWh van de Staat minus de groothandels-stroomprijs. Die ligt rond de 5 cent, dus het gaat om ruwweg 12 cent per kWh. Bij een jaarproductie van 2,5 TWh die door Gemini is beloofd, praten we over €300 miljoen per jaar voor 15 jaar. Dat is alleen Gemini.

 

In het Energieakkoord staat dat de kosten van offshore wind uiteindelijk met 40% omlaag moeten. Laten we zeggen dat de subsidie wordt verlaagd naar 7 cent per kWh en dat er zes Gemini's worden bijgebouwd, dan praten we over ruwweg €1 miljard subsidie per jaar, bovenop de huidige wind-op-zee-subsidies, dus in totaal rond €1,5 miljard per jaar. Daar komen dan de netverzwaring en het stopcontact-op-zee bij die Tennet volgens het Energieakkoord mag gaan bouwen. We hebben het dus over zo'n €25 miljard in 15 jaar tijd.

 

Is dit geld goed besteed? Wat de polderaars blijkbaar niet in de gaten hebben gehad (ze kunnen ook niet alles bijhouden) is dat er op dit moment een wereldwijde revolutie in zonne-energie plaatsvindt. Hiervan gaan de kosten écht omlaag. Hierin zit waarschijnlijk écht de toekomst. Zonne-energie wordt vrijwel niet genoemd in het Energieakkoord.

 

De tweede "pijler" onder het Energieakkoord, naast windenergie, vat ik maar even samen als: bureaucratie. 

 

Kijk naar "energiebesparing in de bebouwde omgeving". Cruciaal. Daarvan is afgesproken dat we de doelstellingen gaan halen uit al lang bestaande Europese richtlijnen en Nederlandse convenanten. Gefeliciteerd! Het werd tijd. 

 

Hoe? Door een complete "decentrale" bureacuratie op te tuigen. Decentrale energie door decentrale bureaucratie? Deze vind ik mooi: "Brancheorganisaties en lokale overheden gaan een integrale oplossing voor ontzorging" aanbieden in "samenwerking met consumentenorganisaties". Dit zogenaamd omdat particuliere woningeigenaren "de markt voor energiebesparing als onoverzichtelijk en ingewikkeld" ervaren.

 

Ja, dus gaan we het nóg onoverzichtelijker en ingewikkelder maken. Ik zie Stadsdeel Amsterdam-Noord, waar ik woon, al aankomen met "een integrale oplossing voor ontzorging" - samen met Energie Nederland, Bouwend Nederland, UNETO-VNI en de Consumentenbond. Dank u, ik zorg liever voor mezelf.

 

Natuurlijk worden er banen beloofd, 15.000 stuks. Maar wat is het effect van het Energieakkoord op de netto werkgelegenheid? "Banen scheppen" kan iedereen. Sowieso zal er aan bureaucratische banen geen gebrek zijn. Kwartiermakers, schakelgroepen, verzwaring van "topsectoren", de SER een permanente commissie erbij, diverse "onafhankelijke" expertisecentra, ga zo maar door. (Hebben de Nederlandse industrie en agro-sector werkelijk een "onafhankelijk expertisecentrum" nodig om vast te stellen welke maatregelen ze kunnen nemen "op het terrein van energie-efficiëntie"? Dan vrees ik het ergste voor onze concurrentiepositie.)

 

Echte banen moeten komen uit een echt nieuwe energie-economie. Silicon Valley, weet u wel, slim, maar dan op energiegebied. Maar dit toekomstperspectief ontbreekt in het akkoord. Oh, wacht, vanaf 2017 wordt maar liefst €50 miljoen per jaar beschikbaar gesteld aan de financiering van cleantech startups! En deze fooi wordt ook nog eens weggehaald bij de Energie-Investeringsaftrek. Hiermee zou Nederland in de wereldwijde top-10 van de "mondiale CleanTech-rangorde" moeten komen.

 

Over smart grids en slimme meters sowieso bijna geen woord in het Akkoord. De netwerkbedrijven mogen blijkbaar vrolijk doorgaan met het "uitrollen" van hun slimme meter, zonder dat er hierbij ook maar iets van een innovatieve markt ontstaat. Toevallig moest bij mij thuis onlangs de meter worden vervangen en het netwerkbedrijf heeft er inderdaad snel even een "slimme meter" ingejast. Wat ik ermee kan? Geen idee.

 

Ondertussen worden, zoals dat in een polderiaans akkoord te verwachten valt, kool en geit gespaard. Er worden vijf oude kolencentrales gesloten - maar dat er momenteel 5000 MW aan kolencentrales wordt bijgebouwd in Nederland wordt niet vermeld. Die kunnen straks wel gebruik maken van de vrijstelling van kolenbelasting die in het Energieakkoord wordt beloofd en die voor 50% door burgers en voor 50% door bedrijven moet worden opgehoest. (En wat betekent dit voor de schonere gascentrales?)

 

Met het Energieakkoord ontloopt de regering haar verantwoordelijkheid. De regering moet regeren. Heldere randvoorwaarden scheppen en zorgen dat de markt zijn werk doet. Zorgen voor een goede CO2-prijs bijvoorbeeld, en dat niet afschuiven op de EU, zoals in het Energieakkoord gebeurt. Verplichte efficiëntie-normen instellen. Zorgen dat de infrastructuur op orde is en de bureaucratie wordt opgeruimd in plaats van opgetuigd. Eventueel bijdragen aan de financiering van R&D en cleanteach start-ups, maar dan meer dan een kiezelsteentje.

 

Eigenlijk mis ik nog één ding in dit Vijftigjarenplan (of moet ik zeggen: Jaren Vijftig Plan?). Waarom hebben de onderhandelaars niet afgsproken dat er een Energie Tsaar wordt aangesteld? Dat zou pas echt vertrouwen geven voor de toekomst.

 

Karel Beckman is hoofdredacteur en mede-oprichter van de onafhankelijke website Energy Post.eu. Daarvoor was hij vijf jaar hoofdredacteur van European Energy Review en zes jaar energie-redacteur bij het Financieele Dagblad.