Terug naar overzicht

25 november 2013

“Geef omwonenden keuze waar windmolens geplaatst worden”

Landschapsarchitect Sören Schöbel in München: "Windmolens en zonnepanelen kunnen omgeving verfraaien"

Op tal van plaatsen in Nederland wordt geprotesteerd tegen de plaatsing van nieuwe windmolens. In Duitsland is het niet anders. Of deze turbines, biogasinstallaties (met bijbehorende maïsvelden) en zonnecellen als optische stoorfactor worden gezien, is maar deels afhankelijk van iemands eigen houding ten opzichte van hernieuwbare energie. Volgens Prof. Sören Schöbel, als landschapsarchitect verbonden aan de Technische Universiteit München, bestaat er ook zoiets als een collectieve voorstelling van mooie streken. Windmolens kunnen daar goed in passen. "Wanneer ze met de rest van hun omgeving een verbinding aangaan, natuurlijke grenzen markeren, is het zelfs mogelijk dat ze het landschap verfraaien."

Zuid-Duitsers voelen zich verbonden met de bergen, de noorderlingen houden net als Nederlanders van het platteland en de zee. Waar we vandaan komen, wat we kennen, bepaalt mede hoe we landschappen beoordelen. "Toch is ook de voor ons vertrouwde omgeving door de eeuwen heen aan de tijdgeest aangepast", weet Schöbel. "De industriële revolutie, de opkomst van fossiele energieopwekking, de aanleg van auto- en spoorwegen, het is allemaal niet spoorloos en vaak ook niet geruisloos aan ons voorbijgegaan. Ondanks dat we ons aan snelwegen en aan bestaande telefoon- en elektriciteitsmasten gewend schijnen te hebben, moeten planners en architecten in het landschap ingrijpen."

 

"Vergeleken met eerdere technische ontwikkelingen in de afgelopen eeuwen, is de ombouw naar een hernieuwbare energieverzorging een kleine chirurgische ingreep", vindt Schöbel. "De landschappen zelf en de manier waarop ze gebruikt worden, veranderen niet meer, wel hun esthetische eigenschappen. Met studenten bezoek ik soms de bruinkoolgebieden in Noordrijn-Westfalen. Daar zien ze dat de dagbouw landstreken veranderden, hele groepen mensen moesten verhuizen. Wanneer windmolens in een weide worden geplaatst, blijft het gebruik van die wei intact."

“Windmolens in een lange rij met een natuurlijke verbinding met de horizon kunnen een veel mooier beeld opleveren dan wanneer ze lukraak bij elkaar staan”

"Het gaat bij hernieuwbare energieopwekking niet zozeer om architectuur en design, maar vooral om de inpassing in het landschap", geeft Schöbel aan. Originele voorbeelden van een boomvormige windmolen of een elektriciteitsmast in de vorm van een mens zijn minder aan hem besteed. "De techniek mag niet opdringerig zijn, maar moet passen bij het bestaande landschapskarakter. Hoe en waar ze wordt neergezet, hangt natuurlijk helemaal van het totaalbeeld af. Parken met zonnecellen die een heuvel ´omhoog swingen` komen beter tot hun recht wanneer ze overgaan in een bebost gebied, zonder dat daar een hek omheen staat. Windmolens in een lange rij met een natuurlijke verbinding met de horizon kunnen een veel mooier beeld opleveren dan wanneer ze lukraak bij elkaar staan." Ook ziet hij liever concentratie dan verstrooiing. "Mensen mogen zich niet door maïsvelden omsingeld voelen." De gebruikelijke minimale afstand in Duitsland tussen windmolens en de bebouwde omgeving van 700 meter vindt hij in een aantal gebieden te weinig. "Zo'n 800 tot 1200 meter is optisch gezien een betere verwijdering."

Acceptatie door de omwonenden wordt niet alleen door financiële deelname aan de projecten begunstigd, ook door planologische inspraak, merkt Schöbel in de praktijk. "Planners van wind- of zonneparken stellen op informatieavonden vaak maar één optie voor. Mijn advies: bied alternatieven. Die zijn er namelijk altijd."