Terug naar overzicht

27 februari 2013

“Te veel Delftenaren bankiers, te veel MBO’ers kapper”

Ab van der Touw, CEO Siemens Nederland: "Instroom jonge technici moet veel groter"

Er worden zeker 150.000 technici te weinig opgeleid in Nederland tot 2016. Ook verlaat een schrikbarend hoog percentage technici de sector in de eerste jaren dat ze er werken. Het tekort bedreigt de sector. Siemens Nederland-CEO Ab van der Touw merkt de gevolgen in zijn bedrijf: "Op verschillende gebieden lopen we op het randje. De afgelopen twintig jaar zijn te veel Delftenaren merchant bankers geworden, en te veel MBO'ers kapper."

  

Het Financieele Dagblad schreef onlangs dat het gebrek aan ingenieurs hightech bedrijven over de grens drijft. Is het voor Siemens ook zo erg?

"Wij zouden tegen bepaalde activiteiten eigenlijk nee moeten zeggen omdat ons de mankracht ontbreekt. Maar Siemens zal zeker niet vertrekken uit Nederland. Als we een tekort aan technisch personeel hebben, dan verplaatsen activiteiten zich naar een vestiging in een ander land. Dat gevaar is heel concreet."

 

Sluit het techniekonderwijs goed genoeg aan op de vraag van het bedrijfsleven?

"Het bedrijfsleven heeft jarenlang gevraagd om overdreven specifieke opleidingen. Er zijn MBO-opleidingen voor dakdekkers voor riet, dakdekkers voor bitumen en dakdekkers voor dakpannen. Dat schiet niet op. We moeten niet te veel plannen als het gaat om onderwijs. Vijf jaar geleden dachten we nog dat we heel veel mensen moesten opleiden voor zonne-energie. Maar nu valt het aantal banen in de techniekkant tegen. Als we daar toen vol op hadden ingezet, hadden we nu met de gebakken peren gezeten. We moeten daarom brede opleidingen opzetten, met klassieke disciplines als werktuigbouwkunde en elektrotechniek. De leerlingen hebben het meeste aan een brede basis. Bedrijven kunnen schoolverlaters dan een extra stuk specifieke kennis geven met een kopopleiding.

Nu zegt elk ROC: we moeten alle detailopleidingen aanbieden. Dat is quatsch. Het onderwijs moet aansluiten op de werkgelegenheid in de regio. Als je een MBO-opleiding aanbiedt voor werkgelegenheid die niet in de buurt is, moeten de afgestudeerde leerlingen verhuizen. De geschiedenis leert dat ze dat niet doen. Die mensen krijgen dus een heel specifieke opleiding die ze niet kunnen gebruiken."

 

U werkt mee aan het Techniekpact 2020, een akkoord tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven dat het tekort aan technische leerlingen moet aanpakken. Eerdere pogingen daartoe hebben te weinig opgeleverd. Waarom gaat het nu wel lukken?

"Laat ik beginnen met een goede maatregel: we gaan voor nieuwe leerlingen een bijsluiter maken voor alle opleidingen. Daarmee laten we hun arbeidsperspectief zien, dus de kans op een baan en informatie over het salaris. Ik heb daar veel vertrouwen in. Ouders en kinderen denken hier door de crisis beter na. Vaders en moeders zeggen: ‘Word jij maar dokter, dan heb je aanzien en verdien je goed.' Of, vijf jaar geleden: ‘Ga maar in de financiële sector werken.' Het perspectief voor technici is zeker zo goed, dat gaan we laten zien. En als je niet-Westerse vrijetijdskunde studeert, dan is de kans op een baan kleiner dan wanneer je werktuigbouwkunde wordt.
Jonge leerlingen hebben geen idee dat een operator van een kraan bij Shell Moerdijk meer dan een ton kan verdienen. Als je vader kapper is, heb je in de regel geen benul van de mogelijkheden in de techniek.

Dat tekort van 150.000 mensen zit voor verreweg het grootste deel bij het VMBO. Het is iets kleiner bij MBO, nog kleiner bij HBO. Er zijn zelfs genoeg technische WO'ers. Het is dus belangrijk om goed een differentiatie te maken naar waar het tekort zit. De problemen zijn het grootst bij de installateurs."

 

Waarom kiezen zo weinig jongeren voor techniek?

"Als technieksector hebben we te weinig reclame gemaakt. We hebben een imago van vies werk, onaantrekkelijk en weinig loon. Daar moeten we zelf wat aan doen. Het begint al met de borden van de ANWB. Daar staat een grote schoorsteen op als je naar een industrieterrein gaat. Maar de meeste mensen in onze sector werken achter een beeldscherm.
In het MBO moeten we meer naar een leven lang leren. Daar lopen we qua beeldvorming achter op de universiteiten. Maar als je kijkt naar de mensen die nu in ons bedrijf met pensioen gaan, dan zijn dat vaak MBO'ers die hun hele carrière hebben bijgeleerd. MBO+'ers noem ik hen. In Rotterdam en Eindhoven barst het van de technologische bedrijfjes van vijftig tot tweehonderd man die in niches iets unieks maken. Het zijn meestal mensen over de vijftig, vaak MBO'ers, die zich een leven lang hebben opgewerkt. Als die mensen met pensioen gaan, krijgen zij geen navolging. Dan verdwijnt die bedrijvigheid."

 

Moet u niet meer doen dan beter vertellen dat technische banen zo mooi zijn?

"Techniekbedrijven gaan aan lokale ROC's garanties geven voor stageplekken aan het eind van de opleiding. Zo maken we de bijsluiter aan het begin van de opleiding nog aantrekkelijker. Dit moet ook in het Techniekpact 2020 komen. Het gaat om ongeveer 15 technische hubs met elk een paar duizend stageplaatsen. Het bedrijfsleven moet met harde garanties komen."

 

Lukt dat ook in crisistijd?

"Bedrijven als Shell of Philips kunnen het ook in crisistijd wel permitteren om stageplekken aan te bieden. Voor kleinere bedrijven is dat moeilijker. Daar kan de overheid bijspringen. Je ziet dat Imtech in november het ontslag van 900 man moest aankondigen. Dan is het niet logisch om stageplekken aan te bieden, maar de overheid vindt het belangrijk dat dit toch gebeurt en heeft daar geld voor over. Er komt ook geld voor techniekopleidingen in die regio's, zodat die technieklokalen op een hoger niveau worden gebracht.

Interessant is dat MBO'ers voor 95 tot 98 procent blijven wonen in de regio waar ze geboren zijn. Dan is het heel aantrekkelijk om aan het eind van de MBO-opleiding ze een kopcursus aan te bieden, om ze de specifieke kennis te geven die ze nodig hebben bij het bedrijf. Dat sluit optimaal aan bij de brede MBO-opleidingen die de ROC's straks gaan geven.

Dit model is bewezen goed. Ze doen het in Twente al tien jaar. De Rijksoverheid zegt nu tegen regio's die ook het techniekonderwijs willen bevorderen, dat ze die aanpak moeten kopiëren. Anders krijgen ze geen geld. We gaan dus afdwingen dat mensen niet het wiel opnieuw uitvinden."

 

Is het techniekonderwijs zelf wel aantrekkelijk genoeg?

"Vooral het technisch MBO heeft het imago dat het onderwijs niet goed is. Het tegendeel is waar. Juist daar zijn er enorm goede en bevlogen docenten. Maar ze krijgen te weinig instroom, in Amsterdam en Rotterdam komen er minder dan 100 leerlingen per jaar binnen bij de technische ROC-opleidingen. Daar gaat het om."

 

Blijven jongeren als ze een techniekopleiding hebben afgerond ook werken in de sector?

"Daar zit een enorm probleem. Als je kijkt naar mensen die komen van het MBO, dan blijkt dat binnen drie jaar een derde van de instromers uit de sector is vertrokken. Na vijf jaar is de helft weg. Te weinig mensen blijven geboeid. Bedrijven moeten beter hun best doen om de instromers te binden. Dat is een belangrijke opdracht."

 

Wat moet de sector doen om startende werknemers te behouden?

"Vroeger betekende carrière maken dat je manager werd. Technici die doorgroeien in hun vak hebben we bij Siemens ook een carrièrepad gegeven. Zij verdienen net zoveel of meer dan verkoopleiders. Dat heeft een enorme boost gegeven aan het respect dat technici krijgen in het bedrijf.
Een tweede is dat als je MBO'ers vraagt of ze genoeg verdienen, ze zeggen dat ze best redelijk betaald worden. In de kranten staat dat als je technici meer betaalt, ze dan wel blijven. Maar dat is niet zo. Andere factoren zijn belangrijker. Ze willen waardering en ruimte om te experimenteren. Als je technici bijvoorbeeld de kans geeft om een gastcollege te geven, dan vinden de leerlingen en de technici dat hartstikke leuk. In Twente doen bedrijven als Ten Cate en Thales dit. Ze vinden makkelijk vrijwilligers om die lessen te geven. In die regio doen 250 middelbare scholen mee aan het onderwijsprogramma Jet-Net. De instroom voor het technische vervolgopleidingen is bij die scholen 15 procent hoger. Juist jonge medewerkers spreken tot de verbeelding van leerlingen. Dus die zetten we in als gastdocent. Er wordt ook gedacht om werktuigbouwkundigen een onderwijsbevoegdheid te geven voor wiskunde via een verkorte opleiding. Dit werkt fantastisch, want we behouden met dit programma onze instromers en we trekken meer leerlingen naar de techniek."

 

Maakt de sector ook afspraken over het behoud van instromende technici in het Techniekpact 2020?

"Nee. Ik ben in competitie met andere techniekbedrijven. Het vasthouden van mensen is voor 100 procent een taak van de bedrijven zelf. Als een ondernemer te weinig betaalt en te weinig variëteit biedt, dan krijgt hij wat hij verdient. Dus dat regelt het pact niet."

 

Betaalt de technieksector wel genoeg?

"Je ziet dat er beweging is in hoe de samenleving kijkt naar technici. We zijn normaal gaan vinden dat een investment banker 1.000 euro per uur verdient en een MBA-advocaat 600 euro per uur rekent. Dan is het raar dat we een technicus met twee universitaire opleidingen, die bereid is om met windkracht zeven in een kraan te springen, met overwerktoeslagen 80 euro per uur betalen. Als je mensen geen waardering geeft en onderbetaalt, dan is dat de ondergang van je bedrijf.
We ontkomen er niet aan dat we meer moeten innoveren. Werk moet minder arbeidsintensief worden gemaakt. Neem FrieslandCampina. Het maken van heel jonge kaas, bestemd voor de Japanse markt, is daar een haast arbeidsloze activiteit geworden. Een paar mensen maken daar miljoenen kilo's jonge kaas. Zij zijn zeer hoog opgeleid en worden goed betaald. Op de kostprijs van de kaas maakt hun loon weinig uit. Dat betekent dat een bedrijf meer in hen kan investeren en hen meer kan betalen. Dat is aantrekkelijke werkgelegenheid."

 

Het gaat dus vooral om meer vrijheid en creatiever werk?
"En trots. Een voorbeeld: We hebben een hoogwerker met een grote dieselpijp. Als je de kraan uitschuift, heb je last van roet. Een klant van ons heeft gevraagd om daar wat aan te doen. Onze technici hebben hem elektrisch aangedreven gemaakt. Op de grote weg rijdt de kraan nog op diesel, maar op de bouwplaats gaat hij in het stopcontact. Die klant is een van onze grootste opdrachtgevers geworden. Als je de duurzaamheidsgedachte gebruikt voor dit soort oplossingen, is het een gouden business. Onze technici die hieraan hebben meegewerkt, zijn ontzettend trots. Duurzaamheid is een bindmiddel voor het bedrijf.

Als je heel snel miljonair wilt worden, heb je weinig te zoeken bij technische bedrijven. Maar als je goed wilt verdienen en interessant werk wilt doen, is dit de sector. Technologie is de oplossing voor de grote vraagstukken voor de samenleving; schaarse middelen, energie, water, gezondheidszorg. Technologie neemt werk over en laat de mensen die in de sector blijven een goede boterham verdienen. Bedrijven die dat soort innovatiemogelijkheden hebben, kunnen flink betalen. De toekomst voor technici is goed. Ik voorspel dat de tijd komt dat een jurist blij is dat hij 100 euro per uur verdient, en dat de gespecialiseerde werktuigbouwkundige robotica 300 euro in huis haalt."

 

Volg Energiepodium op Twitter: @energiepodium