Terug naar overzicht

20 februari 2015

“Zorg dat het totale energiesysteem efficiënt blijft”

Interview Kees-Jan Rameau, Lid Raad van Bestuur Eneco

Het jaarverslag van GasTerra over 2014 is uit. In het verslag is aandacht voor de prestaties van GasTerra en maatschappelijke thema's als de rol van gas in de energievoorziening, de aardbevingen in Groningen en de spanningen tussen Rusland en Oekraïne. Afkomstig uit het jaarverslag is dit interview met Kees-Jan Rameau, lid van de Raad van Bestuur van Eneco. Het is geschreven door Marieke Kanon, Communicatieadviseur bij GasTerra.

Het thema van GasTerra's jaarverslag is Energizing the future. Dit is de slogan van GasTerra die onze visie samenvat dat aardgas een belangrijke rol als transitiebrandstof speelt. Hoe kijkt Eneco hier tegenaan?
"Onze missie is duurzame energie voor iedereen. Als het mogelijk was, dan zouden wij het liefst morgen alle fossiele energie, inclusief gas, vervangen door duurzame energie. Maar dit is niet realistisch. Nog maar vier procent van ons energiegebruik is duurzaam opgewekt; de overige 96 procent is fossiel. Daarom ga ik liever eerst vervuilender vormen van energie verdringen. Om dezelfde reden zie ik de komende decennia nog een belangrijke rol voor gas weggelegd. Aardgas is met afstand de schoonste van de fossiele brandstoffen. Daarnaast is gas, in vergelijking tot elektriciteit, heel efficiënt te transporteren en op te slaan. Tot slot kan gas een rol spelen bij het opvangen van scherpe pieken en dalen in de energieproductie uit bijvoorbeeld zon en wind. Op termijn zal de gasproductie van Nederland afnemen, maar tegen die tijd zijn er méér goedkope mogelijkheden voor duurzame energie."

Hoe ziet de ideale energiemix er volgens u uit? 

"In Nederland heeft wind op zee en land de beste papieren, aangevuld met zon en biomassa. Als back-up vind ik gas de best passende partner gezien de hoogwaardige gasinfrastructuur. Waar ik minder gelukkig mee ben, is de rol die kolen in de huidige energiemix vervult. De CO2-winst die je boekt door fossiele energie te vervangen door duurzame energie, gaat voor een groot deel teniet door de CO2-uitstoot van kolencentrales. De gascentrales worden uit de wedstrijd geduwd door kolencentrales en die ontwikkeling vind ik bijzonder onbevredigend."

Wat doet Eneco om die ideale mix te bereiken?
"
We verduurzamen de energie die we leveren aan onze klanten door te investeren (samen met klanten en andere partners) in duurzame productie zoals zon, wind en biomassa. We helpen klanten om zelf hun eigen duurzame energie op te wekken. En ontwikkelen nieuwe producten en diensten die duurzame energie voor iedereen een stap dichterbij brengen. Een voorbeeld hiervan is het product ‘windafhankelijke gaslevering' dat GasTerra en Eneco samen uitwerkten. Het belangrijkste kenmerk ervan is dat GasTerra bij weinig wind meer gas levert tegen een lagere prijs en bij veel wind vice-versa. Deze prijzen komen tot stand op de vrije gashandelsplaats TTF (Title Transfer Facility). Ik vind dit heel innovatief, omdat we hiermee in één product laten zien wat onze visie op energietransitie is. Namelijk duurzame energie met gas als partner voor de back-up en balancering."

“Iedereen kijkt naar zijn eigen business case en vergeet te kijken naar de netwerkkosten”

Denkt u dat een soortgelijk product ook van waarde zou kunnen zijn voor zonne-energie?

"Dat is zeker een optie, want hoe meer we verschuiven richting duurzame energie, hoe meer de weersafhankelijkheid toeneemt. Die was er altijd al, zoals een stijging van het gasverbruik wanneer het heel koud is. Die afhankelijkheid neemt met duurzame energie alleen maar toe. Om die reden hebben we sinds een aantal jaren een aantal meteorologen in dienst. Het maakt uit dat je net iets beter dan de concurrent kan voorspellen wat het weer gaat worden en zo je posities aan kunt passen: net iets meer of minder wind- of zonne-energie aanbieden. Innovatieve producten ontwikkelen met gas als back-up, biedt echt meer toegevoegde waarde."

Wat ziet u als grootste uitdaging voor de energietransitie? 

"Ik vind het belangrijk dat we enerzijds serieus tempo maken met verduurzaming, maar anderzijds de totale kosten van de energietransitie beheersbaar houden. Een groot deel van de Nederlandse huishoudens is nog steeds aangesloten op het gasnetwerk. Worden deze woningen omgevormd in all-electric woningen, dan vraagt dit nogal wat van de elektriciteitsinfrastructuur. De bestaande gasinfrastructuur zou dan in principe niet meer nodig zijn. Maar is dat wel verstandig? Iedereen kijkt naar zijn eigen business case en vergeet te kijken naar de netwerkkosten. Als je deze wel in de berekening meeneemt, dan moet je een stuk gasnet afboeken en investeren in verzwaring van het elektriciteitsnetwerk. Willen we dat? Vroeg of laat wordt het te duur voor de consument. Ik vrees dat dan gezegd wordt dat duurzame energie te duur is. Dit hoeft niet zo te zijn, maar we moeten zorgen dat het totale energiesysteem efficiënt blijft. Wie heeft het totaaloverzicht? Wie stuurt er op dat de totale kosten van de energietransitie beheersbaar blijven? Ik denk dat de overheid hierbij toch een rol moet spelen, waarbij wij als energiebedrijven meehelpen door kosten inzichtelijk te maken."

“Wij maken een verandering door van energieproducent en -leverancier naar dienstverlener die de klant in staat stelt eigen regie te voeren over zijn energiehuishouding”

Een aantal grote Europese stroomproducenten zoals RWE, het Duitse E.ON en het Zweedse Vattenfall zijn op zoek naar nieuwe verdienmodellen. Zo wil RWE technologische diensten, mediadiensten en misschien telefonie aanbieden aan huishoudens. Zien we Eneco straks ook een ander verdienmodel nastreven? 
"Het oude adagium ‘schoenmaker blijf bij je leest' geldt ook voor ons, maar er verandert natuurlijk veel in de energievoorziening. Vroeger was je als energiebedrijf eigenaar van de productiecapaciteit. Nu zie je dat veel meer energie decentraal wordt opgewekt en is de consument met zonnepanelen op zijn dak ook energieleverancier geworden. Als energiebedrijf kun je dan aan vraagsturing doen. Wij maken een verandering door van energieproducent en -leverancier naar dienstverlener die de klant in staat stelt eigen regie te voeren over zijn energiehuishouding. Daar zit de toegevoegde waarde in voor energiebedrijven zoals Eneco: het ontwikkelen van slimme applicaties die klanten hun eigen energievoorziening laten balanceren. De klant geeft aan in hoeverre hij vraagsturing toestaat. Dit gaat voor een deel automatisch met slimme meters en allerlei IT-toepassingen zoals Toon. Ik verwacht dat op allerlei niveaus vraag- en aanbodsturing gaat plaatsvinden. Dat vergt veel IT-toepassingen en verwerking van Big Data. Nu hebben we één datapunt, de jaarlijkse meterstand. Dit gaat veranderen in heel veel datapunten om het systeem te balanceren. En dat creëert weer een hele nieuwe bedrijfstak die vraag en aanbod van energie op huishoudelijk niveau balanceert met allerlei slimme IT-toepassingen. Dit zijn andere diensten dan die wij in het verleden aanboden, maar het blijft dicht bij onze kernactiviteit: energie."

Verwacht u dat we ook op Europees niveau vraag en aanbod van duurzame energie gaan balanceren?

"Dat lijkt me een volstrekt logische oplossing. Enerzijds zijn er steeds meer mogelijkheden om lokaal vraag en aanbod te balanceren, door energieopslag, vraagsturing en uitwisseling tussen energiesystemen (bijvoorbeeld goedkope elektriciteit omzetten in warmte). Anderzijds kunnen we over landen heen balanceren. We moeten daarvoor in Europa betere fysieke verbindingen aanleggen, maar ook markten beter aan elkaar koppelen. Duurzame energie is heel erg omgeving-gedreven. In Nederland hebben we wind op land en zee en een klein beetje zon en biomassa. Maar in Zuid-Europa zal de mix veel meer zon zijn en in Scandinavië veel meer waterkracht. Als je die systemen goed met elkaar verbindt, dan middelen de pieken en dalen veel meer uit. Vervolgens moet je de rest nog balanceren, maar veel minder dan wanneer iedere Europese lidstaat dit individueel doet. Dat zou dus heel verstandig zijn. Helaas vinden de meeste Europese landen het vervelend afhankelijk te zijn van structureel grootschalige import."

Denkt u dat de recente Oekraïne-crisis dit sentiment heeft versterkt?

"Ik denk dat die zorg er altijd al is geweest. Het is geen nieuw topic; kijk bijvoorbeeld naar de oliecrisis in de jaren '70. Toen werden we voor het eerst met de neus op de feiten gedrukt: hoe import-afhankelijk we waren van energie. Rusland heeft laten zien - ook tijdens de Koude Oorlog - een betrouwbare gasleverancier te zijn; daar heeft het nooit aan geschort. Hoe hoog de spanningen ook opliepen, de Russische gasleveringen kwamen nooit in gevaar. Dat is een boeiende constatering. De recente ontwikkelingen in Oekraïne zorgen er echter wel voor dat de discussie rondom energieafhankelijkheid weer oplaait. En daarmee de wens om energie-onafhankelijk te zijn. Duurzame energie kan daarbij helpen. Eén van de kenmerken van duurzame energie is immers dat de ‘brandstof' van niemand is; niemand kan het claimen en er bovenop gaan zitten: dit is van mij."


Ondanks de duurzaamheidsdoelstellingen voor 2020 staat de concurrentiepositie van gas onder druk, met name in de elektriciteitssector. Daardoor zijn productieprocessen minder duurzaam geworden; de meeste grote bedrijven kiezen voor elektriciteitsopwekking uit andere bronnen. Wat zouden we volgens u hieraan moeten doen?

"Verhoging van de CO2-prijs zou enorm helpen, maar ik zie dit nog niet snel gebeuren. Daarbij zou dat nog niet voldoende zijn om de gascentrales in de merit order boven de kolencentrales te positioneren. Wat de overheid daaraan zou kunnen doen, is veel strenger sturen op normen. Hoeveel CO2 mag je uitstoten per kWh en hoeveel stikstofoxiden, hoeveel zwaveloxide en fijn stof. Door dit te doen bereik je vanzelf dat de meest vervuilende kolencentrales sluiten. Dan zijn de schonere nieuwere gascentrales weer in het voordeel. Verder moet de gassector nadenken hoe zij ervoor kan zorgen dat zij als attractief deel van de oplossing wordt gezien. Het speelveld overzien en een mooie rol voor gas bepalen in het snel verschuivende energielandschap, dat is de komende decennia eigenlijk de grote uitdaging voor de gassector."