Terug naar overzicht
Rob Aalbers
19 augustus 2014

"Aan energie-onafhankelijkheid van Rusland hangt flink prijskaartje"

Rob Aalbers, Centraal Planbureau: "Voor de Baltische staten, Finland en Bulgarije blijft de situatie zorgelijk"


Een verstandshuwelijk. Dat is wellicht de beste typering voor de Europees-Russische gasrelatie. Rusland levert jaar in, jaar uit, grote hoeveelheden gas. In 2013 ging het om 161,5 miljard kubieke meter, waarvoor Europa ruim 46 miljard euro betaalde. Hoewel Rusland al decennialang een betrouwbare gasleverancier is - zij hebben ons geld net zo hard nodig als wij hun gas - zijn de zorgen over het dichtdraaien van de Russische gaskraan op de Europese burelen nooit helemaal verdwenen. Er is dan ook een actief diversificatiebeleid gevoerd met als gevolg dat het aandeel van Rusland in de Europese gasimport sterk is gedaald: van ongeveer 80 procent in 1970 naar 39 procent in 2013. Vooral Noorwegen, Algerije en Qatar hebben daarvan weten te profiteren.

De lidstaten verschillen echter enorm in hun afhankelijkheid van Rusland. Zo zijn Denemarken, Engeland, Spanje en Nederland op dit moment (vrijwel) volledig onafhankelijk van Russisch gas, terwijl Estland, Litouwen, Letland, Finland en Bulgarije er juist (bijna) volledig afhankelijk van zijn. En hoewel veel van deze laatstgenoemde landen zich nooit comfortabel hebben gevoeld in dit verstandshuwelijk, heeft dat er nog niet toe geleid dat hun afhankelijkheid van Rusland substantieel is afgenomen.
“De cruciale vraag is of Europa zich vooral zorgen blijft maken om haar voorzieningszekerheid, of dat ze volledige energie-onafhankelijkheid van Rusland nastreeft”

Toch is er in Europa sinds de Oekraïense gascrises van 2009 wel degelijk iets veranderd. Hoewel Rusland voor veel landen in Oost- en Midden-Europa nog steeds de belangrijkste gasleverancier is, zijn deze landen dankzij recente investeringen in hun netwerken en opslagcapaciteit beter in staat om een onderbreking van de gastoevoer vanuit Rusland op te vangen. Voor de landen in de echte periferie, zoals de Baltische staten, Finland en Bulgarije, blijft de situatie qua voorzieningszekerheid echter zorgelijk. Het probleem is niet eens zozeer dat er in Europa als geheel een enorm tekort aan gas ontstaat als Rusland de gaskraan dichtdraait - LNG en extra importen vanuit Noorwegen en Algerije kunnen een groot deel van het Russische gas vervangen - maar wel dat de transportcapaciteit volstrekt onvoldoende is om het gas vanuit West- naar Oost-Europa te transporteren.

Hoe verder? De cruciale vraag hier is of Europa zich vooral zorgen blijft maken om haar voorzieningszekerheid (zoals tot nu toe het geval is) of dat ze volledige energie-onafhankelijkheid van Rusland nastreeft. In het eerste geval kan de EU het een beperkte tijd - zeg 1 jaar - zonder Russisch gas stellen, maar zal ze uiteindelijk weer bij Rusland aan moeten kloppen om haar gasvoorraden aan te vullen. In dit scenario kan Rusland haar geopolitieke belangen dus blijven(d) financieren met EU-geld. Als de EU daarentegen kiest voor energie-onafhankelijkheid van Rusland, dan ontzegt zij Rusland deze inkomsten, maar dat gaat dan wel gepaard met een stevig prijskaartje. De wereldmarktprijs voor LNG ligt namelijk ongeveer 50 procent boven de gemiddelde Europese gasprijs. Een andere route is natuurlijk de weg van energiebesparing. Daarover meer in een volgende column.

Rob Aalbers is econoom en programmaleider bij het Centraal Planbureau. Hij schrijft zijn columns op persoonlijke titel.