Energiepodium.nl - ABN AMRO Financiële energietransitie moet nog gemaakt worden
Terug naar overzicht
Hans van Cleef
21 september 2016

ABN AMRO: “Financiële energietransitie moet nog gemaakt worden”

Hans van Cleef: "Veel investeringen nodig terwijl fossiel wordt afgebouwd"
De energietransitie bestaat uit drie slagen, aldus ABN AMRO. Die van het aanbod - naar duurzaam - die van efficiency en een financiële transitie. Die laatste twee krijgen te weinig aandacht, stelt Hans van Cleef, sectoreconoom Energie bij de bank. Op Prinsjesdag komt de bank met een rapport over de energietransitie, ‘Na aardgas komt zonneschijn'.

Wat houden die drie transities in?
"De transitie van het aanbod - niet meer fossiel, van het gas af, kolencentrales dicht, naar wind en zon, daar hoor je iedereen over. Maar al die zaken kunnen niet tegelijkertijd. Leveringszekerheid is de hoogste prioriteit. Je kan daarom niet zomaar alle kolencentrales sluiten zonder dat er een back-upsysteem is.

We praten te weinig over de andere twee transities, die van efficiency en de financiële transitie. Wat energiebesparing betreft: iedereen kan bijdragen aan minder energieverbruik en minder CO2-uitstoot. Het kan niet alleen van de energie-intensieve industrie komen. Dat moet de overheid meer benadrukken.

De financiële transitie is volop gaande, maar er is te nauwelijks oog voor. Er komen minder aardgasbaten binnen en er gaat meer geld naar duurzaam. Dat merken we in het huishoudboekje van de overheid. De energiebedrijven merken dat doordat ze moeten afschrijven op centrales, de consument wordt geconfronteerd met heffingen en moet nieuwe apparaten kopen. Het huidige elektriciteitsnet is lang niet meer toereikend. Er moet veel geïnvesteerd worden terwijl je fossiel afbouwt."
“De reële economie is afhankelijk van fossiel”

Hoe kijkt u als bankier naar die financiële transitie?
"De energietransitie leidt per definitie tot overaanbod van stroom. Om dingen uit te faseren moet je eerst een overaanbod creëren. Het kromme is dat dit automatisch druk op de stroomprijs betekent, waardoor duurzame energie met meer geld moet worden gestimuleerd. Dat overaanbod kost de overheid dus veel geld. Voor de energiebedrijven is dat overaanbod ontzettend lastig. Hun hele businessmodel verandert. De toekomstige rol van de energiebedrijven is nog onduidelijk. Er is een vorm van back-up nodig, maar de vraag hoe en wanneer is nog open. En wordt het gas of kolen? Het zal waarschijnlijk gas worden, maar die beslissing moet worden genomen.

De vraag is ook: Wie gaat er nu nog investeren in fossiel? We hebben een doel van 16 procent duurzame energie in 2023, dat betekent 84% fossiel. Dus die sector is ongelofelijk belangrijk. De reële economie is ervan afhankelijk. In die zin is er een maatschappelijke verplichting om ook daar te investeren. De techniek is nog niet zover dat we zonder kunnen. Mondiaal is het natuurlijk nog veel erger."

Hoe ziet u de toekomstige rol voor gas? De titel van uw rapport is immers ‘Na aardgas komt zonneschijn'.
"De toekomstige energievoorziening wordt een mix worden van nationale en internationale oplossingen waarbij het aandeel van hernieuwbare energie steeds dominanter wordt. Vandaar de titel. Ik denk wel dat Noord-Europa gaat kiezen voor gas naast ‘hernieuwbaar' als back-upbrandstof na 2030. Dat is simpelweg omdat het maatschappelijk en politiek draagvlak voor kolen er niet is. Het eerst afschakelen van kolencentrales is daardoor het meest logisch. Door de snelheid van op- en afschakelen is gas ook meer geschikt voor de back-uprol. Tot die tijd kunnen kolen als onderdeel van de energiemix een rol spelen ten behoeve van het verbranden van biomassa, indien mogelijk in combinatie met CCS. Hierdoor blijft de leveringszekerheid gegarandeerd zonder de afhankelijkheid van politiek instabiele landen te vergroten."