Terug naar overzicht
Willem Wiskerke
26 maart 2018

Dienen staatsbedrijven bij klimaatdoelen het publiek belang wel?

Willem Wiskerke over het belang van dat er meer democratische invloed komt op de klimaatstrategie van staatsbedrijven

Sinds de ondertekening van het klimaatakkoord van Parijs zijn overheden met hernieuwde energie gaan werken aan het oplossen van het klimaatprobleem. De nieuwe regering zet een flinke kop op het slappe Europese klimaatbeleid en veel gemeenten gaan voortvarend aan de slag met lokale oplossingen. Het klimaatprobleem en het oplossen daarvan is veel meer common sense geworden. Het is minder gepolariseerd dan eerst, en dat is winst.

 

Ook in het bedrijfsleven wordt de lat hoger gelegd. Grote bedrijven verschuilen zich minder vaak achter het Europese emissiehandelssysteem waar het heil vandaan moet komen, maar nemen steeds meer eigen verantwoordelijkheid. Alle bedrijven? Nee, vanuit de fossiele hoek is de weerstand tegen verandering nog altijd groot. Oliemaatschappijen zoals Shell stribbelen tegen, met als doel de overgang naar schone energie zodanig te vertragen dat ze het zelf bij kunnen benen. De luchtvaart is nog een tandje erger en eist oneindige groei zonder zelf met oplossingen te komen voor de klimaatschade die wordt aangericht.

 

Wat opvalt, is dat de grootste fossiele hotspots in Nederland in overheidshanden zijn. En juist bij deze staatsbedrijven stelt de overheid dat ze op afstand zijn gezet, zodat ze bedrijfje kunnen spelen en niet onderhevig zijn aan al te veel invloed vanuit de volksvertegenwoordiging. Daar wringt de schoen steeds meer waar het gaat om klimaatbeleid. De haven Rotterdam en Schiphol nemen pakweg 70 en 10 miljoen ton aan broeikasgas per jaar voor hun rekening, als je de uitstoot van vliegtuigen en schepen meetelt. Ter vergelijk: Nederland stoot in totaal tegen de 200 miljoen ton CO2 uit. Deze staatsbedrijven zijn vooral bezig met het faciliteren van hun klanten in plaats van het publiek belang. In Rotterdam zijn dat met name de petrochemie en de overslagbedrijven en op Schiphol de luchtvaartmaatschappijen en de reisbranche.

De houding dat een staatsbedrijf door de politiek nu eenmaal op afstand is gezet wordt selectief ingezet

In Rotterdam is door de gemeenteraad terecht een motie aangenomen die het college en de haven oproept om gezamenlijk met een plan te komen om de overslag van kolen af te bouwen, op een tempo dat in lijn is het met het Parijsakkoord. Als Rotterdam stopt met kolendoorvoer heeft het Duitse achterland een probleem en dat versnelt de Duitse Energiewende. Maar wethouder Visser die over de haven gaat stelt: "Ik ga daar niet over. Het havenbedrijf is op afstand gezet en de gemeente, 70% aandeelhouder, mag zich daar niet actief mee bemoeien." Haven-topman Allard Castelein kon tijdens een presentatie van de havenvisie in de gemeenteraad zijn dedain voor deze al te activistische raadsleden nauwelijks verhullen. Zo wijst de wethouder naar het overheidsbedrijf, het overheidsbedrijf hamert op zijn eigen concurrentiepositie, zet er een team lobbyisten op, en de schoorstenen roken rustig door.

 

Bij Schiphol is het nog een tandje erger. De overheid vereenzelvigt zich al sinds mensenheugenis met de ongebreidelde groei-ambities van Schiphol, een staatsbedrijf dat het publieke belang allang heeft begraven. Schiphol moet groeien, want groei moet, omdat het nou eenmaal moet. Met geluidsnormen wordt in overleg met het ministerie gesjoemeld en omwonenden die zich zorgen maken worden geparkeerd in overlegtafels. De luchtvaartlobby heeft de sector ondertussen handig buiten het Parijsakkoord gehouden en de snel stijgende CO2 uitstoot van de luchtvaart wordt niet meegenomen in de statistieken. Als de Amsterdamse Groenlinks oppert om als aandeelhouder eens in te grijpen wordt die partij weggehoond.

 

Gek genoeg is de opstelling van de overheid heel anders waar het gaat om de treinreiziger. Als de treinen een dag niet rijden door een wisselstoring roept de staatssecretaris op hoge toon de staatsbedrijven NS en Prorail tot de orde. Ook op het reilen en zeilen van de staatsbedrijven die gaan over onze energie-infrastructuur, Gasunie en Tennet, houdt de overheid een stevige grip. De houding dat een staatsbedrijf nu eenmaal op afstand is gezet door de politiek wordt dus selectief ingezet.

 

Om het Parijsakkoord te realiseren is het belangrijk dat er meer democratische invloed komt op de klimaatstrategie van staatsbedrijven. De Tweede Kamer en gemeenteraden moeten als aandeelhouders ingrijpen wanneer deze bedrijven een belangrijk publiek doel, het voorkomen van een klimaatcrisis, welbewust verzaken. Actief aandeelhouderschap is noodzakelijk.

 

Willem Wiskerke is Campaigner klimaat & energie bij Greenpeace Nederland. Op Twitter is hij te volgen via @Willem_GP.