Terug naar overzicht
Gerard Martinus
24 oktober 2016

“Duurzame energiewereld kan leren van gashandelscontracten”

GasTerra: "Langjarige overeenkomsten leveren veel op voor leveranciers en afnemers"
Gashandelscontracten vormden decennialang de kern voor mijn bedrijf, gashandelaar GasTerra. Al vlak nadat het aardgas in Groningen ontdekt werd zijn ze afgesloten, met grote buitenlandse klanten. De meeste daarvan lopen nog door, sommige zullen nog zeker tien jaar van belang zijn. Toch lijken ze als gevolg van de opkomst van virtuele liquide handelsplaatsen als TTF een relict uit het verleden. Het kan sommigen niet snel genoeg gaan voor ze aflopen, omdat ze een verdere groei van de vrije markt in de weg zouden staan. De vrije markt, waar korte termijn deals de standaard zijn. Zodat afnemers altijd op zoek kunnen zijn naar de beste deal, en na hooguit een jaar over kunnen stappen, altijd op zoek naar de laagste prijs. Een markt waar door de liquiditeit altijd voldoende gas beschikbaar is, zodat dan ook de prijs de enige relevante grootheid is.

Die visie dat gashandelscontracten of GSA's, voor Gas Sales Agreements, een relict zijn vloeit vooral voort uit het idee dat liquiditeit op de markt het hoogste goed is. Maar dat argument gaat volgens mij voorbij aan de wensen van de echte markt. Die markt, waar duurzaamheid steeds belangrijker wordt, kan juist leren van de ‘ouderwetse' GSA's. Een sterk punt van de GSA is juist dat het een langjarige overeenkomst is, sommige lopen al meer dan vijftig jaar. Ze zijn afgesloten met het oog op een duurzame relatie tussen klant en leverancier. En in de overtuiging dat ze een gezamenlijk belang dienen - een stabiele en betrouwbare energiestroom, in dit geval dus gas, tussen aanbieder en afnemer. En dan is het niet erg om ons ‘tot elkaar te veroordelen', de relatie is immers duurzaam.

De eerste vraag voor zowel aanbieder als afnemer is de beschikbaarheid van de energie. Niet alleen voor morgen, of overmorgen, maar voor langere tijd. Vaak minimaal voor de duur van de beschikbaarheid van een bron. De aanbieder wil zijn investering terugverdienen en de afnemer wil niet in de kou gezet worden. Wie wel eens een stroomstoring heeft meegemaakt, of de onderbreking van de gaslevering, kan daar over meepraten. Die weet dat er wat te zeggen valt voor stabiliteit.
“De langjarige overeenkomst is in zekere zin per definitie duurzaam op zichzelf”
euk, maar de wereld is toch ook niet stabiel? Dat besef is ingebed in de contracten. Er is veel flexibiliteit ingebakken in de overeenkomsten. Bijvoorbeeld is er een mogelijkheid periodiek over de prijsvorming te onderhandelen, bijvoorbeeld omdat er andere alternatief opkomt. Zoals de opkomst van de gashandelsmarkt TTF reden is om oliebinding los te laten. Flexibiliteit is er ook in de hoeveelheid die geleverd wordt. Die flexibiliteit loopt voor de complexere GSA's van de kortst mogelijke tijdeenheid - voor gas uren - tot in sommige gevallen flexibiliteit over meerdere jaren. Daarbij ligt de nadruk op de behoefte van de afnemer, omdat die de meeste onzekerheid heeft in wat nodig is. Een klein beetje flexibiliteit zit aan de kant van de aanbieder in ieder geval force majeur (overmacht) en in sommige gevallen een temperatuurclausule. Volgens zo'n clausule kan de aanbieder tijdelijk en voor een beperkte duur minder gas leveren als de temperatuur in eigen land extreem laag is.

Een kleine terzijde  is hier op zijn plaats. In Den Haag is de laatste jaren ook duidelijk geworden dat de gaswinning tot overlast en risico's door aardbevingen leidt. Daarom roepen politici op de winning te verminderen. En hopen ze dat er een optie is om het gas dat nog wel geproduceerd wordt in Nederland te houden. Ze willen dus graag onder de bestaande contracten uit. Maar dat kan niet zo maar. Afkopen is een optie, maar dat kost veel tijd en waarschijnlijk ook geld. Overigens: die contracten lopen hoe dan ook de komende jaren af, en GasTerra sluit al sinds 2009 geen nieuwe langjarige contracten meer. En uiteindelijk helpt op de korte termijn voortijdig beëindigen niet, doordat het laagcalorische gas uit Groningen niet zonder meer door hoogcalorisch gas vervangen kan worden.

Hoe bruikbaar is de GSA voor duurzame initiatieven? De langjarige overeenkomst is in zekere zin per definitie duurzaam op zichzelf. De relatie biedt de leverancier zekerheid dat zijn investering geld oplevert en de afnemer dat hij duurzaam geproduceerde energie krijgt. Over de prijs valt te praten. Binnen redelijke grenzen, natuurlijk. En er is flexibiliteit in de daadwerkelijk levering, die overigens bij duurzame energie waarschijnlijk meer wederkerig moet zijn dan in een GSA. Vergeet niet dat de GSA een overeenkomst is die beide partijen vrijwillig aangaan, in het besef dat die overeenkomst echt meerwaarde biedt voor beide partijen. Dat zal ook gelden voor levering van duurzame energie, waar de gegarandeerde herkomst in toenemende mate een punt van zorg is.

Er is ook een groot nadeel aan een GSA. Je komt er niet zo maar vanaf. En dat is dus een gotspe in de huidige markt van flitskapitaal, snelle deals en jaarlijks overstappende consumenten. Maar volgens mij geldt dat evengoed voor andere duurzame initiatieven. Het probleem is niet de duurzame overeenkomst, maar de idee fixe dat je altijd het onderste uit de kan moet halen. Want wie het onderste uit de kan wil, krijgt ooit de deksel op zijn neus.

Gerard Martinus is Projectleider Energietransitie bij GasTerra