Terug naar overzicht
Bert Tieben
14 februari 2017

Energie is niet populistisch

Bert Tieben: Tweederde Nederlanders wil koploper zijn met duurzame energie
Het populisme regeert. Er gaat geen dag voorbij of we lezen alarmerende berichten over de stem van de boze burger. Nu hebben zelfs bedrijven een pact tegen het populisme gesloten "als alternatief voor groeiend negativisme" (FD, 11 februari).

Wat betekent de opkomst van het populisme voor de energiemarkt? Kunnen we straks Amerikaanse toestanden verwachten en gaat Nederland ook per decreet het Verdrag van Parijs opzeggen? Wat willen populisten als het om energie gaat?

Wat opvalt is dat energie niet echt populair is bij de populisten. De PVV is niet verrassend het meest uitgesproken over de volksstem in het energiedebat. Duurzame energie is een "sluipmoordenaar van de economie", zo heet het op de website van de partij. Dit is overigens vooral een stok om de VVD mee te slaan die via minister Kamp miljardensubsidies voor duurzame energie uitkeert en daarmee energie nodeloos duur maakt. Over het klimaatbeleid zegt de partij weinig tot niets. Wilders trekt harde conclusies over het verband tussen CO2-uitstoot en het opwarmen van de aarde in twijfel, maar de toon is mild in vergelijking met de andere thema's waarmee hij campagne voert.

Forum voor Democratie dan, de andere anti-immigratiepartij? Helaas: "Bij Forum voor Democratie zijn economie en duurzaamheid direct met elkaar verweven", vermeldt het verkiezingsprogramma. De partij ziet in duurzame energie een kans los te komen van het Midden-Oosten maar Forum promoot ook actief de noodzaak van schonere lucht en wil behoud van "de schitterende koolstof-polymeren" die thans worden opgestookt.
Waar zijn ze, de populisten in energieland?

Hier ligt ruimte voor andere ‘populisten' om zich te profileren. Wie pakt de handschoen op? Henk Krol wellicht, denkend aan ouderen die door hun energiebedrijf in de kou worden gezet. 50 Plus is echter voorstander van vergroening en wil draagvlak creëren voor de energietransitie. Het uitgangspunt is ‘zoveel mogelijk duurzame energie tegen een zo laag mogelijk tarief'.

Het programma van Denk is zo mogelijk nog groener met een buitengewoon helder 10-punten programma voor verduurzaming met concrete maatregelen. Overgang naar een circulaire economie staat voorop bij Denk met een pleidooi voor een investeringsfonds, vergroting van recycling en afvalscheiding en invoering van statiegeld op blikjes en plastic flesjes om zwerfafval te verminderen. Denk wil ook een wettelijk vastgelegd doel van 40 procent duurzame energie in 2030 en 100 procent in 2050, verplichtstelling van energieneutrale nieuwbouw, promotie van (gratis) openbaar vervoer en bescherming van de diversiteit van dierlijk en plantaardig leven. De helderheid van de Denk-standpunten kan groene partijen nog tot voorbeeld strekken.

Wellicht moeten we de populisten elders zoeken als het om energie gaat. Traditioneel was het bedrijfsleven de grote remmer als het verduurzaming gaat. De energie-intensieve industrie in Nederland heeft jarenlang campagne gevoerd voor goedkope energie om de sector concurrerend te houden. Met succes, want mede dankzij deze campagne viel tien jaar geleden het besluit om nieuwe kolencentrales te bouwen.

Thans laat de energie-intensieve sector bij monde van belangenbehartiger VEMW een ander geluid horen. "Samen op weg naar minder" is het nieuwe motto van de grootverbruikers. VEMW voorziet in een nieuwe visiedocument dat de energievraag van de industrie intensief zal blijven maar de koolstofuitstoot extensief. Inzet van hernieuwbare bronnen moet hiervoor zorgen. Voor een ander deel moet de koolstof worden opgeslagen of hergebruikt. Dit vraagt een forse inspanning van zowel overheid als bedrijfsleven om de noodzakelijke innovaties te financieren.

Waar zijn ze, de populisten in energieland? Volgens Van Dale is populisme "de neiging zich te richten naar de massa van de bevolking". Wat wil het volk in deze? Volgens een enquête van TNS NIPO vindt circa tweederde van de Nederlandse bevolking dat ons land in Europa tot de koplopers in duurzame energie moet behoren en wil driekwart van de bevolking meer investeren in duurzame energie. Interessant is de uitsplitsing van de resultaten naar politieke voorkeur. Bijna 70 procent van de PVV-stemmers kiest ook voor meer duurzame energie en slechts 7 procent van deze groep wil niet dat ons land tot de koplopers in groen Europa behoort.

De conclusie lijkt te zijn dat de volkswil vooral groen gekleurd is. Strikt genomen is voor energie de term populisme wellicht eerder van toepassing op de antikolenlobby dan op de meer bekende single issue partijen in de Twitterdemocratie.

Bert Tieben is hoofd van het cluster Marktwerking en Duurzaamheid van SEO Economisch Onderzoek