Terug naar overzicht
Martien Visser
19 november 2018

Energietransitie in Nederland best betaalbaar

Martien Visser over dat de energietransitie zes procent van het bruto binnenlands product kost en daarmee best te betalen is

Om u meteen gerust te stellen: wij kunnen onze energietransitie goed betalen. Uiteraard, de transitie vergt inspanningen en kost geld. Ook zullen ons gedrag moeten aanpassen. Maar het kan.

 

Terwijl gas, olie en kolen relatief voor het oprapen liggen, moet er voor hernieuwbare energie hard gewerkt worden. Werkgelegenheid. Maar er zijn ook handen aan het bed nodig en onderwijzers voor de klas. We zullen er dus een tandje bij moeten zetten.

 

Over de kosten van de energietransitie lopen de meningen nogal uiteen: van bijna gratis tot bijna onbetaalbaar. Iedereen heeft gelijk. Het hangt namelijk maar net af van welke aannamen je hanteert. Ik noem drie belangrijke.

De eerste aanname betreft ons toekomstig energieverbruik. Blijven we onze huidige levensstijl voortzetten of passen we ons gedrag aan? Wanneer u in de toekomst een weekendje wilt gaan shoppen in Milaan, dan zult u daar fors voor moeten betalen. U kunt natuurlijk ook een weekend gaan fietsen op de Veluwe. Verder wordt wat gespeeld met landsgrenzen. Verplaatsing van energie-intensieve productie naar het buitenland levert ons land veel CO2 besparing op.

 

De tweede aanname betreft de toekomstige kosten van fossiel. Klimaatrekenaars gebruiken afhankelijk van de gewenste uitkomst hoge of lage toekomstige prijzen voor gas, olie en kolen. Aangezien deze prijzen in het verleden sterk gefluctueerd hebben, is voor ieder scenario wel wat te zeggen. Ik gebruik liever huidige prijzen.

 

Tot slot de discontovoet. Kenmerk van hernieuwbare energie is dat je ineens veel investeringen doet, terwijl de baten over een periode van 20 of 30 jaar komen. Hoe waardeer je die toekomstige baten? Op dit ogenblik is de rente veel lager dan vroeger en dus ook de discontovoet. En gebruik je een maatschappelijke discontovoet of een commerciële? Ook hier veel vrijheid waarmee het resultaat sterk wordt beïnvloed.

Het is gewenst en essentieel dat we vol inzetten op kostenvermindering van de transitie

Er zijn talloze studies verschenen over de transitiekosten. Een belangrijke rekengrootheid daarbij zijn de kosten per ton vermeden CO2. Grosso modo blijkt dat 100 tot 200 euro per ton CO2. Dat is lager dan de berekende kosten van klimaatverandering. Aan het werk dus!

 

Voor Nederland is in 2016 een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd, met een vergelijkbare conclusie. Wanneer we voor het gemak 150 euro aanhouden en beseffen dat Nederland naast de officiële 200 Mton CO2, nog eens 50 procent extra CO2 veroorzaakt die we niet meetellen, dan levert dat een kostenplaatje op van 300 Mton x 150 euro = 45 miljard euro per jaar.

 

In de Verkenning Klimaatdoelen van het PBL uit oktober 2017 worden de kosten bij 95 procent CO2-reductie van de officiële CO2-emissie van bijna 200 Mton in 2050 tussen de 17 en 50 miljard euro per jaar geschat. Dat komt overeen met 90 tot 270 euro per ton CO2. De lage schatting geldt voor een scenario met grootschalige import van biomassa en 50 Mton CO2-opslag per jaar. Dat willen we liever niet. De doorrekening door Berenschot van de Gasunie Verkenning kwam uit op 30 miljard euro per jaar in 2050, ofwel 160 euro/ton.

 

Recente ontwikkelingen geven geen aanleiding deze schattingen aan te passen. Aan de klimaattafel gebouwde omgeving wordt voorgesteld de belasting op aardgas met 20 eurocent/m3 te laten stijgen. Hieruit kan worden afgeleid dat de transitiekosten in deze sector minimaal 400 euro per ton CO2 zijn. Aan de industrietafel is het gesteun en gekreun, terwijl de verkeerstafel in het geheel nog geen schattingen heeft afgegeven. Gelukkig worden zon en wind steeds goedkoper. Helaas nemen tegelijkertijd de netwerkkosten toe. Voor offshore windparken na 2030 berekent PBL daarom toch een kostenpost van 160 euro/ton CO2. Ook de recente SDE-ronde is niet hoopgevend. Voor wind op land en zonneweides is respectievelijk 120 euro en 200 euro per ton CO2 aan subsidie nodig en dat is exclusief netwerkkosten. Mogelijk dat de kosten nauwelijks dalen omdat de mooiste locaties al zijn benut.

Vaak worden de kosten van de energietransitie gerelateerd aan het bruto binnenlands product (bbp). Voor Nederland is dat thans 760 miljard euro. De 45 miljard euro vormt dus 6 procent van ons bbp. We kunnen als Nederland onze energietransitie best betalen.

 

Het bbp betreft de uitgaven van burgers, van de overheid en investeringen door bedrijven. Die laatste zullen niet veranderen, immers de bron van onze welvaart. Of de overheid gaat meebetalen is onzeker. Vooralsnog zijn er geen plannen geld vrij te spelen voor de energietransitie door bezuinigingen op onderwijs, defensie, gezondheidszorg of justitie. De burgers zullen daarom een meer dan evenredig deel van de transitierekening moeten betalen.

Dan de groei van het bbp. In 2050 vormt de 45 miljard euro een kleiner deel van het bbp dan nu. Echter, groei van het bbp gaat normaliter gepaard met toename van energieverbruik. Daardoor stijgen de kosten van de transitie. Een forse economische crisis leidt juist wel tot CO2-reductie. We mogen wellicht hopen, maar ons niet te rijk rekenen door groeiverwachtingen.

 

Het is gewenst en essentieel dat we vol inzetten op kostenvermindering van de transitie. In Nederland is dat gewenst. Uiteindelijk kunnen we de overgang naar een CO2-emissieloze toekomst echter best betalen. Voor het klimaat is het echter essentieel. Daartoe is namelijk wereldwijde actie nodig. Dat zal alleen gebeuren wanneer ook de minder welvarende landen de transitieslag kunnen maken.

 

Martien Visser is lector energietransitie & netintegratie, Hanzehogeschool Groningen en manager corporate strategy bij Gasunie. Hij schrijft zijn column op persoonlijke titel. Zijn mening komt niet noodzakelijkerwijs overeen met die van de Hanzehogeschool of Gasunie. Op Twitter is hij actief onder @BM_Visser