Terug naar overzicht
Coby van der Linde
17 mei 2018

Energietransitie: ‘krities’ denken over dynamiek ontluikende markt

Coby van de Linde over dat opkomende energiemarkten een ander reguleringsregime nodig hebben dan het bestaande

In de Groene Amsterdammer van 10 mei las ik een column van Ewald Engelen over de wijze waarop we in Nederland economen opleiden in een wel erg beperkt theoretisch (neoklassiek) raamwerk. Na een rondgang langs wat bachelor economie curricula van verschillende universiteiten is de column misschien wel erg streng, maar een kern van waarheid zit er wel in.

 

Dat is problematisch omdat de soort van economische kennis die we de komende tijd ook nodig hebben in het grote energie-transitiespel, veel eerder ligt op het gebied van incomplete markten, industriële organisatie, asymmetrische informatie (en belangen) en andere, kennelijk niet langer in de academie breed onderwezen gebieden.

 

Ook begrip van wat voor soort regulering bij welke fase van marktontwikkeling past, is een onderwerp dat ik de komende jaren op de agenda zie verschijnen. De lessen die we hebben geleerd van de afgelopen jaren is dat markten alleen de energietransitie niet opgang kunnen helpen en houden. Ook zouden de consequenties van het huidige korte termijn-isme bestudeerd kunnen worden in het kader van het langere termijn publieke belang van energietransitie. Als economen vooral worden opgeleid zodat ze op hoog niveau kunnen knutselen met een dataset, maar die vanwege de transitie verliest aan voorspellende waarde over energiemarkten, dan sturen we onze jonge talenten behoorlijk kreupel de toekomst in. Wat meer aandacht vanuit de economische wetenschap voor allerlei (kwalitatieve) vraagstukken die samenhangen met de energietransitie zou zeer welkom zijn

 

Zelf ben ik van een generatie van de ‘kritiese' wetenschap (ja, ja, zelfs de traditionele spelling werd toen ‘burgerlijk' gevonden en ja, ik ben niet meer zo piep), waarbij allerlei theoretische stromingen met elkaar werden geconfronteerd. Toegegeven, dat is lang geleden en het vertrekpunt was niet de neoklassieke economie maar vaak de marxistische. Zo heeft iedere periode toch zijn eigen favoriete theoretisch vertrekpunt. Maar je werd tenminste onderwezen in de verschillende theoretische stromingen die de economie rijk is en bewust gemaakt van de verschillende analytische denkramen. Voor mij een enorme verrijking.

Er is een overvloed aan vragen te stellen waarop we nog geen goed antwoord weten en waarbij de bijdrage van jonge scherpe geesten zeer welkom is

Bij het vak micro-economie vond ik niet de eerste hoofdstukken van het leerboek (over perfecte markten) de meest interessante, maar juist de laatste, waar alle afwijkingen van het theoretisch ideaal aan de orde kwamen. Ook toen al vond ik economie pas echt leuk worden bij het bestuderen van juist die vraagstukken. Vooral de politiek economische werken uit de jaren dertig van de vorige eeuw waren voor mij bepalend in de vorming van mijn denkraam. Ik heb er mijn hele werkzame leven tot op heden mee kunnen vullen. Nog steeds val ik als een blok voor analyses die buiten de gebaande neoklassieke paden gaan. Nu ben ik een fervent lezer van het werk van Nassim Taleb, die mijn denken steeds weer uitdaagt en dwingt tot herbezinning en her-appreciatie.

 

Waarom schrijf ik dit? De uitdagingen van de energietransitie zorgen ervoor dat we weer moeten leren nadenken over de dynamiek van ontluikende markten, hoe deze een ander reguleringsregime nodig hebben dan het huidige op volwassen markten gerichte reguleringsregime. Er zal een beroep op onze creativiteit worden gedaan om een en ander binnen de Europese wet- en regelgeving te passen. En ook het laatste is niet in steen gegraveerd, zoals is gebleken in de wijze waarop andere EU-landen aanpassing van de regelgeving hebben afgedwongen bij het steunen van de opmars van nieuwe waardeketens. 

 

Er is een overvloed aan vragen te stellen waarop we nog geen goed antwoord weten en de waarbij de bijdrage van jonge scherpe geesten zeer welkom is. Veel van die vragen zijn niet meer technisch van aard, hoewel ook die nog bestaan, maar sociaal en economisch. Wat is bijvoorbeeld de logische volgorde in stappen in de energietransitie? Infrastructuur eerst, of toch nieuwe productie stimuleren en hoe veranderen we de vraag? Welke stap zorgt als een vliegwiel tot verandering van het energiesysteem? Welke stappen werpen struikelblokken op? Snappen we voldoende het verschil tussen statische en dynamische marktbenaderingen? Hoe kwamen nieuwe markten in het verleden eigenlijk tot stand? Zijn daar algemeenheden aan te ontlenen die ons nu kunnen helpen?

 

En wat kunnen we leren van eerdere ontwikkeling van nieuwe waardeketens? Welke rol speelt de overheid in de ontwikkeling van nieuwe waardeketens?  Hoe lang moet overheidssteun duren? Wat is de rol van de verschillende marktspelers? Wat is het verschil tussen het ontwikkelen van bijvoorbeeld de offshore windindustrie met steun van de overheid of als deze industrie vanuit de balans van bedrijven moet worden gefinancierd? Heeft dit consequenties voor de soort van licentiegebieden die we uitschrijven? Waarom hebben we het altijd over kosten en niet over waarde? Wat is de invloed op de concurrentiekracht van sectoren bij prijsconcurrentie en concurrentie op kwaliteit? Wat is de rol van internationale handel in energie bij energietransitie?

 

Het is zo maar een greep, ik heb nog veel meer vragen. Sommige van die vragen over de transitie betreffen onderwerpen die grote maatschappelijke relevantie hebben, waar de economische wetenschap een belangrijke bijdrage aan zou kunnen leveren. Vragen die jonge economen en andere sociale wetenschappers, als ze de kans krijgen, ook enorm interessant vinden. En afgaande op vragen in mijn werkgroepen aan de universiteit, daar graag aan zouden willen snuffelen als ze maar het juiste gereedschap aangereikt krijgen. ‘Krities' denken in een nieuw jasje dus en meer toegesneden op de grote vraagstukken van deze tijd. Net als in de jaren dertig en zeventig toen er multi-theoretisch en -disciplinair gediscussieerd, onderwezen, onderzocht en geschreven werd. Wat let ons eigenlijk?

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)