Terug naar overzicht
Anton Buijs
25 september 2018

Gas is geen zegen, een optimale energievoorziening wel

Anton Buijs over het bewerkstelligen van een verstandige mix voor een betrouwbare, betaalbare en milieuvriendelijke energievoorziening

Niet zo lang geleden vroeg collega Corné Boot van BP mij wanneer ik weer over de ‘zegeningen van het gas' zou schrijven. Op Energiepodium uiteraard. Die opmerking zette mij aan het denken, want ik vind gas, meer in het bijzonder aardgas, helemaal geen zegen, althans niet zonder meer. Zeker, het is lang een zegen geweest voor de Nederlandse economie, ondanks de onnadenkendheid waarmee opeenvolgende Nederlandse kabinetten een groot deel van de opbrengsten aan niet renderende zaken hebben besteed. We horen het vaak: hadden we maar zoals de Noren vanaf het begin een gasfonds gecreëerd, waarmee we in tijden van crisis de economie hadden kunnen stimuleren en in deze tijd de peperdure energietransitie en problemen in Groningen effectiever hadden kunnen aanpakken. Niet gebeurd helaas en gedane zaken nemen in dit geval echt geen keer. De Groningse gaskraan wordt versneld dichtgedraaid. De geldkraan dus ook. Kortom, het zegenrijke is er inmiddels wel af.

 

Maar is aardgas daarom nu een vloek? Nee, natuurlijk niet. Ik ben niet voor niets een van de deelnemers aan het energiedebat die bij elke gelegenheid benadrukt dat we voorlopig niet zonder aardgas kunnen en dat we het - hoe paradoxaal ook - zelfs nodig hebben om CO2-emissies snel te verminderen. Maar dat geldt evengoed voor andere energiebronnen: zon, wind, aard- en restwarmte, hernieuwbaar gas, waterkracht en - niet te vergeten - kernenergie. Werkend voor een bedrijf dat decennia lang het grootste deel van de inkomsten uit het Nederlandse aardgas heeft binnengeharkt, heb ik ongetwijfeld de schijn tegen, maar ik verzeker iedereen die het wil horen dat ik juist daarom niets met gas heb. Ook niet met elektriciteit of gelijk welke energiedrager of -bron uit bovenstaand rijtje. Het zijn middelen die we moeten inzetten om in een basisbehoefte van mensen te voorzien. Ze hebben alle voor- en nadelen. Door ze verstandig te mixen kunnen we een optimale, dat wil zeggen betrouwbare, betaalbare en milieuvriendelijke energievoorziening bewerkstelligen. Dáár heb ik wel wat mee. Heel veel zelfs.

Energietransitie vergt geen Sturm und Drang en al helemaal geen kladderadatsch, maar is een proces dat stap voor stap volgens een plan toewerkt naar een ambitieus doel

Over wat een verstandige mix is, verschillen de meningen. Grondig helaas. Het energie- en klimaatdebat is vervuild door een richtingenstrijd. Technologen menen dat we het zonder nieuwe, innovatieve technologie nooit gaan redden (mee eens, maar daar hebben we nu niet veel aan); grote delen van het bedrijfsleven binden ons op het hart dat we problemen van deze omvang primair aan de markt moeten overlaten (slecht idee; we hebben juist een strak kader van regulering en verstandige subsidies nodig; met name grote beursgenoteerde ondernemingen zullen - met de hete adem van hun op kortetermijn-rendement gerichte aandeelhouders in de nek - op eigen houtje nooit voldoende investeren in duurzame technologie. En de milieubeweging legt alles langs de meetlat van de duurzaamheid (en negeert de negatieve gevolgen van een te snelle omschakeling naar hernieuwbare energie, want dat leidt maar af van de groene geloofsbelijdenis). Het resultaat van dit ideologische slagveld? Veel geruzie en getafel maar bitter weinig vooruitgang.

 

Ik geloof graag dat iedereen met de beste bedoelingen zijn overtuiging als de Enige Ware Weg aanprijst. Maar, zoals een oud Engels spreekwoord ons leert, the road to hell is paved with good intentions. Ik hou me het liefst bij de nuchtere feiten. En die zijn niet zelden juist ontnuchterend. Illustratief hiervoor is de gang van zaken in Duitsland. Mevrouw Merkel, normaal gesproken bepaald geen avontuurlijk type, besloot in 2010 na de kernramp in Fukushima op een achternamiddag de anti-kernenergielobby de wind uit de zeilen te nemen. De Bondsregering kondigde de Energiewende af. Duitsland zou z'n kerncentrales vóór 2022 sluiten en via subsidies fors investeren in wind- en zonne-energie. Doel: een koolstofarme energievoorziening, die voornamelijk leunt op duurzame bronnen. De hoge extra kosten waren voor de burgers, want de industrie in ‘Standort Deutschland' moest worden beschermd. De gevolgen na acht jaar: grote delen van vooral het noorden van Duitsland zijn bespikkeld met windmolens; zonnepanelen zijn in het land de nieuwe dakbedekking. Van de centrale doelstelling, een koolstofarme economie, is echter niets terechtgekomen. De CO2-emissies zijn gestegen, omdat voor de stabiliteit en het niveau van de energievoorziening juist meer kolen en bruinkool is gestookt. De wind waait nu eenmaal niet altijd en de zon verdwijnt geregeld achter de wolken. Deze duurzame bronnen kunnen bovendien onmogelijk het wegvallen van al die broeikasgasvrije kernenergie compenseren. Tel uit je winst.

 

De Bondsregering, inmiddels wakker geworden, probeert het onheil onder meer te keren door haar kaarten op aardgas te zetten. Gasketels van huishoudens die nu nog afhankelijk zijn van laagcalorisch gas uit Nederland, worden, nu de productie hier terugloopt, geschikt gemaakt voor hoogcalorisch gas, voornamelijk uit Rusland. Een speciale rol is weggelegd voor bruinkool, waarvan de productie niet wordt gestopt. Integendeel. Het energieconcern RWE wil ten behoeve van de bruinkoolwinning een oud bos in Noordrijn-Westfalen laten kappen. Dit tot ontzetting van milieuactivisten, die door het bouwen van boomhutten ter plaatse de zaagmachines tevergeefs probeerden tegen te houden. Vermoedelijk zijn het dezelfde mensen die ook tegen kernenergie en aardgas zijn, maar goed, zoals ik al zei, allemaal met de beste bedoelingen. Die boomhutten moesten er uiteraard toch aan geloven, niet omdat ze daar wederrechtelijk waren gebouwd of de plannen van RWE dwarsbomen (!), maar ‘omdat ze niet over een nooduitgang beschikten'. Wie beweert er nog dat Duitsers geen gevoel voor humor hebben?

 

Mevrouw Merkel kan er waarschijnlijk desondanks niet om lachen, want laat je voor één keer je gebruikelijke behoedzaamheid varen, krijg je deze ellende over je heen. Maar ze had het kunnen weten. Energietransitie vergt geen Sturm und Drang en al helemaal geen kladderadatsch, maar is een proces dat stap voor stap moet worden uitgevoerd volgens een plan dat toewerkt naar een ambitieus doel: een klimaatneutrale energievoorziening in 2050 en liefst nog eerder. Welke energiebronnen en -dragers we daarvoor nodig hebben, zal me waarlijk een zorg zijn. Zolang aardgas nuttig blijft, ook om het einddoel te bereiken: blijven gebruiken. Zodra we iets efficiënters en effectievers hebben: direct afdanken.

 

Anton Buijs is Manager External Affairs bij GasTerra