Terug naar overzicht
Heleen de Coninck
4 december 2015

Heleen de Coninck: “Na de top in Parijs begint het pas”

Klimaatonderzoekster: "Uitwisseling van technologie met ontwikkelingslanden essentieel"
Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck onderzoekt de uitwisseling van klimaattechnologie met ontwikkelingslanden. Op de klimaattop in Parijs geeft ze de hele dag door lezingen over haar vakgebied. Haar boodschap vanaf de COP: als landen als Mexico en Indonesië niet kunnen profiteren van de beste technologie, lukt het niet.

Eerst over de stand van zaken in Parijs: in maart zei u in een interview met Energiepodium dat de uitkomst klimaattop al vaststaat. Denkt u daar nog steeds zo over?
"Grotendeels wel. Het proces is bewust opgezet om verrassingen te voorkomen. Bij de vorige grote klimaattop in Kopenhagen toverde gastland Denemarken een vergaand voorstel uit de hoge hoed. Dat viel bij veel landen verkeerd, ze voelden zich buitengesloten. Landen hebben daarom nu vooraf hun bijdrage tegen de opwarming van de aarde bekend gemaakt.

Dat wil niet zeggen dat er geen onzekerheden zijn. Er is een nieuwe lobby op gang om het klimaatdoel niet op maximaal 2 graden opwarming te zetten, maar op 1,5 graad. Die lobby komt waarschijnlijk van een combinatie van de kleine eilandstaten en de NGO's. De kleine eilanden hebben, ondanks hun kleine politieke en economische gewicht, een enorm moreel gezag. Ze realiseren zich dat ze bij twee graden opwarming geen leefbaar land meer hebben. Daarom beroepen ze zich op de principes van internationaal recht. Hun soevereiniteit wordt met opwarming boven de 1,5 graden geschonden, sluipenderwijs door de landen die relatief veel broeikasgassen uitstoten. Echter: het halen van het tweegradendoel wordt al extreem moeilijk. Het is lastig om een koers te ontwikkelen voor 1,5 graad opwarming."
“Tot nu toe is naar Parijs toe vooral onderhandeld over het verhogen van de ambities, maar hierna gaat het debat over het uitvoeren van de afspraken”

Wat vond u van de speeches van de wereldleiders aan het begin van de top?
"Ik moet toegeven dat ik er geen enkele heb gezien. Je krijgt als waarnemer weinig mee van de onderhandelingen. Ik heb hier andere dingen te doen. Ik neem 's ochtends de metro naar het conventiecentrum. Ik ontmoet mensen, zit in panels, vertel over mijn onderzoek en probeer de resultaten daarvan te vertalen naar de onderhandelingen. Ik houd me de hele tijd bezig met de vraag: wat kan de VN met het resultaat van het onderzoek van mij en mijn mede-onderzoekers?

Wat is het belang van onderzoek naar technologieoverdracht?
"De ontwikkelingslanden hebben geloftes afgelegd over mitigatie - het tegengaan van opwarming. Sommigen hebben dat afhankelijk gemaakt van de hoeveelheid steun die ze krijgen van de wereldwijde gemeenschap. Een land als Ethiopië zegt: wij gaan onze uitstoot stabiliseren tussen 2010 en 2030. Dat is enorm ambitieus, want in die twintig jaar groeit de bevolking daar en moet de welvaart nog veel harder groeien. Zonder steun voor institutionele opbouw en techniekoverdracht gaat dat gepaard met een enorme groei in broeikasgasemissies.

Laten we het op onszelf betrekken. In Nederland hebben we het heel moeilijk met het halen van onze klimaatdoelen. We hebben een economie die wordt gevoed door fossiele brandstoffen. De overgang naar een duurzamere economie brengt grote economische en politieke risico's met zich mee. Als we dit wereldwijd willen, dan moet er een lonkend economisch perspectief zijn, voor ieder land. Pas als er in een land als Nederland een substantiële groene technologiesector opstaat, met bijbehorende werkgelegenheid, geloven mensen - en politici - dat het kan en durven ze ambitie te tonen. Dat geldt net zozeer in ontwikkelingslanden als Indonesië en Mexico, alleen is het daar nóg veel moeilijker, omdat de bevolking veel minder hoogopgeleid is en de publieke sector zwakker is. Tot nu toe is naar Parijs toe vooral onderhandeld over het verhogen van de ambities, maar hierna gaat het debat over het uitvoeren van de afspraken. Dat is allesbehalve een sinecure. Na de klimaattop begint het pas echt. Als rijke landen te weinig doen om minder rijke landen daarbij te helpen, kan het fout gaan. Aan de andere kant: geen enkel land heeft belang bij een mislukte top."