Terug naar overzicht
Frans Rooijers
6 oktober 2016

Industrieel elan

Frans Rooijers: "Belasting betalen voor klimaatneutrale economie"
Al jarenlang hebben wij (CE Delft) een ambivalent relatie met de industrie. We doen regelmatig projecten met de koplopers in de industrie en onderzoeken voor hen mogelijkheden om procesvernieuwing of warmtekracht operationeel te krijgen. Zo doen we op dit moment een zogenaamde TRIZ-analyse voor een groot toekomstgericht bedrijf om innovatieve procesvernieuwing te verkennen. Aan de andere kant worden onze rapporten over ETS, vergaande overheidsinstrumenten en vrijstellingen van belastingen voor de industrie, ons niet in dank afgenomen door de brancheorganisaties; die rapporten passen niet in hun lobby. Tot nu toe.
Want ik was blij verrast dat VNO-NCW recent kwam met een duidelijke boodschap dat de industrie in 2050 klimaatneutraal zal moeten zijn en dat er forse investeringen nodig zijn. Om meerdere redenen is dit een stellingname die mij aanspreekt. Hij is toekomstgericht, toont realiteitszin en is voor Nederland essentieel. Dat betekent niet dat VNO-NCW nu is omgeslagen naar dagdromen, de forse stappen worden terdege gezien.
De vraag is waar deze verbouwing van de Nederlandse industrie nu de grootste problemen gaat opleveren? Is dat de techniek, de tijdspanne, het personeel of de kosten?

Technisch betekent het een gigantische verbouwing omdat op dit moment 99% van de industrie gebaseerd is op fossiele brandstoffen met CO2-emissies vrij naar de lucht. Dus alle processen zullen op z'n kop gezet moeten worden. Het meest eenvoudig is nog het substitueren van aardgas naar elektriciteit, daar zijn talrijke technieken van voorhanden zoals membranen in plaats van destilleren, maar dat lukt niet overal tegen aanvaardbare kosten. Bovendien zijn de technieken voor klimaatneutraal nog niet zodanig ontwikkeld dat het nu tegen lage kosten kan gebeuren. De techniekontwikkeling ligt altijd maar een paar slagen voor op de state of the art. Toch zijn er al veel mogelijkheden om forse slagen te maken die nog weinig kosten, maar al snel (globaal boven 25%) leiden de inspanningen tot hogere kosten.

“De crux zit veel meer in de incentives voor de managers”
De tijdspanne is krap. Natuurlijk het kan, maar hoe sneller hoe duurder. In de komende 35 jaar zullen drastische veranderingen moeten plaatsvinden waarbij hele productieprocessen opnieuw ontwikkeld moeten worden. Maar het is eigenlijk geen keuze; fossiel verdwijnt en CO2-neutraal wordt de standaard. Dit zal gebeuren door nieuwe bedrijfjes die beginnen met de niches en later worden opgekocht door de grote jongens, die dan even later hun oude plants sluiten. De elektriciteitssector en de automobielsector zijn daar voorbeelden van. Eerst is het ondenkbaar, maar nu zijn Eneco, E.On, Qurrent de winnaars omdat ze geen of nauwelijks fossiel productievermogen hebben. En Uniper is een soort bad-bank geworden. En ervaringen in deze sectoren hebben laten zien dat het snel kan omslaan. De dieselauto en de kolencentrale zullen in de jaren ‘20 hun laatste draaiuren maken.

Waar haal je het personeel vandaan dat die omwenteling kan voorbereiden, ontwerpen, aanbesteden, bouwen en exploiteren? Dat lukt nog wel denk ik. De crux zit veel meer in de incentives voor de managers. Hoe krijg je de managers zo ver dat ze de vertrouwde wegen verlaten en onbekende paden betreden die de nieuwe wegen van de toekomst zullen worden? Nu al laten de managers rendabele besparingen liggen omdat ze bedrijfszekerheid het allerbelangrijkste vinden.

Maar de grootste uitdaging is om tijdens de verbouwing de concurrentiepositie te behouden, want niet alle industrieën zullen binnen hun markt, even snel het roer omgooien. Klimaatneutraal is uiteindelijk duurder dan fossiel omdat daarvan voorlopig niet de maatschappelijke kosten worden toegerekend. Daar ligt dus een rol voor de politiek om de industrie te helpen CO2-reductie te combineren met behoud van de concurrentiepositie. En dat betekent dat we als belastingbetalers onze bijdrage moeten leveren. Naast een incentive in de vorm van hogere prijzen, via de energiebelasting, zullen de energiekosten voor de bedrijven die internationaal concurreren gecompenseerd moeten worden, en zal het voor multinationals aantrekkelijk moeten worden om hier in Nederland hun innovaties te realiseren. Daarvoor is het onvoldoende om de energiebelasting op slimme wijze weer terug te sluizen, daar zal leergeld bij opgedaan moeten worden. De enige die dat kan betalen zijn wijzelf. En dat zal een paar miljard per jaar gaan kosten! Dat zullen we over moeten hebben voor onze werkgelegenheid en voor een goed draaiende economie. Net zoals we belasting betalen voor onderwijs zullen we belasting moeten gaan betalen voor een klimaatneutrale industrie, daar varen we allen wel bij.


Frans Rooijers is directeur van CE Delft