Terug naar overzicht
Pieter Boot
4 oktober 2017

Kernenergie dilemma voor onze buurlanden

Pieter Boot: "Nederland heeft beeld gekregen van stroomvoorziening die bij ons past"

Onder toeziend oog van het ministerie van Economische Zaken wordt er op vele plaatsen gesproken over alle aspecten van de energietransitie. Veel keuzes zullen nog gemaakt worden, maar op één punt lijkt iedereen het eens: kernenergie hoeft geen onderdeel van de Nederlandse brandstofmix te blijven. Ook Frankrijk heeft nog eens bevestigd het aandeel kernenergie te gaan verminderen. In het Verenigd Koninkrijk is daarentegen besloten met publiek geld nieuwe kerncentrales te bouwen. Onze zuiderbuur België weet niet wat het wil. Maar als daar het licht uitvalt, zal dat ook Nederland raken.

Zonder dat het erg opvalt, lijken we in Nederland overeenstemming te krijgen over de gewenste elektriciteitsvoorziening. Ook een nieuw kabinet zal waarschijnlijk doorgaan met tenders voor windenenergie op zee. Zonne-energie scoort goed in de SDE+ en zolang de salderingsregeling blijft bestaan laten mensen zon-PV op hun daken plaatsen. Met het nu voorgenomen beleid indiceerde de Nationale Energieverkenning 2016 dat in 2035 twee derde van onze elektriciteitsproductie hernieuwbaar zal zijn: voor de helft wind, de rest vooral zon en een klein beetje biomassa, want dat kan je beter inzetten waar het echt nodig is. De kolencentrales gaan ooit dicht en dan hebben we uiteindelijk een mooie combinatie van vooral wind, maar aangevuld door zon en gascentrales waarvan hetzij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen, hetzij draaiend op biogas. Door de kostendaling van wind en zon is dit een schoon en betaalbaar systeem. We hebben 15 jaar om aan systeemintegratie te werken en goede oplossingen te vinden voor overschotten of tekorten van wind en zon. De agenda is helder en spreekt velen aan.

Voor een buitenstaander is dat heel bijzonder. Niemand heeft de keuze zo gemaakt. Op Duitsland ga ik in deze bijdrage niet in, want die moet vooral een oplossing voor de kolencentrales vinden. Het Verenigd Koninkrijk heeft nog iets meer wind en evenveel zon als wij, maar durft een inzet op alleen wind- en zonne-energie niet aan. Een jaar geleden werd besloten een prijsgarantie voor 35 jaar te geven aan twee grote kerncentrales, waarbij de intentie was dat dit het begin van meerdere zou zijn. De prijsgarantie was hoger dan wat Nederland voor wind op zee gaat betalen, ook als je met alle systeemkosten en de noodzakelijke back-up rekening houdt. Vier bouwstenen is echter wel robuuster dan drie. Vermoed wordt dat het Britse besluit ook niet alleen werd ingegeven door energiepolitieke, maar evenzeer door defensie overwegingen: zonder grondige kennis van alle aspecten van kernenergie kan je geen kernonderzeeërs laten varen en dat wordt in het VK noodzakelijk geacht. Maar ook de Britten weten ongeveer wat ze willen.
“De Fransen worstelen met lastige keuzes en in België is men ten einde raad”

Veel moeilijker ligt dat in Frankrijk en België. Het probleem is hier de kernenergie. De Fransen hebben op papier hun agenda. Het aandeel kernenergie in de elektriciteitsvoorziening moet in 2025 de helft zijn, tegen zo'n driekwart nu. Er moeten 18 van de 58 kerncentrales dicht. Ter vergelijking: in gigawatten is deze afname groter dan de kernenergie uitstap in Duitsland. En dat is nog niet alles. De resterende kerncentrales naderen in 2025 het einde van de levensduur en ze moeten hetzij sluiten, hetzij grondig moderniseren. Moderniseren is economisch aantrekkelijker, maar kost veel geld. Frankrijk staat voor een bijna onmogelijke opgave: vol inzetten op wind en zon, afbouwen van de eerste nieuwe kerncentrale die maar niet gereed komt, beslissen of er dan nog meer komen. Dan staat het sluiten van de oudste bestaande centrales op de agenda. Daarvoor zijn zelfs volgens het Franse parlement te weinig middelen voorzien. Zet Frankrijk in op een reeks nieuwe kerncentrales? Als het defensie argument ook hier geldt en als er enig idee zit achter de overname van Areva door EdF kan dat moeilijk anders. Dat zullen dan Franse centrales worden, hoewel Finland laat zien dat een nieuwe Russische kerncentrale naar verwachting veel goedkoper is.

De onzekerheid in België doet die in andere landen verbleken. Wettelijk is daar vastgelegd dat in 2022-2025 de kerncentrales uit bedrijf gaan, die nu voor de helft van de elektriciteitsmix zorgen. Er is een ontsnappingsclausule: als de leveringszekerheid in gevaar komt, kan het besluit opnieuw worden bezien. Enkele van de centrales zijn evident aan het eind van hun levensduur. Levensduurverlenging is waarschijnlijk niet voor alle mogelijk. En wat dan? Sommige scenario's voorzien in 2030 (naast import) de helft hernieuwbaar en de andere helft gas. Wie gaat die gascentrales bouwen zonder een duidelijk beleidskader? De nucleaire lobby laat uiteraard zien hoeveel de broeikasgasemissies dan toenemen en hoeveel beter het zou zijn om nieuwe kerncentrales te bouwen - maar die zijn in 2025 niet gereed. En willen de individualistische Belgen nog wel zulke centraal geleide investeringen? Nederland is al een grote elektriciteitsexporteur naar België, maar we kunnen er beter rekening mee houden dat de vraag daar sterk zal stijgen. België werkt al een tijd aan eigen Energieagenda, maar de werkelijkheid is er een van - afhankelijk van je inkleuring - onzekerheid of paniek.

Zonder dat we het doorhadden heeft Nederland in vergelijking met ons omringende landen een beeld van de toekomstige elektriciteitsvoorziening gekregen dat ons past. De Engelsen komen er tegen wellicht hogere kosten ook wel uit. De Fransen worstelen met lastige keuzes en in België is men ten einde raad. Alle reden om ook over de energietransitie eens rond de tafel te gaan zitten.

Pieter Boot is Hoofd sector Klimaat, Lucht en Energie bij het Planbureau voor de Leefomgeving