Terug naar overzicht
Sible Schöne
13 april 2016

Klimaatneutrale energievoorziening vergt reeks maatregelen

Sible Schöne: "Helder langetermijndoel biedt investeerders broodnodige zekerheid en resulteert in lagere kosten"

De Bezinningsgroep Energie heeft in het kader van de Energiedialoog 11 voorstellen gedaan om te komen tot een klimaatneutrale energievoorziening. Deze voorstellen zijn ook neergelegd bij de commissies die de verkiezingsprogramma's opstellen voor de Tweede Kamerverkiezingen volgend jaar. De aanbevelingen richten zich op een aardgasvrije gebouwde omgeving, een klimaatneutrale elektriciteitsvoorziening en een concurrerende en groene industrie. 

 

Voor een klimaatneutrale gebouwde omgeving zijn twee maatregelen van essentieel belang.  

De eerste is dat aardgas voor de gebouwde omgeving fors duurder moet worden. Anders zijn aantrekkelijke proposities om over te stappen onhaalbaar. Het kan door de energiebelasting stapsgewijs te verhogen van nu € 0,25/m3 naar circa € 0,50 per m3. Groengas wordt vrijgesteld van ODE-heffing (Opslag Duurzame Energie) en energiebelasting. Dit alles kan kostenneutraal voor de burger door bijvoorbeeld een hogere heffingskorting en verlaging van de inkomstenbelasting.

 

De tweede maatregel is dat gemeenten een regierol krijgen om met gebouweigenaren en -gebruikers, netwerkbedrijven en installatiebedrijven de lokale verwarming van de toekomst te plannen. De keuze voor de vorm van de nieuwe warmtevoorziening wordt lokaal gemaakt, maar vastgelegd wordt dat het uiterlijk in 2050 CO2-neutraal moet zijn. Het aardgasnet zal daardoor in veel bestaande buurten gaandeweg verdwijnen. Hiervoor is een wettelijke verplichting nodig, om in of bij alle bestemmingsplannen van gemeenten en in alle infrastructuur(her)investerings-plannen van netbeheerders verplicht een strategie voor "CO2-neutraal in 2050" op te nemen. 

 

Een klimaatneutrale elektriciteitsvoorziening kan dichterbij worden gebracht door het stellen van een nationale doel voor hernieuwbare energie van minimaal 50% hernieuwbaar opgewekte elektriciteit in 2030. Door een helder langetermijndoel vast te leggen, bieden we investeerders de broodnodige zekerheid en kunnen kostenreducties gerealiseerd worden. Het accent zal daarbij liggen op wind op zee en in toenemende mate ook op zonne-energie. De tweede maatregel is de instelling van maximale CO2 emissie-eisen voor elektriciteitscentrales, van maximaal 350 g/kWh in 2030 en geleidelijke verdere aanscherping na 2030.  

“Netbeheerders moeten ruimte krijgen om te experimenteren met flexibele netwerktarieven voor elektriciteit”

Flexibilisering van het elektriciteitssysteem is een vereiste om verandering in vraag en aanbod op te kunnen vangen en om de kosten ook daadwerkelijk te kunnen leggen bij de veroorzaker van de kosten. Naast de flexibilisering van leveringstarieven is flexibilisering van de netwerktarieven van belang. Netbeheerders moeten de ruimte krijgen om te experimenteren met flexibele netwerktarieven voor elektriciteit. 

 

De versterking van het Europese emissiehandelssysteem (ETS) is essentieel om te komen tot een concurrerende, groene industrie. Dat kan door het CO2 plafond omlaag te brengen met 3% per jaar, een bodemprijs voor CO2 te introduceren van €25 in 2020, €50 in 2030, het percentage te veilen, rechten te verhogen van circa 50% nu naar 100% in 2030, industrie en elektriciteitsproductie in het ETS scherper te scheiden en de extra CO2-reductie als gevolg van subsidies voor hernieuwbare energie en de CO2 emissie-eisen voor elektriciteitscentrales te neutraliseren door het verwijderen van de vrijgekomen emissierechten uit het totale emissiebudget.

 

Bovendien moeten de Europese emissienormen voor CO2 in de industrie versneld worden aangescherpt; waar dit teveel internationaal concurrentienadeel oplevert voor bestaande industrie kunnen overheden de maatregelen subsidiëren. Verder is het nodig CCS (opslag en afvang van CO2) als optie voor de industrie de komende 5 jaar te onderzoeken en te stimuleren met enkele grote, gesubsidieerde pilots en daarna met beleidsmaatregelen geleidelijk wordt afgedwongen. CCS in combinatie met biomassa moet ook negatieve CO2-emissies mogelijk maken. 

 

Tot slot pleit de Bezinningsgroep Energie ervoor dat Nederland zich ervoor beijvert bovenop de Europese interne doelstelling van minimaal -40% in 2030 ook een extra 5-10% CO2 reductie te realiseren in ontwikkelingslanden door de EU. Nederland kan daarin het voortouw nemen en via deze nieuwe marktmechanismen substantiële bijdragen leveren aan duurzame economische ontwikkeling in ontwikkelingslanden.  

 

Sible Schöne, voorzitter Bezinningsgroep Energie 

 

Download de notitie ‘Naar een klimaatneutrale energievoorziening' hier.