Terug naar overzicht
Willem Wiskerke
7 november 2016

Kolencentrales openhouden vanwege negatieve emissies is irrationeel

Greenpeace: "Biomassa inzetten in sectoren die minder of geen alternatieven hebben"

Sinds in Parijs vorig jaar ambitieuze klimaatdoelen werden afgesproken hoor ik steeds vaker een opvallende redenering terugkomen: om de opwarming te beperken tot ver onder de twee graden kunnen we niet om ‘negatieve CO2-emissies' heen. Daarom zouden we de kolencentrales juist niet moeten sluiten, maar hout laten stoken, waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen: Bio-Energy Carbon Capture and Storage, oftewel BECCS. Op die manier produceren we energie waarbij er netto CO2 uit de lucht wordt gehaald. Niet alleen usual suspects RWE en Uniper hoor ik dit roepen. Ook Sible Schöne van HIER klimaatbureau betoogde dit onlangs nog eens in een column op Energiepodium van 1 november.

Bij mij dringt vooral de vraag zich op waarom de beschikbare biomassa en het beschikbare CO2-opslagpotentieel dat er is, per se in kolencentrales zou moeten worden verenigd, juist nu sluiting op de politieke agenda staat?
“Biomassa die verdwijnt in omgebouwde kolencentrales is niet meer beschikbaar voor andere sectoren”

Het wereldwijde biomassapotentieel is erg beperkt. In het Energy Revolution Scenario van Greenpeace zit pakweg 15% bio-energie in 2050. Dat is ongeveer 80 exajoule (80.000 petajoule).
De laatste jaren zie ik steeds meer scenario's opschuiven naar de voorzichtige kant, zo rond de 100 exajoule als wereldwijd duurzaam potentieel. Dat komt doordat met de productie van biomassa enorm veel land is gemoeid. Om al het hout voor (maximaal) 25 petajoule meestook in kolencentrales uit het Energieakkoord op een relatief duurzame manier bij elkaar te rapen, is een stuk gemengd bos nodig ter grootte van 2 keer heel Nederland. Daarmee produceer je dan 1,2% van de Nederlandse energievraag. Vandaar ook dat milieuorganisaties een plafond op meestook in het Energieakkoord hebben geëist en FSC-certificering als randvoorwaarde. Neem je mee dat biomassa vooral gaat over duurzaam landgebruik, met een sociale en politieke context, waar mensen en dieren verblijven en dat ook nodig is voor voedselproductie en het vastleggen van CO2, dan blijft er veel minder ruimte over voor biomassa. Het zal nog een enorme moeite kosten om ervoor te zorgen dat er in 2050 80 exajoule bio-energie op een duurzame manier kan worden geproduceerd.

Biomassa die verdwijnt in omgebouwde kolencentrales is niet meer beschikbaar voor andere sectoren, waar dan de CO2-uitstoot dus minder wordt verlaagd. Daardoor leidt BECCS netto helemaal niet tot negatieve emissies, want er is onvoldoende biomassa om dat te bewerkstelligen voor alle sectoren. Juist in de elektriciteitssector hebben we voldoende alternatieven zoals zon en wind; laten we biomassa inzetten in sectoren die minder of geen alternatieven hebben.

De belofte van BECCS als toekomstige CO2-stofzuiger die onze problemen zal oplossen is ook gevaarlijk, omdat het de urgentie uit het klimaatdebat haalt. Een recent rapport van het NewClimate Institute concludeert dat Nederland de uitstoot van CO2 uiterlijk in 2035 naar nul moet hebben gebracht om in lijn te zijn met het Parijsakkoord. Dat betekent dat we nog maar minder dan 20 jaar hebben. Dat kan, maar dan is het wel alle hens aan dek. Willen we mondiaal 10 jaar later naar nul CO2, door de inzet op BECCS, dan is een hoeveelheid extra biomassa nodig gelijk aan het energieverbruik van de Verenigde Staten, zo becijferde NewClimate. Dat kan dus helemaal niet. Het NewClimate Institute adviseert daarom dat juist op de korte termijn veel CO2-reductie nodig is om de rest van de economie tijd te geven om naar nul uitstoot te komen. Het meest logische om dan te doen is het direct sluiten van alle kolencentrales. CCS kan eventueel nuttig zijn voor industrieën die we nog wel even nodig hebben, zoals staal of cement.

Willem Wiskerke is Campaigner klimaat & energie bij Greenpeace Nederland. Op Twitter is hij te volgen via @Willem_GP.