Terug naar overzicht
Rob Aalbers
16 februari 2015

Luchtvervuiling maakt schokkend aantal slachtoffers

Onderzoekers: "Stel luchtkwaliteit meer centraal in debat over energie van de toekomst"
Nederlanders sterven gemiddeld negen maanden eerder door slechte luchtkwaliteit. De belangrijkste oorzaak zijn stoffen die vrijkomen bij verbranding, zoals zwavel, stikstof en fijn stof. Het is tijd voor een groot debat over luchtvervuiling en de energievoorziening van de toekomst, vinden onderzoekers Corjan Brink en Karel van Velze (Planbureau voor de Leefomgeving) en Rob Aalbers en Johannes Bollen (Centraal Planbureau).

Bewijs snel sterker
Voor de schadelijke effecten van fijn stof zijn pas rond het jaar 2000 indicaties gekomen, stelt Johannes Bollen. "Sindsdien is door nieuwe onderzoeken het bewijs snel toegenomen. Er wordt steeds meer gekeken naar kindersterfte. Dat is helemaal dramatisch. Dan heb je het niet meer over iemand die een paar maanden eerder doodgaat, maar over een heel mensenleven."

De concentratie fijn stof is hoger in stedelijke gebieden. "Mensen die in de stad wonen leven gemiddeld nog eens een maand tot anderhalve maand korter", berekent Karel van Velze. Op de Waddeneilanden is de lucht voor Nederlandse begrippen schoon. "Wie daar woont, leeft gemiddeld tot een half jaar langer dan iemand die woont op een erg ongunstige plaats met veel sterke emissiebronnen in de directe omgeving. Denk aan iemand die woont in een grote stad, aan een snelweg én een waterweg."
“Vroegtijdige sterfte kan in 2030 gehalveerd zijn”
Effectief te bestrijden
Volgens de onderzoekers is luchtvervuiling effectief te bestrijden. Bollen: "Als we een streng pakket aan maatregelen tegen luchtvervuiling aannemen, kunnen we in Europa het aantal vroegtijdige sterfgevallen door luchtverontreiniging in 2030 met de helft verminderen. Daarvoor moet je oude kolencentrales sluiten, overgaan van kolen naar gas, strengere eisen stellen aan automotoren en efficiënter met je energie omgaan. Ook valt heel veel te winnen door elektrisch te rijden binnen steden. Dat kost natuurlijk veel geld, maar de gezondheidswinst is enorm. Dat maakt de potentiële opbrengst van beleid tegen luchtvervuiling ongekend groot."

Je kan echter niet alle fijn stof wegnemen, zegt Van Velze. "Een deel van de concentratie is niet of heel moeilijk vermijdbaar. Denk aan zeezout, bosbranden en uitstoot buiten Europa."

Harder ingrijpen
Corjan Brink stelt dat er een nieuwe fase is aangebroken in het Europese luchtbeleid. "Dertig jaar geleden maakten we ons zorgen om zure regen, maar dat probleem is grotendeels opgelost. Tot nu toe is de luchtkwaliteit vooral verbeterd door het verplichten van technische maatregelen, zoals het plaatsen van filters bij energiecentrales en katalysatoren bij auto's. Dat is vrij goedkoop en makkelijk uit te voeren beleid. De luchtkwaliteit in Europa is hierdoor sterk verbeterd en zal de komende 15 jaar nog verder verbeteren. Maar de meeste van dit soort end-of-pipe maatregelen zijn nu wel genomen. Het laaghangende fruit is geplukt. Je ontkomt voor verdergaand beleid niet aan strengere normen en harder ingrijpen. Dat betekent dat je de meest vervuilende centrales gaat sluiten en dat energie-intensieve producten duurder worden."

Nieuw debat
De onderzoekers vinden dat luchtkwaliteit meer centraal moet komen te staan in het debat over de energievoorziening van de toekomst. Bollen: "In Europa ligt de focus van het energiebeleid sterk op de vermindering van CO2-uitstoot, en maar mondjesmaat op schone lucht. Maar als je wereldwijd kijkt waar vooruitgang wordt geboekt, dan is dat bij lucht. In klimaatonderhandelingen is nauwelijks progressie, terwijl het luchtbeleid van de afgelopen dertig jaar een enorm succesverhaal is. Er worden elke keer nieuwe normen afgesproken, en die worden gehandhaafd ook. Als je die lijn doortrekt, dan zie je een toenemend belang van beleid voor luchtkwaliteit."
“Een vergaande vermindering van fijn stof, stikstof en zwavel betekent automatisch minder CO2”

Lokaal probleem
"Een deel van het succes komt doordat luchtvervuiling een lokaal probleem is", stelt Rob Aalbers. "Als je klimaatverandering wil tegengaan, moet je met tweehonderd landen een akkoord sluiten. Als je de luchtkwaliteit van je stad wilt verbeteren, dan kan de gemeenteraad dat morgen beslissen. De eerste tekenen daarvan zie je al, bijvoorbeeld met milieuzones voor auto's in Duitse steden en de congestion charge in Londen. Binnen een jaar kan je tastbare resultaten hebben."

"In de VS en China staat luchtkwaliteit wel centraal. Daar wordt het door veel mensen belangrijker gevonden dan klimaatbeleid. Dat komt bijvoorbeeld door protesten tegen smog in Beijing", zegt Corjan Brink. "Het is echter niet óf een schone lucht, óf klimaatverandering tegengaan. Luchtbeleid kan de rol van klimaatbeleid deels overnemen. Dat blijkt ook uit ons onderzoek. Een vergaande vermindering van fijn stof,  stikstof en zwavel betekent automatisch minder CO2. Zo kan streng luchtbeleid een belangrijke pijler zijn onder de transitie naar een koolstofarme energievoorziening in Europa. Het is echter niet vanzelfsprekend dat het deze kant op gaat. Streng luchtbeleid geeft enorme gezondheidswinst, maar economisch gaat het pijn doen."