Terug naar overzicht
Frans Rooijers
13 juli 2017

“Risico’s energiemarkt moeten helder en kleiner”

Frans Rooijers: "Eerst de markt op gang, daarna conflicterende belangen in dialoog"
Hoe kunnen we in 30 jaar de complete energievoorziening verbouwen terwijl de winkel open blijft, oftewel de betrouwbaarheid en betaalbaarheid bovenaan staan en het toch duurzaam wordt? En dat terwijl de burger steeds mondiger wordt en er het zijne van vindt. Het lijkt alsof het over technieken gaat, over windenergie, over CO2-opslag, over aardgaswinning, over grootschalige warmtenetten. Achter al deze technische debatten zitten echter verschillende visies op belangen en snelheid van die transitie. Er is ook (oud) zeer over het optreden van de overheid, het meest duidelijk bij de burgers die schade ondervinden van de gaswinning. Maar ook bij burgers die zich niet serieus genomen voelen, waarbij sommigen zich alleen gehoord voelen als de overheid precies doet wat zij inbrengen via inspraakavonden en zienswijzen. Dat is echter meer de verwende burger, die niet bereid is de afweging van de overheid te volgen als die zijn belang ondergeschikt maakt.

Nog te lang heeft de overheid de gevestigde belangen het hand boven het hoofd gehouden zonder expliciet te maken dat zij een afweging van belangen maakt. Het is nodig dat we begrijpen dat er meer meespeelt dan ieders individuele belang. Wij zijn gebaat bij collectieve belangen zoals een florerend bedrijfsleven en een betrouwbare energievoorziening. Dat betekent niet het bedrijfsleven zoals het nu functioneert behouden blijft. Dat zal door aanpassing van de marktregels fors moeten veranderen.
“Risicodragend geld is hard nodig.”

Een belangrijk aspect van de energietransitie is dat er veel, heel veel geïnvesteerd moet worden in nieuwe kabels (wind op zee), isolatie, warmtepompen, warmtenetten, zon/windinstallaties, noem maar op. Aan de andere kant is geld op dit moment zeer goedkoop, dus lijkt dat geen probleem. Pensioenfondsen, groenfondsen willen graag investeren in duurzame technieken. Maar zo eenvoudig is het niet. De rendementen moeten zo hoog mogelijk, want de pensioenen mogen niet worden afgewaardeerd en de risico's moeten tot een minimum beperkt worden. Tegelijkertijd is het subsidiebeleid van de overheid erop gericht om te grote of overwinsten op duurzame energie te voorkomen. De SDE+ (subsidieregeling voor duurzame energie) houdt bijvoorbeeld rekening met een winstopslag, maar het zijn geen forse bedragen. Wie neemt dan het risico dat bijvoorbeeld een nieuwe industriële circulaire techniek toch niet gaat opleveren wat verwacht wordt? Investeerders hebben een mix nodig van risico en forse resultaten. Risicodragend geld is hard nodig.

In tegenstelling tot de Vlaamse overheid hebben we hier geen risicodragende participaties, terwijl dat is wat nodig is. De industrie neemt het risico om een veelbelovende business case te ontwikkelen, stopt er veel ontwikkelingstijd in en ook (risicodragend) geld. Dat is meestal te weinig, en banken nemen dat risico niet graag over. De participerende overheid is een uitkomst.

Naast verandering van de marktregels is de eerste prioriteit om echt een business case te krijgen zonder subsidie. Als er een aantrekkelijke markt is voor verduurzaming dan zal er veel minder gezeur zijn over allerlei overheidsprojecten waar veel subsidie in gaat en zullen vele partijen geld stoppen in die projecten, kijk naar de aantrekkelijke windprojecten.

Om de risico's helder en kleiner te maken, is het noodzakelijk om de markt op gang te brengen en vervolgens de conflicterende belangen in dialoog tot een oplossing te brengen. In die volgorde. Dus geen accent op het tegen de markt in realiseren van technische projecten (met veel ad hoc subsidie of vrijstelling van betaling van schade), maar structurele verbetering van de markt & dialoog. In die volgorde.

Frans Rooijers is Directeur van CE Delft