Terug naar overzicht
Hans van Cleef
19 juli 2018

Rupsje Duurzaam wordt vlinder mits burger weet wat ontpoppen kost

Hans van Cleef over dat het zaak is dat Den Haag de burger duidelijkheid biedt over het effect van de energietransitie in zijn portemonnee

De inkt van het klimaatakkoord was nog niet droog, of veel partijen buitelden alweer over elkaar heen met de stelling dat het resultaat ronduit teleurstellend is, beslissingen vooruitschuift, weinig ambitie kent, de industrie ontziet, et cetera. Volgens de milieuorganisaties gaan deze voorstellen ons net in Antwerpen brengen, terwijl we naar Parijs moeten. Kortom, Rupsje Nooitgenoeg in optima forma. Een optimistischer lezer ziet dat de CO2-reductie van 49 procent in 2030 nooit betwist is, dat alle partijen aan tafel zijn blijven zitten en dat de voorstellen - hoewel soms niet meer dan ruwe inventarisaties - door al deze partijen ogenschijnlijk gesteund worden. 

 

Wie het boek van Rupsje Nooitgenoeg kent, weet dat het eindresultaat mooi zal zijn. Ook de energietransitie kan zich ontpoppen als een vlinder. Net als bij rupsen geldt ook hier dat een transitie niet van de een op andere dag is gerealiseerd. En een goede verstaander weet dat als je vanuit Den Haag naar Parijs wilt, het logisch is om via Antwerpen te reizen. 

In het regeerakkoord werden sommige afspraken al gemaakt, maar nog lang niet alle. Veel details zouden in het klimaatakkoord moeten worden afgetikt. Nu komt de opdracht per kerende post weer terug op het bordje van de minister.

 

Diverse tafels hebben een richting aangegeven, maar vooralsnog afgezien van rigoureuze besluitvorming en transformaties van bestaande situaties. Enkele andere tafels kwamen wel met concretere plannen, die deze zomer door CPB en PBL kunnen worden doorgerekend. Links- of rechtsom, klimaatbeleid is uiteindelijk politiek. Polderen werkt tot op zeker hoogte. Toch moeten de echt lastige knopen worden doorgehakt in de Trêveszaal. Daar zal onze regering de afweging moeten maken tussen nationaal klimaatbeleid in het internationale spectrum aan de ene kant, en de gevolgen voor de portemonnee van de Nederlandse burger aan de andere kant. 

Net als bij offshore wind en zonnepanelen krijg je schaalgrootte door de kosten juist wél altijd in het vizier te houden

Minister Wiebes zei tijdens de presentatie van het akkoord "liefde gaat door de maag, draagvlak door de portemonnee". En dat is absoluut waar. Toch is het bespreken van de kosten nog steeds een lastige kwestie. Direct wordt er, soms terecht, gesteld dat er ook opbrengsten zijn. Ed Nijpels, voorzitter van de klimaattafels, wees tijdens zijn presentatie van het klimaatakkoord mede op economische groei, extra banen en innovatie. Daarnaast voorkomen we met deze investeringen klimaatschade. Toch is de discussie over deze initiële investeringskosten in Nederland lastig. 

 

Want hoewel die opbrengsten er natuurlijk wel degelijk zijn, zien we die vaak niet direct, en/of niet per se in ons land. Tegelijkertijd zullen banen in andere branches binnen de Nederlandse energiesector - zoals bij gasproductie, of bij kolencentrales - verloren gaan en zal de transitie in eerste instantie geld kosten. Dat maakt het politiek lastig. Hoe deze kosten verdeeld worden, is een politieke keuze. Dat vergt inkomensbeleid naast klimaatbeleid. Deze initiële kosten komen altijd voor rekening van de burgers - direct of indirect via belastingen. Ook het bedrijfsleven moet haar ‘fair share' van de kosten dragen. Maar die kosten worden natuurlijk weer (deels) doorbelast aan de eindgebruiker, de consument, oftewel de burger.

 

Nijpels zei dat de vervuiler moet betalen en dat het klimaatakkoord alleen succesvol wordt als iedereen meedoet. En dat is precies waar emotie om de hoek komt kijken. Want als draagvlak via de portemonnee gaat, is het zaak om de burger duidelijkheid te geven. Duidelijkheid over het effect op zijn vrij besteedbaar inkomen. Want de trein naar Antwerpen rijdt niet gratis. We gaan ook deze eerste etappe in onze portemonnee merken. De kost gaat voor de baat uit en de reis mag best wat kosten. Maar laat de reiziger niet in het ongewisse over de reiskosten. Dan wordt hij onzeker en verliest hij vertrouwen. 

 

Als je een goed alternatief stimuleert creëer je vanzelf een markt. Net als bij offshore wind en zonnepanelen krijg je schaalgrootte door de kosten juist wél altijd in het vizier te houden. Bij mobiliteit en gebouwde omgeving - dat wat de burger direct raakt -  zal je de benodigde schaalgrootte om Parijs te halen ook pas echt gaan zien als de kosten snel dalen en het comfort minimaal gelijk blijft. Laten zien dat iets werkt en wat het kost is vele malen sterker dan het blijven wijzen op dingen die anders zouden moeten. Zeker in de discussie over de energietransitie die bol staat van emoties. Alleen dan zal duurzaamheid echt kunnen transformeren van een modewoord in een levensstijl, oftewel van een rups in een vlinder.

 

Hans van Cleef is senior energie econoom bij ABN AMRO Bank, @ABNAMROeconomen. Op Twitter is hij actief onder @hansvancleef