Terug naar overzicht
Olof van der Gaag
5 september 2018

Succes klimaattafels staat of valt met verdeling van de kosten

Olof van der Gaag over de spannendste vraag voor de ‘klimaattafelaars': wie betaalt en hoe regel je dat?

We zullen hier een redelijke balans in moeten vinden. Dat kan weleens bepalend zijn voor het succes van het klimaatakkoord en voor de bereidheid van alle deelnemers (van industrie tot NGO's) om voor de Kerst inderdaad hun handtekening te zetten.

  

Alle klimaattafelaars van Nederland kunnen zich weer verzamelen voor de tweede helft. De tweede helft die vaak bepalend is, zagen we op het WK voetbal. In afwachting van het tussenrapport van het Planbureau voor de Leefomgeving en de ‘appreciatie' door het kabinet en Tweede Kamer zijn de eerste klimaattafels al weer ingepland.

Dit is hoe ik zelf kijk naar de tussenstand. Een goede klimaattafel beantwoordt drie vragen:

 

1.      Welke (technische) mogelijkheden zijn er om de beoogde CO2-reductie te bereiken?

2.      Wat is daarvoor nodig, financieel, ruimtelijk, organisatorisch?

3.      Hoe betaal en regel je dat?

 

Het goede nieuws: alle tafels hebben vraag één beantwoord en er is potentie genoeg. De klimaatdoelen zijn dus prima realiseerbaar. De lat ligt zeker niet te hoog; het komt aan op de wil om het dan ook te doen en daarbij te zorgen voor de benodigde maatregelen en afspraken.

 

De stap van woorden naar daden loopt via vraag twee: wat is er nodig om de potentiële CO2-reductie ook echt tot stand te brengen? De financiële kant daarvan wordt vermoedelijk de kern van het debat. De transitie is goed te doen, maar kost op korte termijn meer dan doorgaan met onze fossiele energievoorziening. De kosten daarvan zijn via klimaatverandering uiteindelijk natuurlijk veel te hoog en menselijk en ecologisch onaanvaardbaar. Dat neemt niet weg dat verandering wat kost. Een stukje van onze economische groei, niet meer dan we jaarlijks aan roken besteden, zegt minister Wiebes hierbij opgewekt.

 

Een rondje langs de tafels: bij elektriciteit, gebouwde omgeving en industrie zijn deze kosten al behoorlijk in beeld gebracht. Bij landbouw en zeker mobiliteit moet hier nog het nodige voor worden gedaan. De mobiliteitstafel heeft hier deze zomer hard aan doorgewerkt. Alle reden om te verwachten dat dit snel goed komt: met alle onzekerheden is er voldoende kennis en bereidheid om ook deze vraag goed te beantwoorden.

Er zal weinig maatschappelijke steun zijn om de industrie geheel door de transitie heen te subsidiëren

De spannendste vraag wordt dus vraag drie: wie betaalt dat en hoe regel je de juiste incentives voor de markt zodat je je doelen haalt? Hier lopen de tafels nog verder uit elkaar. De tafel elektriciteit en gebouwde omgeving zijn een eind gekomen: er is al een redelijke consensus over een mix van kostenreductie, beprijzing, normering en subsidiëring die de transitie flink vooruit kan helpen. Nog veel uit te werken, maar een uitstekende basis. Bij landbouw en mobiliteit moet hier nog veel meer worden uitgewerkt en uitgediscussieerd. Dat zal niet makkelijk zijn, onder andere omdat de politieke gevoeligheid groot is. De discussie over bijvoorbeeld een kleinere veestapel of een kilometerheffing mag rekenen op de nodige politieke ‘njets', hoezeer ze ook nodig zijn.

 

De industrietafel heeft deze vraag ook nog niet beantwoord. De mix aan potentiële oplossingen (vraag 1) oogt pragmatisch en zinnig: van elektrificatie en duurzame warmte tot energie-efficiency en een veel bescheidener plek voor CO2-opslag. De kosten (oplopend tot een miljard per jaar) betekenen ook dat dit een goede koop is voor ruim 14 Megaton CO2-reductie. Maar wie betaalt dat miljard? Ik pleit voor een ‘toekomsttientje': als de industrie 10 euro per ton CO2 betaalt, levert dat een half miljard op en is het redelijk om de overheid te vragen dit bedrag te matchen. Zo kan de industrie snel de transitie inzetten, met behoud van concurrentiepositie én draagvlak.

 

Omdat de industrie nu zo weinig betaalt voor haar vervuiling; omdat de andere tafels al het nodige vragen van burgers en MKB-ers; en door de felle discussie over de dividendbelasting, zal er weinig maatschappelijke steun zijn om de industrie geheel door de transitie heen te subsidiëren. We zullen hier een redelijke balans in moeten vinden. Dat kan weleens bepalend zijn voor het succes van het klimaatakkoord en voor de bereidheid van alle deelnemers (van industrie tot NGO's) om voor de Kerst inderdaad hun handtekening te zetten.

 

Olof van der Gaag is directeur bij de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). Op Twitter is hij te volgen onder@olofvdgaagDe NVDE is een ondernemersorganisatie van ruim 1.000 bedrijven voor 100% duurzame energie