Terug naar overzicht
Jan Paul van Soest
2 mei 2018

Tafeltje, dek je: klimaat-gepolder als alternatief voor paardenmiddel

Jan Paul van Soest over Klimaattafel-tragiek en de onhaalbaarheid van de tweegradendoelstelling

De onderhandelingen over het toekomstige klimaat- en energieakkoord zijn begonnen. Dat gebeurt aan vijf 'tafels': gebouwde omgeving, elektriciteitsvoorziening, mobiliteit, industrie, en landbouw & landgebruik. Elk van die tafels kent subtafels, bijzettafels en uitschuiftafels, en er is een overkoepelende tafel, het Klimaatberaad. Rond de zomer moet er een eerste akkoord op hoofdlijnen liggen. De website klimaatakkoord is er in elk geval alvast.

 

De tragiek is dat een akkoord dat langs deze lijnen ontstaat natuurlijk nooit plannen kan opleveren die de in Parijs afgesproken doelstelling, maximaal 2 graden opwarming, kunnen helpen, terwijl een akkoord dat wél die doelstelling zou kunnen halen nooit aanvaard zou worden.

Waarom dat is laat zich gemakkelijk raden: weinigen realiseren zich de implicaties van de tweegradendoelstelling. Grofweg komen ze hierop neer: de uitstoot van CO2 mag wereldwijd hooguit nog een paar jaar stijgen, en moet dan als een speer naar beneden, zo snel mogelijk naar nul. Alleen dan kan de stijging van de concentratie broeikasgassen in de atmosfeer tot staan worden gebracht. Bedenk dat deze nog steeds stijgt, en wel versneld. Hoe langer het duurt eer het omslagpunt van stijging naar daling wordt bereikt, des te sneller de uitstoot vervolgens moet dalen. Reken voor het gemak maar even met zo'n 10% daling per jaar.

 

In de meeste wetenschappelijke scenario's die de temperatuurstijging tot 2 graden beperkt houden moet al worden aangenomen dat eind deze eeuw via zogeheten negatieve emissies CO2 uit de atmosfeer wordt verwijderd. Of dat gaat werken? In de modellen wel, maar in de werkelijke wereld? Maar die negatieve emissie laten wel zien hoe hoog de nood is.

Een Nederlandse bijdrage die spoort met de tweegradendoelstelling komt er zo niet, maar elke inzet om een overschrijding ervan te beperken is welkom

Om ook maar enigszins in de buurt van twee graden te komen zou een ongekende serie paardenmiddelen moeten worden ingezet. Zoals een prijs op CO2-uitstoot van 100 Euro per ton of meer. Zoals een reeks van normen en ge- en verboden. Zoals een grootschalig investeringsprogramma in de infrastructuur van de toekomst: elektriciteit, waterstof en andere nieuwe gassen, warmte, CO2-afvang, infra- en -opslag, en energieopslag. En zoals een investeringsstop op activiteiten die zich onder zware klimaatrestricties amper meer kunnen ontwikkelen, zoals uitbreiding van de luchtvaart.

 

Enfin, u voelt wel: zo'n paardenmiddelenprogramma krijgt nul maatschappelijke steun. Want de concurrentiepositie, want de werkgelegenheid, want andere landen, want Trump, want de kosten, want ... vul maar in. En in andere landen gaat het uiteraard net zo. We roepen 'twee graden!' maar blijven koersen op plus vier. Want de haalbaarheid van een maatregel is al sinds jaar en dag omgekeerd evenredig met zijn effectiviteit.

 

Maar: "Zonder draagvlak is energietransitie en doodgeboren kind", zei voorzitter Ed Nijpels van het Klimaatberaad al. Dus wat is het alternatief voor een onhaalbaar paardenmiddelenpakket? In ons land is dat polderen, oftewel 'aan tafel'. Aan elk van de tafels zitten organisaties en groeperingen met belangen. En hoewel er amper nog organisaties zijn die de noodzaak van stevige emissiereducties ontkennen, is er natuurlijk ook de logische reflex maatregelen af te houden die het eigen belang te zeer raken. Dat betekent dat de dames en heren aan elk van de tafels de lasten van hen zelf naar die van hun tafelgenoten proberen door te schuiven, en dat elke tafel op zijn beurt hoopt dat de andere tafels extra doen, wat natuurlijk niet gebeurt. Want voor elke tafel geldt: dek je!

 

En tenslotte zal het zo zijn dat de resterende 'gaten' in emissiereducties met mooie volzinnen en schitterende bijvoeglijke naamwoorden zullen worden toegedekt. Misschien kan nog wel helpen de beperkingen van de huidige tafelschikking te corrigeren en te verzachten. Er zijn nu vier tafels rond vraagsectoren, en er is een tafel voor een energiedrager (elektriciteit) die aan verschillende vraagsectoren levert. Maar er zijn meer energiedragers (zoals hernieuwbare gassen, en warmte) en infrastructuren (zoals CO2-afvoer en -opslag) die voor meerdere vraagsectoren van belang zijn. Die onderwerpen een goede plaats aan de tafels geven kan helpen het draagvlak te vergroten én de effectiviteit op te voeren. Een Nederlandse bijdrage die spoort met de tweegradendoelstelling gaan we zo niet krijgen. Maar elke inzet om de overschrijding ervan te beperken is welkom.

 


Jan Paul van Soest is partner bij De Gemeynt, samenwerkingsverband van adviseurs, denkers en entrepreneurs, zie www.gemeynt.nl