Terug naar overzicht
Frank van den Heuvel
29 januari 2019

Tovenaar & profeet: realistisch sprookje

Frank van den Heuvel is geïnspireerd door Charles Mann. Deze historicus schetst aan de hand van een realistisch sprookje de archetypes van de tovenaar en de profeet. Van den Heuvel betoogt dat binnen het klimaatdebat beide uitersten onmisbaar zijn.

Soms heb je een historicus nodig om terug te kunnen kijken. ‘De Tovenaar & de Profeet' is het recente boek van de Amerikaanse historicus Charles Mann, bekend van zijn boeken ‘1491' en ‘1493' over Amerika voor en na Columbus. In zijn boek over de Tovenaar en de Profeet beschrijft hij deze twee archetypes die al lange tijd, eigenlijk zolang er mensen zijn, hun visies en gedachten naar voren brengen.  

 

De tovenaar is de optimist, de rationele persoon, die steeds vertrouwen heeft in wetenschap en technologie. Hij denkt en weet dat we al vele eeuwen lastige vraagstukken tackelen en oplossen middels natuur- en scheikunde, biologie en geneeskunde. Natuurlijk lopen we steeds tegen nieuwe grenzen aan, maar ook komen we met nieuwe oplossingen. De profeet is de andere persoon. Deze is somberder en maakt zich zorgen over allerlei zaken die mis dreigen te gaan. Uitputting van de aarde, overbevolking en milieurampen. Hij waarschuwt dat de wereld ten onder gaat als we zo doorgaan.  

 

De geschiedenis heeft altijd deze twee types gehad. Malthus was de sombere profeet en Einstein kwam met briljante oplossingen. Mann heeft ook twee historische figuren opgevoerd in zijn verhaal. Het zijn William Vogt en Norman Borlaug. Vogt, de profeet, ontwikkelde in de eerste helft van de vorige eeuw de basisideeën voor de moderne milieubeweging. Hij zei dat onze welvaart tijdelijk is, want ze berust erop dat we meer aan de aarde onttrekken dan ze kan geven met mogelijk zelfs het uitsterven van de mens als gevolg. Borlaug staat daarentegen symbool voor de techno-optimist die met name op het gebied van de landbouw fantastisch werk heeft gedaan middels veredeling. Zijn graanproject in Mexico was baanbrekend en leidde tot de term Groene Revolutie. Dit was de basis voor een wereldwijde consistente aanpak van honger. 

“Geen botsing tussen goed en kwaad.”

De botsing tussen deze twee visies is volgens Mann geen kwestie van goed tegenover kwaad, maar een clash van verschillende opvattingen. Aan de hand van deze twee figuren beschrijft de historicus drie grote vraagstukken: landbouw, (over)bevolking en energie. Bij deze onderwerpen komen de twee archetypes het meest pregnant naar voren. Het mooie is dat ze beide voor een deel gelijk hebben. Beide komen met relevante punten. Beide zijn nodig. De oplossende geest van de tovenaar is wenselijk, maar de oplossing wordt zeker ook aangejaagd door de profeet.  

 

Van de denklijn van Mann is het een kleine stap naar het klimaat- en energievraagstuk van vandaag. De tovenaar en de profeet komen beide terug. Zij duiken op in ieder debat. Alleen in andere gedaanten. Het gaat hier om TNO en Greenpeace. Om wetenschap tegenover actievoerders. En inderdaad, soms ook de ene wetenschapper tegenover de andere wetenschapper en de ene econoom tegenover de andere. Behalve dat we deze strijd zien bij onderwerpen als klimaat & energie, komt het ook terug in de discussie over robotisering. Tovenaars komen steeds met nieuwe mogelijkheden tegen ‘dull, dangerous & dirty work', maar profeten, van het Luddisme tegen nieuwe weefmachines in 1779 tot actievoerders tegen de hedendaagse robotisering van het middenkader, waarschuwen voor deze ontwikkeling.  

 

Voor mijzelf zijn de tovenaar en de profeet ook herkenbaar. Ik kwam ze tegen toen ik in de energiesector werkte bij Delta. Behalve met technische rationele punten, had Delta ook te maken met de emoties van demonstranten bij de kerncentrale. Misschien is de kernenergieprofeet degene die de tovenaar-wetenschapper aanzet tot weer betere en veiligere oplossingen. Beide zijn nodig. 

 

In mijn TNO-tijd zag ik dagelijks hoe tovenaars (ingenieurs) met oplossingen kwamen voor veiligheid, milieu, mobiliteit en gezondheidszorg. In de buitenwereld hoorden we de profeten zich zorgen maken. Bij de ontwikkelingsbank FMO, financiering van agri- en energieprojecten in ontwikkelingslanden en opkomende markten, zijn er ook tovenaars. Denk aan de slimme bankiers die met solide en betrouwbare financiële constructies, heel rationeel, deze landen verder helpen. De NGO's op de achtergrond maken zich zorgen over duurzaamheid, voedseltekorten en veiligheid. Deze NGO's hebben terechte zorgen, maar door de financieringen brengt FMO deze landen ontwikkeling, kennis en vooruitgang. Beide zijn nodig.  

 

Bij het concept-Klimaatakkoord zien we weer de discussies tussen tovenaars en profeten. Zeker ook in de politiek. Belangrijk is dat de profeten te vaak te somber zijn en, hetgeen lastig is in evolutionaire trajecten, te veel alles nu willen in plaats van de meer de geleidelijke weg te kiezen. Ze willen te vaak het maximale, terwijl het optimale sneller en met meer draagvlak te realiseren is. Dat is de zegen van het compromis. Het streven naar het maximale door profeten staat een compromis in de weg. De profeet denkt te veel in wij-zij, in het scenario van winnaars-verliezers. Vanuit deze gedachte van ‘maximaal voor de één' komen mensen en organisaties terecht in een situatie van ‘minimaal voor henzelf'.  

 

Mann benoemt in zijn boek ook de symbiose van de tovenaar en de profeet. Interessant en herkenbaar is dat Mann beschrijft dat de tovenaar nog het meest gehinderd wordt door een overvloed aan regels, bureaucratie en ondeskundige politici die voor eigen gewin gaan. Laat de profeet daar eens voor waarschuwen! Met het Klimaatakkoord wordt recht gedaan aan beide fenomenen: op het gebied van gebouwde omgeving, industrie, landbouw en mobiliteit worden allerlei resultaten van de tovenaars genoemd.  

 

Natuurlijk is het goed dat de profeten van Groen Links scherp hun rol blijven spelen, maar wanneer ze niet oppassen, trappen ze dadelijk in de val van andere profeten zoals Wilders en Baudet. Laatstgenoemden ridiculiseren het optimisme en duwen de positieve inbreng van de tovenaars weg. En dan is Jesse Klaver ineens de gecreëerde ‘profeetsleerling', die in dit geval schadelijker is dan de ‘tovenaarsleerling' van Goethe.  

 

Terug naar de tovenaar Borlaug die met zijn fenomenale kennis en inzet de Groene Revolutie realiseerde. Hij kon dit werk doen dankzij de Rockefeller Foundation, een stichting die met middelen van oliemagnaat Rockefeller innovatie en hieruit voortkomende projecten financierde. Fossiel en duurzame vooruitgang versterken elkaar, hebben elkaar nodig en volgen elkaar op. In het debat dat de toekomst van onze planeet bepaalt, kunnen we eenvoudigweg niet om de wijsheden van profeten en tovenaars heen. 

 

Frank van den Heuvel is werkzaam op het gebied van Public Affairs & Toezicht