Terug naar overzicht
Coby van der Linde
21 januari 2019

Vergeet de industrie niet!

Volgens Coby van der Linde vergeten we een belangrijke partij in Nederland te vragen om mee te denken in oplossingen als het gaat om de energietransitie. Zij wijst er op dat de Nederlandse industrie ervaring heeft met noodgedwongen omslagen. Leer van de industrie, want deze weet waar kansen liggen!

Het is niet zo gemakkelijk om op het gebied van energievraagstukken te zeggen: "We gaan over tot de orde van de dag." Want wat is die orde nu tegenwoordig? In Nederland breken we ons hoofd over de marktordening voor de nieuwe energievoorziening. Zo is nog steeds niet duidelijk of de ordening van de warmtemarkt op dezelfde leest zal worden geschoeid als de huidige aardgas en elektriciteitsmarkt, dus met de netwerken in publieke handen afgesplitst van productie en levering. En als die marktordening dan moet afwijken van het door Nederland gekozen model, komt daarmee dan ook die ordening ter discussie te staan door de introductie van nieuwe energietechnologieën? De een zal immers lage temperatuurwarmte ontvangen in de vorm van restwarmte, de ander groen gas, waterstof of elektriciteit. Dat wordt nog enorm puzzelen de komende jaren.

 

Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat de huidige marktordening beter past bij de waardeketen van traditioneel centraal opgewekte stroom en aardgas, dan de nieuwe, soms decentrale, productie van zon en wind. Nog voor de grote sprong voorwaarts op het gebied van CO2-reductie is begonnen, lopen we al tegen de grenzen van het energiesysteem aan. De netwerkbedrijven zijn immers streng gereguleerd. De ruimte voor het nemen van een voorschot op de energietransitie is beperkt, tenzij men bereid is flink uit de pas te lopen in de maatstaf. De gevolgen voor allerlei klanten worden steeds meer zichtbaar. Verschaft de ene overheidsinstantie subsidie voor het uitbreiden van zon en windenergie, de ander zorgt voor ingehouden uitbreiding van de netcapaciteit. In de academische literatuur over netwerken is het managen van onder- en overinvesteringen niet gemakkelijk. Dit noopt bij tijd en wijle tot het aanpassen van het beleid als de omstandigheden veranderen. In de nieuwe omstandigheden passen de prikkels om nieuwe waardenketens te ontwikkelen enerzijds, en het aansluiten van infrastructuur op veranderingen in productie en consumptie anderzijds, dan niet op elkaar. De ordening is even niet zo ordentelijk meer.

 

Voordat de berekeningen terugkomen van het PBL van het ‘Ontwerp van het klimaatakkoord' en we weten of de CO2-reductievoorstellen in potentie (en tegen welke maatschappelijke kosten) in ieder geval met 49% kan worden gereduceerd, ligt daaraan voorafgaand het grote vraagstuk van de ordening. Het ‘Ontwerp van het Klimaatakkoord' geeft nog te weinig rekenschap van het feit dat vooruitlopend op de ongeveer zeshonderd maatregelen, het kunnen beschikken over (nieuwe) infrastructuur een belangrijke voorwaarde is die ook flinke investeringen vereist. We kunnen nu al niet een kippenboer, die zijn stallen vol met zonnepanelen wil leggen, aansluiten op het net. En ook niet nieuwe woonwijken, die volgens sommigen idealiter op stroom gaan verwarmen, kunnen aansluiten, dan schuiven we de uitvoering van veel van de maatregelen uit het ‘Ontwerp van het klimaatakkoord' al automatisch door naar de toekomst. Nog afgezien van de lange tijd die vergunningen vragen, hadden we misschien eerst ook aandacht moeten besteden aan de technisch-economische voorwaarden van de gewenste verandering van het energie aanbod en vraag. Dus proberen wat ‘volgordelijk' de boel aan te pakken en tevens na te gaan hoe en hoeveel er aan de voorkant moet worden geïnvesteerd om überhaupt een omslag te bewerkstelligen in ons energiesysteem.

“We vinden de industrie niet leuk, maar ze is wel gewend veranderingen door te voeren”

Vorig jaar lachte ik nog om China dat heel veel had geïnvesteerd in zon- en windcapaciteit, maar deze nieuwe capaciteit vaak niet op de netten kon aansluiten. Dat kwam in sommige gevallen door een gebrek aan netcapaciteit in de buurt van de nieuwe wind- en zonneparken, maar soms ook door lokale bestuurders die, vanwege de werkgelegenheid in zijn of haar regio, de voorkeur gaf aan kolenstroom op het net. Inmiddels vergaat mij het lachen. Congestie wordt hier anders gemanaged, maar het effect is hetzelfde, nu de zon- en windinvesteringen ook hier de kinderschoenen zijn uitgegroeid. De tijdige omslag van het vooral doen van vervangingsinvesteringen naar uitbreidingsinvesteringen, en omgekeerd, is moeilijk, zo blijkt keer op keer.

 

In Nederland is het momenteel prijsschieten op de industrie vanwege de voorstellen van de industrietafel. Maar wellicht is het verstandig om te luisteren naar sommige van de argumenten die industriële partijen aanvoeren hoe zij hun transitie aan willen pakken en wat ze daarvoor nodig hebben. Zij denken wel na over de consequenties van een verandering van brandstof en welke infrastructurele aanpassingen daarvoor nodig zijn. We vinden het misschien niet leuk en betichten hen zelfs van op de rem trappen, maar zij zijn wel gewend om alle veranderingen vanuit de hele waardeketen te benaderen. Ze kijken wat ze wel uit de markt kunnen halen. Vragen zich af of de logistiek past. En onderzoeken wat ze zelf moeten organiseren en welke partijen daarvoor nodig zijn. Zo ontstaat soms ook verticaal georganiseerde bedrijvigheid. Dit gebeurt juist omdat het nog niet een uitontwikkelde markt betreft of worden overeenkomsten gesloten voor langere tijd om de ontwikkelingen van enige zekerheid te voorzien door de (nieuwe) waardeketen heen. De logica van verticale integratie in bepaalde marktomstandigheden of lange termijncontracten willen we niet meer snappen omdat het in andere marktomstandigheden min of meer in de ban is gedaan. Het getuigt van weinig begrip voor de dynamiek van waardeketen en marktontwikkelingen.

 

De orde van de dag is dus niet zo gemakkelijk en het zou een groot goed zijn als we in plaats van veel roepen ook eens tijd nemen om goed te doordenken en de kennis die we wel

degelijk hebben als samenleving een kans te geven om ook meegewogen te worden. De orde van de dag is namelijk niet die van morgen en morgen is niet zo ordelijk.

 

Coby van der Linde is directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP)