Terug naar overzicht
Rob Aalbers
18 oktober 2013

Vrees voor stroomuitval door sluiting gascentrales

Rob Aalbers, CPB: "Stroommarkt kan evenwicht vraag en aanbod niet zelf bewaren"

Op 16 juni 2013 tussen twee en drie uur in de middag gebeurde in Duitsland het ondenkbare: de groothandelsprijs van elektriciteit zakte tot min 10 cent per kilowattuur. Alsof meneer Heijn u bij het verlaten van de winkel nog twee euro toestopt, omdat u net een blikje cola van zeventig eurocent hebt gekocht.

 

Het is te bizar voor woorden, maar ook de realiteit op de stroommarkt van vandaag de dag. De combinatie van een lage vraag naar elektriciteit en een zeer groot aanbod - 16 juni was een kraakheldere en winderige zondag - veroorzaakte een acuut overaanbod op de Duitse markt voor elektriciteit. Terwijl windmolens en zonnecellen op volle toeren draaiden, wilde niemand de geproduceerde elektriciteit hebben.

 

De keerzijde van die medaille werd afgelopen vrijdag in een persconferentie in Brussel toegelicht door tien CEO's van de zogenaamde Magritte groep, waaronder het Nederlandse GasTerra, het Duitse RWE en het Franse GDF Suez. Zij slaakten een noodkreet: "Europa moet stoppen met het subsidiëren van windmolens en zonnepanelen. Anders dreigt grootschalige stroomuitval." Door de overcapaciteit bouwen deze bedrijven namelijk in hoog tempo hun productiecapaciteit af. Zo is er de afgelopen jaren voor ongeveer 51 gigawatt aan moderne gasgestookte centrales - evenveel als er in België, Tsjechië en Portugal staat - in de mottenballen gezet. En gezien de rode cijfers van deze bedrijven ziet het er naar uit dat dit nog wel even doorgaat. Kan onze leveringszekerheid daarmee in het geding komen?

"De oplossingen liggen voor de hand, maar niet voor het oprapen"

Volgens de economen Ambec en Crampes is dat een terechte zorg. In een recent artikel laten zij zien dat de elektriciteitsmarkt zelf niet voor een real-time evenwicht tussen vraag en aanbod kan zorgen. Een groot deel van de afnemers, waaronder ikzelf, koopt hun elektriciteit namelijk tegen een van tevoren vastgestelde prijs. Zij betalen - of het nu hard waait of niet - ongeveer 7 cent per kilowattuur en hebben dus geen enkele prikkel om hun elektriciteitsgebruik aan te passen. Daarmee kunnen vraag en aanbod behoorlijk uit de pas lopen met als gevolg dat u en ik - op gezette tijden - in het donker komen te zitten.

 

De oplossingen liggen voor de hand, maar niet voor het oprapen. Een combinatie van slimme netten, opslag en meer transportcapaciteit kan er - op de lange termijn - voor zorgen dat Europa in staat is de schommelingen in het aanbod van elektriciteit op te vangen. Maar voorlopig hebben we niet zo veel aan deze oplossingen. Slimme netten, opslag en transportcapaciteit staan er namelijk niet van vandaag op morgen. Dat duurt jaren.

 

Daarmee zijn er voor vandaag eigenlijk maar twee echte smaken. Of we stoppen met het subsidiëren van hernieuwbaar vermogen en laten de markt zijn werk doen. De grootschalige uitleg van wind en zon vindt dan pas plaats op het moment dat deze technologieën op eigen benen kunnen staan, dat wil zeggen op het moment dat de CO2-prijs voldoende hoog is. Of we voeren de subsidiestroom nog verder op door naast wind en zon ook de reservecapaciteit te subsidiëren. Daarmee komt dan wel het einde van de geliberaliseerde elektriciteitsmarkt in zicht. Daarmee ligt er een flink dilemma op het bord van Brussel.

 

Rob Aalbers is econoom en programmaleider bij het Centraal Planbureau. Hij schrijft zijn columns op persoonlijke titel.