Terug naar overzicht
Lot van Hooijdonk
12 juli 2017

Wat leren we van de jaren ’60?

Lot van Hooijdonk: "Hele energieketen had baat om Nederland aan het gas te krijgen"
Het was op een zomerse woensdag, 22 juli 1959: we waren in Nederland op zoek naar olie maar vonden gas in Slochteren. Wat er in de jaren daarna gebeurde is ongelofelijk knap te noemen. In relatief  korte tijd, zo'n tien jaar, is heel Nederland aangesloten op het gas. Een gigantische operatie: er was immers geen markt, geen transport en geen distributiestructuur. Nu, bijna zestig jaar later, staan we voor eenzelfde opgave, maar dan andersom.
De vraag waar wij in Nederland voor staan, en ik in Utrecht, is: hoe krijgen we de huishoudens weer van het gas af en aangesloten op een alternatieve voorziening?  Daarvoor gaan we heel even terug in de tijd.

Terugkijkend, waren er in de jaren zestig drie succesfactoren die Nederland, zo snel en zo massaal, aan het aardgas hebben gekregen:

1) Gezamenlijk spookbeeld: gratis energie
Eind jaren vijftig hielden de oliemaatschappijen hun hart vast: binnen een jaar of tien zou gratis energie ter beschikking komen: kernenergie  was de grote belofte. De bedachte tien kernenergiecentrales zouden in één klap hun winstgevende markt gaan vernietigen. Het net gevonden aardgas zou dan waardeloos zijn. Voor zowel oliemaatschappijen als de staat was duidelijk dat zo snel mogelijk de aardgasbel benut moest worden, voor het te laat was. Het gevonden aardgas leverde geld op en stelde de kerncentrales uit.
“Hoe zorgen we dat de consument in het eindplaatje niet meer betaalt dan nu?”

2) Financieel interessant voor de hele keten
Drie jaar lang werd er gezocht naar dé formule waar de hele energieketen financieel baat bij had. Die formule werd gevonden: de eerste jarenjarenlang ging de winst voor ruwweg 70% naar de staat en voor 30% naar Shell en Esso (na heronderhandeling is de verdeling na zo'n twintig jaar aangepast naar 85/15%  voor Slochteren, op de kleinere gasvelden gold de verdeling van 60/ 40%.). De gasdistributie vond vervolgens plaats via honderden gemeentelijke energiebedrijven. De gemeentes waren aandeelhouder en eigenaar van deze energiebedrijven en konden jaarlijks een substantieel deel van de begroting dekken uit de afdracht van de bedrijven. En voor de consument? Die betaalde hetzelfde als voorheen, maar kreeg er meer voor terug.

Deze formule voelde zo goed dat partijen het aandurfden om flink te investeren in de gasinfrastructuur. Er waren hier alleen maar winnaars en iedereen had voordeel bij een snelle uitrol.

3) Verleiding van de consument met Willeke van Ammelrooy als troef
Tot de vondst van het gas werd Nederland verwarmd door olie, kolen en stadsgas. Aardgas was niet alleen een veel schoner alternatief, er was ook nog eens genoeg voor iedereen en het was heel betrouwbaar. De boodschap van toen ‘iedereen gaat over op aardgas' was voor alle Nederlanders hetzelfde wat het verhaal makkelijk maakte. Bovendien werden consumenten volledig ‘ontzorgd': de installateurs kwamen aan huis en de fornuizen werden gratis omgebouwd. Voor de twijfelende consument werd Willeke van Ammelrooy ingezet. Via spotjes legde ze uit hoe prettig warm het huis wordt door gas en hoe aangenaam koken het is op gas.

En nu?
De boodschap die we vandaag moeten verkondigen, is ingewikkelder. De Utrechtse Regietafel, een samenwerkingsverband van bewoners, woningbouwcorporaties, Stedin, Eneco en gemeente, denkt na  over wat onze formule vandaag moet zijn. We onderzoeken hoe de hele keten, van consument tot leverancier en gemeente, voordeel heeft bij de omslag. Hoe komen we tot een eenduidig verhaal voor de consument? Hoe zorgen we dat de consument in het eindplaatje niet meer betaalt dan nu? Wie neemt de investeringskosten op zich? En Willeke van Ammelrooy... misschien moeten we haar maar weer eens bellen ;-)

Lot van Hooijdonk is wethouder duurzaamheid, molbiliteit en milieu voor GroenLinks in de gemeente Utrecht. Op Twitter is ze te volgen via @lotvanhooijdonk.