Terug naar overzicht
Heleen de Coninck
20 januari 2014

Wat moeten we met het Antropoceen?

Heleen de Coninck schrijft een ode aan chemicus Paul Crutzen

In Mainz, Duitsland, organiseerde het Max Planck Instituut voor Chemie onlangs een symposium ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van een van Nederlands grootste levende chemici, Paul Crutzen. Deze bijeenkomst en de verjaardag van Crutzen zijn in Nederland ten onrechte onopgemerkt voorbijgegaan. Crutzen heeft het Max Planck Instituut voor Chemie jarenlang geleid; hij werkte er toen hij in 1995, met Mario Molina en F. Sherwood Rowling, de Nobelprijs voor de Scheikunde won voor het uitvogelen van de chemie rond het gat in de ozonlaag.

 

Dat milieuprobleem wordt vaak aangehaald als een succesverhaal: na de wetenschappelijke ontdekking werden er binnen een jaar of tien zeer effectieve internationale afspraken gemaakt over de uitstoot van chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's). De afbraak van de ozonlaag is gestopt, alhoewel het herstel door de lange atmosferische verblijftijd van CFK's maar langzaam gaat. Ook blijft er nog veel onzeker over wat er gebeurt met ozon in een veranderend klimaat. Klimaatverandering leidt naar verwachting tot afkoeling van de stratosfeer (waar de ozonlaag zich in bevindt) en de lagere temperaturen kunnen weer leiden tot meer ozonafbraak.

“Crutzen populariseerde de term ‘Antropoceen’, een geologisch tijdperk waarin de menselijke invloed te voelen is in allerlei fysische parameters”

Het symposium liet vooral zien hoe belangrijk Crutzen is geweest voor het atmosferisch onderzoek, niet alleen in Europa en in de VS, maar over de hele wereld. Een hele reeks coryfeeën passeerde de revue, stuk voor stuk inmiddels topper in hun eigen specialisatie, en stuk voor stuk leerling van Crutzen.

 

Het centrale onderwerp van het symposium was echter niet de ozonlaag of zelfs maar atmosferische chemie. Paul Crutzen is namelijk niet alleen decennialang een spil geweest in atmosferisch onderzoek, hij is ook een denker van formaat. Hij populariseerde de term ‘Antropoceen' - hij beargumenteert dat we een geologisch tijdperk zijn ingegaan dat zich onderscheidt van andere era's, zoals het Holoceen of het Plioceen, doordat de menselijke invloed te voelen is in allerlei fysische parameters. In een woord weet hij te vatten dat we ingrijpende en gedeeltelijk irreversibele veranderingen in het systeem aarde aan het veroorzaken zijn.

 

Enkele voorbeelden. In ijskernmetingen op Groenland is sinds veertig jaar continu een duidelijke achtergrondhoeveelheid zwavel te zien, terwijl dat eerder alleen in enkele pieken gebeurde bij een grote vulkaanuitbarsting. De jaargemiddelde CO2-concentratie in de atmosfeer stijgt ieder jaar weer met enkele deeltjes per miljoen. De zuurgraad van de oceanen wordt meetbaar hoger (oftewel: de pH-waarde daalt). De concentraties van troposferisch ozon nemen toe, terwijl die in de stratosfeer ongewoon laag zijn. Dit gebeurt allemaal met een in geologische termen enorme snelheid.

 

We kunnen het Antropoceen benoemen, maar niet meer terugdraaien en we lijken niet in staat om het af te remmen. We zijn als wereldbevolking prima in staat om met z'n allen problemen te veroorzaken, maar missen het vermogen om ze collectief op te lossen. In plaats daarvan laten we ons afleiden door technocratische discussies over emissiedoelstellingen, kosteneffectiviteit en koopkracht voor mensen die alles al hebben, maar toch meer willen.

 

Crutzen maakt zich grote zorgen over klimaatverandering. Hij werd zelfs zo wanhopig van het gebrek aan vooruitgang in duurzame ontwikkeling en in de klimaatonderhandelingen dat hij met tegenzin onderzoek naar klimaatengineering op de agenda zette, met name het veranderen van de mondiale stralingsbalans door injectie van zwaveldeeltjes in de atmosfeer. In zekere zin een optie waarin het Antropoceen zelf nog het mooist tot uitdrukking komt: eerst verandert de mens het systeem aarde, en vervolgens wordt er nog meer gerommeld met dat systeem aarde om de negatieve effecten te bestrijden. Een nog altijd niet volledig doorgrond probleem, klimaatverandering, bestrijden met een oplossing die we nog slechter begrijpen.

 

Paul Crutzen riep aan het einde van het symposium, met onvaste stem en gekromd lichaam, dat er geen twijfel over liet bestaan dat hij al geruime tijd aan Parkinson lijdt, op tot het denken aan de volgende generaties. Een indrukwekkende boodschap van een indrukwekkend man. En mogelijk zijn laatste grote voordracht. Ter ere van Paul Crutzen, om zijn boodschap uit Mainz ook in Nederland gehoord te laten worden: wat gaan we doen om het Antropoceen voor de natuur en de mensheid goed uit te laten pakken?


Heleen de Coninck is universitair hoofddocent bij het Institute for Science, Innovation & Society (ISIS) aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de Radboud Universiteit en fellow bij de Wiardi Beckmanstichting.