Terug naar overzicht
Jorien de Lege
1 juli 2013

“We maken onze reputatie als gasland niet waar”

Jorien de Lege, Greenpeace: "Nederland gaat onverstandig met zijn gasvoorraad om"

‘Nederland is een echt gasland', wordt vaak gezegd. Het leeuwendeel van onze elektriciteitsproductie komt uit gas, onze verwarming loopt op gas, het woord gasrotonde rolt zonder moeite van de tong. Wij Nederlanders voelen ons een kleine Poetin als het om gas gaat. Met onze gasreputatie valt niet te spotten. Met als gevolg dat er maar weinig vragen worden gesteld met betrekking tot het waarheidsgehalte van deze stelling.

 

Persoonlijk ben ik van mening dat we onze gasreputatie niet waarmaken. Als je terugkijkt op de afgelopen eeuw, gaan we helemaal niet zo verstandig met onze gasvoorraad om. In den beginne was gas vooral een lastig bijproduct bij de opsporing van olie. Toen de gaswinning in Nederland op gang kwam in de jaren vijftig, was de grootste zorg niet hoe we hier munt uit konden slaan, maar hoe we er zo snel mogelijk vanaf kwamen. Iedereen rekende op de komst van minstens 18 kerncentrales. Die zouden zulke goedkope elektriciteit leveren dat het gas een blok aan ons been zou worden. En dus werden de Nederlandse huizen voortaan op gas verwarmd en ging de rest van voorraad tegen dumpprijzen richting buitenland. Gas, dat was toch inferieur aan de onbegrensde mogelijkheden van ‘too cheap to meter' atoomenergie.

 

Dat was inschattingsfout nummer één. Tegen de tijd dat de kernenergiebelofte loos bleek en de eerste oliecrises zich aandienden, was er al een enorme hoeveelheid gas doorheen gejaagd. In allerijl werden kolencentrales bijgebouwd om aan de stijgende elektriciteitsvraag te voldoen. Gas werd van hinderlijk overschot ineens een schaars goed. Nederland gasland werd geboren.

 

Ook voor Greenpeace is gas een belangrijke brandstof. Het blijft fossiel en daarom wat ons betreft ongewenst. Maar aardgas heeft een aantal eigenschappen die het wat ons betreft een grote voorkeur geeft op kolen en olie. Het heeft van alle fossiele brandstoffen de laagste CO2-uitstoot en is flexibel inzetbaar als steuntje in de rug voor hernieuwbare energiebronnen. Gas is, kortom, een kostbaar bezit. Dat moet je slim inzetten voor de transitie naar een schone energievoorziening.

 

Helaas is de werkelijkheid anders. Ruim zestig jaar na de ontdekking van de gasbel in Slochteren krijgt gas nog steeds niet de status die het verdient. Er staan gloednieuwe, efficiënte gascentrales stil, terwijl Nederland oude kolencentrales een tandje harder zet. Nieuwe kolencentrales zijn bijna klaar om ook in de toekomst de gasmarkt te overvleugelen. Zelfs de stokoude, afgeschreven kerncentrale in Borssele krijgt er nog twintig jaar productie bij. Gas heeft wederom het nakijken. En daarmee vervliegt ook de hoop dat Nederland echt werk gaat maken van de energietransitie. Een kolencentrale met biomassabijstook is geen stap in de richting naar een schone energievoorziening, dat is een roetzwarte toekomst met een strik eromheen.

 

Gas dreigt de leerkracht van de energiemarkt te worden. Degelijk en een belangrijke pijler voor de maatschappij in de toekomst, maar chronisch ondergewaardeerd en genegeerd. Het is zaak dat gas gaat aantonen dat het een kwalitatief betere keus is dan kolen en kernenergie. Dat kan alleen maar als de aandacht verlegd wordt van de korte naar de lange termijn en van de concurrentie op prijs naar die op kwaliteit. Geen gemakkelijke opgave, wel een zeer noodzakelijke. Geen toestanden met kolenstook, kernenergie of schaliegas, maar zon en wind met gas als voorlopige back-up. Het Nederlandse gas kan dan nog buitengewoon lang mee. Kunnen we ons met oprechte trots een gasland gaan noemen.

 

Jorien de Lege is campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace. Zij vervangt in de zomer haar collega Hans Altevogt.

Volg ons op Twitter: @energiepodium