Terug naar overzicht
Bert Tieben
13 februari 2019

Windenergie op zee kan nog steeds goedkoper

Wat kost de aansluiting van de windparken op het hoogspanningsnetwerk aan land? En is een monopolist goedkoper dan een vrije markt op zee? Ondanks een rapport van de Rekenkamer blijft het volgens Bert Tieben gissen. Hij pleit daarom voor meer onderzoek naar de daadwerkelijke kosten.

Op de Noordzee verrijzen de komende jaren honderden windturbines. Zonder wind geen duurzame energie. Maar al die windmolens hebben een stevig prijskaartje en deze kosten betalen u en ik via de energierekening. Gelukkig constateert de Algemene Rekenkamer dat de kosten van windenergie op zee snel dalen. Dat is goed nieuws voor het klimaat en de portemonnee. Helaas is de Algemene Rekenkamer veel te positief als het gaat om de kosten van het stroomnet op zee.  In 2014 maakte ik mij in een column met als titel ‘Windenergie op zee kan goedkoper' kwaad over de besluitvorming rondom het Net op zee, de aansluiting van de windparken op het hoogspanningsnetwerk op land. Staatsbedrijf TenneT verkreeg het monopolie op het aansluiten van de windparken op de Noordzee. De economische wetenschap leert ons dat een monopolie over het algemeen leidt tot hogere prijzen en niet noodzakelijk voordelig is voor de maatschappij. De ingenieurs van TenneT wisten in 2014 te melden dat het monopolie voor hun bedrijf de maatschappij  3 miljard euro zou besparen. Studies van ECN en DNV-GL valideerden deze kosteninschatting. 

 

Mijn boosheid gold het gebrek aan transparantie. Het was niet te controleren waarop deze besparing was gebaseerd, omdat de relevante documenten niet openbaar werden gemaakt. Een jaar later publiceerden TenneT en DNV-GL publieksversies van deze documenten. Zeg maar: een toelichting zonder cijfers. 

Ik was daarom verheugd toen de Algemene Rekenkamer het afgelopen najaar met een rapport kwam over de kosten van windenergie op zee. De Algemene Rekenkamer is de luis in de pels als het gaat om het controleren van de kosten van overheidsbeleid. Wat zou de Rekenkamer oordelen over de kosten van het net op zee? 

 

Het resultaat stelt mij teleur. De Rekenkamer is vooral op zoek naar een oordeel van de afspraak in het Energieakkoord in 2013 om de kosten van windenergie op zee met 40 procent te laten dalen. De conclusie van de Rekenkamer is dat de kostendaling meer dan gehaald is, waar het de kosten van de bouw van de windparken betreft. Op basis van de tenderbedragen voor de laatst gegunde windparken is duidelijk dat kostendalingen tot 70 procent in het verschiet liggen. Houden we rekening met inflatie, dan is de verwachte kostendaling zelfs nog groter. Het Energieakkoord is op dit punt voorlopig een succes gebleken. 

 

De afspraak om 40 procent kosten te reduceren gold ook voor de aanleg van het net op zee. De Algemene Rekenkamer oordeelt dat ook deze reductie is gehaald. De kosten zijn met 4 miljard euro lager dan oorspronkelijk gedacht. Per geproduceerde kWh elektriciteit zijn de kosten van de aansluiting daarmee ook 40 procent lager dan in 2013.

We zijn niets wijzer geworden sinds 2014

Was mijn wantrouwen in 2014 ongegrond?  Nadere analyse van het rapport van de Algemene Rekenkamer wijst helaas uit dat we sinds 2014 niets wijzer zijn geworden over de ware kosten van het net op zee. De Rekenkamer merkt in zijn rapport op dat het geen onderzoek heeft uitgevoerd naar de daadwerkelijke kosten bij de exploitanten. De genoemde bedragen zijn geen echte kosten maar verwachte kostendalingen. 

 

Begrijpelijk als het gaat om de bouw van de windparken. De tenderbedragen geven een indicatie van de verwachte kosten voor de staat in verband met het wel of niet uitkeren van subsidie. Maar voor het Net op zee zijn er geen tenderbedragen. Een monopolist hoeft niet mee te dingen in een veiling. Het oordeel dat de kosten met 40 procent zijn gedaald, is dan ook afkomstig van de monopolist zelf, in dit geval TenneT. Het staatsbedrijf meldde al in 2015 het Net op zee goedkoper te kunnen bouwen dan verwacht in 2013. Het is deze informatie die de Algemene Rekenkamer in 2018 gebruikt om te concluderen dat er ook voor de aansluitkosten via het net op zee "een kostenreductie is bereikt".

 

De vraag is wat de nullijn is voor deze kostendaling. Op 18 juni 2014 meldde het kabinet aan de Tweede Kamer dat TenneT het net op zee zou kunnen aanleggen voor 2 à 3 miljard euro. In de kamerbrief van 22 maart 2016 was de kostenschatting 4 miljard euro. Dit betekent in mijn optiek een kostenstijging van 50 tot 100 procent. 

 

De Algemene Rekenkamer baseert zijn oordeel op de claim van TenneT uit 2014 dat een kostenbesparing mogelijk is als het staatsbedrijf het alleenrecht op de aanleg en exploitatie zou verkrijgen. Er is toen een vergelijking gemaakt tussen de kosten van de aanleg door TenneT en een schatting van de kosten als projectontwikkelaars per park een aansluiting realiseren. De nullijn voor de kostenvergelijking is dus een fictief scenario. TenneT kan als staatsbedrijf profiteren van relatief lage financieringskosten. Bovendien betekent de centralisatie dat er in totaal minder platforms nodig zijn. Dat lijken reële mogelijke kostenbesparingen, maar we weten niet of ze daadwerkelijk gerealiseerd zijn. De Rekenkamer merkt op dat tegenvallers de kostenbesparing in gevaar kunnen brengen.

 

En wie zegt dat private partijen niet in staat zouden zijn geweest de kosten te verlagen? In het Verenigd Koninkijk worden de aanleg en het beheer van de verbindingen tussen de windparken op de Noordzee en het hoogspanningsnet sinds 2009 competitief aanbesteed. Het gaat inmiddels om windparken met een totaal vermogen van 4,2 gigawatt. De aanbestedingen zijn een doorslaand succes. Evaluaties van Cambridge Economics tonen aan dat de aanbesteding van het private net op zee de kosten met 32 tot 45 procent heeft verlaagd. Deze kosten zijn bepaald ten opzichte van het alternatief dat de verbindingen zouden zijn aangelegd onder het monopolie van de beheerder van het Engelse hoogspanningsnet, National Grid. 

 

Wie heeft er nu gelijk? Is de monopolist goedkoper dan de markt, zoals TenneT claimt? Of zorgt concurrentie voor lagere kosten dan een monopolist, zoals het Engelse onderzoek aantoont? Dit zijn vragen waar de Algemene Rekenkamer als kritische controleur van 's Rijksfinanciën op zijn minst naar zou moeten kijken. Ik vind het zorgelijk dat schattingen vooraf worden gepresenteerd als daadwerkelijk behaalde resultaten. Op zijn minst is openbaar en wetenschappelijk gefundeerd onderzoek nodig naar de kosten van het net op zee. Op dit punt hebben de Engelsen een duidelijke voorsprong op de Nederlanders. Dat geldt trouwens ook als het gaat om de omvang en het tempo waarmee de windparken op zee verrijzen.

 

Bert Tieben is methodoloog en expert energie & duurzaamheid bij SEO Economisch Onderzoek