Zoeken

Dagboek van een herdershond & Oranje-stroom

Auteur

Frank van den Heuvel

Voor Frank van den Heuvel gaan ze alle drie met hun tijd mee: de katholieke kerk, de elektriciteitsopwekking in Nederland en de Oranjes.

In mei gaat de musical Dagboek van een Herdershond in première. De musical, onder regie van Albert Verlinde, is gebaseerd op de televisieserie die eind jaren ’70 werd uitgezonden op de Nederlandse televisie. De serie was weer gebaseerd op het boek van priester-schrijver Jacques Schreurs. Wat heeft dit met energie te maken? Alles.

De jonge kapelaan Erik Odekerke start in 1914 in het katholieke dorp Geleen. De kapelaan is de herdershond, waar de pastoor de herder van de Roomse gemeenschap is. In de eerste decennia van de vorige eeuw verandert Geleen, en de gehele regio, drastisch door de snelle opkomst van de kolenmijnen in dit deel van Nederland. Deze rigoureuze economische, maar vooral maatschappelijke, verandering en in veel opzichten groei, tekent de streek. Na de industriële revolutie in Engeland en Wallonië, waar ijzererts én steenkool gevonden wordt met enorme kansen voor de staalindustrie daar, is het in Nederland Limburg, de mijnstreek waar de moderne tijd binnenkomt. Overal worden kolenmijnen geopend. Slochteren is nog ver weg.

“Het is nu wachten op de volgende Oranjes die hun naam geven aan zonneweiden”

In Geleen is het de staatsmijn Maurits die het dorp een duw richting welvaart geeft. Interessant is dat alle mijnen genoemd worden naar het leden van het koningshuis: Emma, Wilhelmina, Hendrik, Oranje Nassau (I t/m IV) en tot slot Beatrix. Moest het in die tijd regelmatig republikeinse Limburg terug in het gelid? Alles is politiek. De Oranjes werden graag gekoppeld aan deze vooruitgang, zoals in de negentiende eeuw koning Willem I graag geassocieerd werd met de oprichting van de Nederlandse Handelsmaatschappij; later opgegaan in ABN Bank. In het verhaal over De Herdershond komt naar voren hoe het floreren van De Maurits ook andere krachten naar voren brengt. Het gesloten Roomse bolwerk wordt ontsloten, Haagse bestuurders komen de gemeenschap binnen en geld en welvaart doen de rest. En zo is het al eeuwen: energie is letterlijk de olie van de maatschappij, zoals we nu ook zien van Moskou tot Qatar en van Venezuela tot Noorwegen. Het gaat over grondstoffen, machtsconcentratie en geopolitiek. Feilloos verwerkt in spelen als Risk, Kolonisten van Catan en Monopoly. Hoewel bij die laatste Elektriciteitsbedrijf samen met Waterleiding een beetje de kneusjeskaarten waren.

Terug naar de energievoorziening in Nederland en het bijbehorende oranjegevoel. De Beatrix was de laatste kolenmijn die in Nederland geopend werd. In 1965 werd besloten tot sluiting van de mijnen. Nederland stoomde op, wederom op energiegebied, en in Groningen werd aardgas van wereldproporties gevonden. Wederom kwamen de Oranjes in beeld. Halverwege jaren ’70 werd in Maasbracht de Clauscentrale geopend; gestookt op aardgas. Energiebedrijven wilden de Oranjes als boegbeeld en ‘de sjeiks van Nederland’ wilden zich identificeren met energie. In Saoedi-Arabië doen ze niet anders. Nieuwe tijden, nieuwe brandstof. Nederland energieland gaat verder en in de jaren ’90 werd de Willem-Alexander-centrale geopend in Buggenum: kolenvergassing; weer een stap in verduurzaming van fossiele brandstoffen. En zo lijken ook de Oranjes met hun tijd mee te gaan.

Ongeveer tien jaar geleden sloot deze centrale, want zelfs kolenvergassing raakte uit de mode. Wind en zon zijn nu actueel. Dat betekende dat in 2008 het Prinses Amaliawindpark in de Noordzee nabij IJmuiden geopend werd. Een nieuwe generatie Oranjes treedt aan. De adel die windmolens omarmt doet zelfs Don Quichot als strijder tegen deze gevaartes in Spanje verbleken. Het is nu wachten op de volgende Oranjes die hun naam geven aan zonneweiden ….of toch aan een nieuwe kerncentrale in Zeeland?

“Iedere RES een eigen kapelaan? Smeerolie, oliemannetje, toegankelijkheid”

Terug naar Dagboek van een Herdershond en de transitie in de oostelijke mijnstreek. In het verzuilde Limburg moest men laveren tussen kerk en kolen. Wat en hoe beide te omarmen? En ook toen bleek al dat energie en grondstoffen meer zijn dan een technisch of economisch verhaal. Hoe gaan de mensen hiermee om? Gedrag, draagvlak, participatie. Het is het verhaal van Groningen, het verhaal van Zeeuws draagvlak in Borssele en de tolerantie ten aanzien van windmolens nabij huizen. Geleen had toen zijn kapelaan om verantwoord hiermee om te gaan. De kapelaan is van de kerk, maar staat dichtbij de mensen. Het zou zo maar een model kunnen zijn dat kan werken. Iedere RES een eigen kapelaan? Smeerolie, oliemannetje, toegankelijkheid.

Inmiddels moderniseert de katholieke kerk ook. Het lijkt langzaam te gaan, maar de huidige paus Franciscus heeft onlangs een majeure wijziging doorgevoerd. Ook vrouwen (leken) mogen bestuursfuncties gaan uitoefenen in het Vaticaan, en de eerste zijn reeds benoemd. Als het over verduurzaming en zorgvuldig omgaan met grondstoffen gaat, roert de paus zich. De encycliek Laudato Si van enkele jaren geleden is de agenda voor katholieken en de rest van de wereld om ‘Parijs’ te realiseren. En zo gaan ze alle drie met hun tijd mee: de katholieke kerk, de elektriciteitsopwekking in Nederland en de Oranjes. Natuurlijk zit hier een berg aan pragmatisme in. Kerken en koningen overleven niet als ze niet meegaan in de tijd. Hetzelfde geldt voor de energievoorziening. En natuurlijk kunnen we dan altijd nog de discussie aangaan of de stap van zeilboot De Groene Draeck naar een koninklijke speedboot wel past in deze energietransitie.

Frank van den Heuvel

Frank van den Heuvel is werkzaam op het gebied van public affairs en toezicht