Ooit, in de jaren zestig van de vorige eeuw, vatte Harry Mulisch het plan op om een roman te schrijven die De toekomst van gisteren moest gaan heten. Het boek zou zich afspelen in een gefantaseerde naoorlogse werkelijkheid, waarin Duitsland de oorlog had gewonnen. De hoofdfiguur was een schrijver die werkte aan een roman, ook De toekomst van gisteren getiteld, waarin Duitsland de oorlog juist had verloren. De niet-gefantaseerde werkelijkheid dus.
Mooie titel maar een ingewikkelde plot. Te ingewikkeld, want Mulisch kwam er niet uit. Uiteindelijk bleef van het project slechts een in 1972 gepubliceerd essay over, waarin de schrijver terugblikt op deze mislukking en die verklaart. Ik las het boekje destijds en vergat de magere inhoud al snel. Behalve die originele, intrigerende titel en het paradoxale van de synopsis. Die zijn me altijd bijgebleven, want gebeurtenissen, klein en groot, bepalen inderdaad de loop van de geschiedenis. Wat zou het hebben betekend als ze niet hadden plaatsgevonden of op een andere manier? Mensen mogen daarover graag mijmeren. Hoe zou het nu eruit hebben gezien als dit of dat toen anders was gelopen?
Helaas, a(l)s is verbrande turf, zoals een oud spreekwoord luidt. Er is maar één toekomst van gisteren: het heden, en daar moeten we het mee doen.
Dezer dagen moest ik weer aan Mulisch’ vastgelopen project denken. Reden: de energiecrisis waarin we door de zoveelste onbesuisde, ondoordachte actie van Trump & co. terecht zijn gekomen. De bombardementen op Iran en de directe gevolgen daarvan hebben ons opnieuw met de neus op de feiten gedrukt. Europa is voor zijn energievoorziening nog steeds veel te afhankelijk van externe omstandigheden waar het nauwelijks greep op heeft. Was dit te vermijden geweest en zo ja hoe dan? Zou de toekomst er rooskleuriger hebben uitgezien als gisteren de juiste maatregelen waren genomen?
Het had in principe gekund. Die afhankelijkheid is immers niet nieuw. Voor wie goed keek was de kwetsbaarheid van Europa op energiegebied al veel langer duidelijk. Ruim twintig jaar geleden, op 1 januari 2006, stopte het Russische gasconcern Gazprom de levering van aardgas aan Oekraïne. Reden was een conflict over de prijs. Het voert hier te ver om de achtergronden daarvan te beschrijven (zie hiervoor bijvoorbeeld de betreffende Wikipedia-pagina), maar de gevolgen waren ingrijpend aangezien 80 procent van de Russische export naar Europa via Oekraïne liep. Met name de Oost-Europese landen die volledig afhankelijk waren van het Russische gas, merkten dat ze van de ene op de andere dag afgesneden konden worden van deze essentiële energiebron.
Dit had voor heel Europa een wake-up call kunnen zijn, maar dat bleek het niet te zijn. Rusland en Oekraïne sloten al snel een compromis, het gas stroomde weer en iedereen ging over tot de orde van de dag. Dit scenario zou zich later zoals bekend herhalen. Ook toen Russische ‘groene mannetjes’ de Donbass overspoelden, ook toen de Krim illegaal werd geannexeerd. De Europese Unie kwam in reactie daarop met ferme veroordelingen en halve maatregelen. Ondertussen ging de aanleg van de nieuwe pijpleiding tussen Rusland en Duitsland, Nordstream 2, gewoon door. Pas in 2022, nadat Poetins troepen Oekraïne waren binnengevallen, werd Russisch gas besmet verklaard om zo snel mogelijk te worden ingeruild voor een nieuwe afhankelijkheid: voornamelijk Amerikaans en Qatarees LNG. Waarmee we, zo blijkt, van de regen in de drup zijn geraakt nu het bommen regent op Teheran en het Iraanse regime tot verrassing van de Amerikaanse president blijkt terug te schieten en de uitvoer van olie en gas uit de Perzische Golf aldus vrijwel lam te kunnen leggen.
“De nieuwste energiecrisis waar Europa is ingerommeld, dwingt ons nog meer werk te maken van de energietransitie”
Voorstanders van radicale verduurzaming maken van deze gebeurtenissen graag gebruik om achteraf hun gelijk te halen. Zij vonden immers altijd al dat politiek en bedrijfsleven veel te weinig werk maakten van de vergroening van de energievoorziening. Fijntjes wijzen zij erop dat de stopzetting van de productie uit het Groningenveld, waardoor Nederland voortijdig in plaats van exporteur importeur van aardgas werd, juist een extra stimulans had moeten zijn om meer te doen. Meer windmolens plaatsen, zowel op land als op zee, zonneweides aanleggen en de installatie van zonnepanelen (blijven) stimuleren, cv-ketels in de ban doen, elektrisch vervoer fors (blijven) subsidiëren, grootschalig inzetten op energiebesparing in woningen en gebouwen, industriële bedrijven met stok en wortel van hun fossiele verslaving afhelpen, enzovoort.
Is deze kritiek terecht? Deels zou ik zeggen. Achteraf is iedereen wijs en de hoofdrolspelers van vroeger hadden, net als die van vandaag trouwens, geen glazen bol waarmee ze de precieze gevolgen van hun beslissingen en acties konden voorspellen. Maar het was ook weer niet zo dat de betrokken beslissers in een vacuüm opereerden. Vanaf het begin was duidelijk dat de ambitieuze klimaatdoelstellingen onvoldoende rekening hielden met tal van reële obstakels en bezwaren. Landelijke en lokale bestuurders stuitten op de weerstand van lokale gemeenschappen tegen de plaatsing van windmolens en het gasvrij maken van wijken, op tegenstribbelende bedrijven, technische en financiële beperkingen, en structurele onderschatting van de hoge transitiekosten.
Moeten we dus vaststellen dat, zoals in een recent opiniestuk op de BBC-website werd beweerd, Europa slaapwandelend in deze nieuwe energiecrisis is terechtgekomen? Dat lijkt mij nu ook weer overdreven. De snelheid waarmee Europese landen zich na de Russische inval in Oekraïne wisten los te maken van het Russische pijpleidinggas waaraan ze verslaafd heetten te zijn, was indrukwekkend. Ook is de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in het algemeen behoorlijk verminderd dankzij de aanzienlijke groei van het aandeel wind- en zonne-energie in de energiemix en de toegenomen energie-efficiëntie. Elektrische auto’s zijn inmiddels een vertrouwd verschijnsel op onze wegen, net als (hybride) warmtepompen in onze gebouwen.
Zou het ook zo snel zijn gegaan als Poetin zijn waanzinnige oorlog niet was begonnen? Het valt te betwijfelen. Ook de nieuwste energiecrisis waar Europa is ingerommeld, zou je daarom ietwat cynisch een zegen in vermomming kunnen noemen. Zij dwingt ons nog meer werk te maken van de energietransitie. Vooral qua energie-efficiëntie, energieopslag, stroomcapaciteit en circulariteit zal, naast het vergroten van het aandeel duurzame energie, meer vooruitgang moeten worden geboekt. En op een aantal van deze terreinen zal Europa veel meer op eigen benen moeten leren staan. Voorwaar een opgave van formaat maar niet ondoenbaar.
Never let a good crisis go to waste, zei Winston Churchill in 1945 aan de vooravond van de oprichting van de Verenigde Naties. De impliciete boodschap was dat er toch nog iets goeds kon voortkomen uit de onbeschrijfelijke ellende van de Tweede Wereldoorlog. We doen er goed aan de woorden van de Britse staatsman ter harte te nemen.