Energiecoöperaties zijn burgerinitiatieven waarin mensen samen werken aan lokale verduurzaming, zoals duurzame energie-opwek of energiebesparing. Het mooie aan energiecoöperaties is dat ze draagvlak creëren voor de energietransitie; het wordt tastbaar, er ligt meer zeggenschap bij de omgeving, en de burgers profiteren van de opbrengsten. Dit model heeft zich bewezen en vormt nu een belangrijke schakel in het Nederlandse energiesysteem. Energiecoöperaties moeten overigens niet worden verward met energiehubs, waar opwek en afname op hetzelfde net met elkaar verbonden zijn. Hoewel energiecoöperaties en energiehubs soms hand in hand gaan, dan spreek je van een energiegemeenschap.
De Windvogel is een landelijke energiecoöperatie die met participaties van haar leden wind- en zonneparken en batterijen ontwikkelt en exploiteert. Wat ik bij De Windvogel zie, speelt ook sectorbreed: groei. Vooral in kapitaal, maar ook in professionalisering. Er worden structureel grotere bedragen opgehaald. Dat is geen luxe, maar noodzaak. Projecten zijn groter en kapitaalintensiever geworden. Windturbines zijn daarvan het meest zichtbare voorbeeld. Waar vroeger een turbine van 1 tot 2 MW gangbaar was, praten we nu over installaties van 5 MW of meer. Grotere turbines brengen hogere investeringen met zich mee, maar ook zwaardere eisen aan vergunningverlening, netaansluiting en financiering. Een project gaat dan al snel over miljoenen in plaats van tonnen.
“Juist klein beginnen als project is vaak cruciaal om een trackrecord op te bouwen en expertise te ontwikkelen”
Die schaalvergroting hangt samen met de ambities voor hernieuwbare opwek op land. In 2025 werd in Nederland ongeveer 31 TWh aan elektriciteit opgewekt met wind en zon op land. Het Klimaatakkoord bevat de doelstelling van 35 TWh in 2030. Daarnaast is in de Regionale Energiestrategieën (RES) een streefdoel ontstaan van 55 TWh. De meest recente RES-monitor schat dat in 2030 42 TWh wordt gerealiseerd. Dat impliceert dat we richting 2030 nog voor 5 miljard euro aan wind en zon moeten realiseren. Hiervan is het streven dat de helft in eigendom van de lokale omgeving komt. Dat is 2.5 miljard euro.
Maar groei heeft ook een keerzijde. Omdat projecten groter zijn geworden, zijn er steeds minder kleine projecten waar nieuwe coöperaties ervaring kunnen opdoen. Juist klein beginnen is vaak cruciaal om een trackrecord op te bouwen en expertise te ontwikkelen. Daarnaast betekent schaalvergroting dat diversificatie lastiger wordt. Veel tijd en geld gaan zitten in één of enkele grote projecten. Als zo’n project vertraging oploopt of uiteindelijk niet doorgaat, heeft dat direct impact op de kaspositie en continuïteit van een coöperatie. Een heel concreet probleem is bijvoorbeeld de aanbetaling van een netaansluiting. Dit kan over enkele honderdduizenden euro’s gaan, terwijl je de aansluiting jaren later misschien pas krijgt. Een risico die niet goed gedragen kan worden door kleinere niet-gediversifieerde coöperaties. De belangenvereniging van energiecoöperaties, Energie Samen, pleit er dan ook voor dat coöperaties niet meer zouden moeten betalen voor transportcapaciteit zonder zekerheid.
Gelukkig blijven we, ondanks deze en vele andere uitdagingen, in de sector nu nog wel de noodzakelijke groei zien. En de potentie voor meer groei is groot. Er zijn nog steeds projecten die de Windvogel moet afwijzen omdat ze de middelen niet heeft. Deze projecten hebben goede verwachte rendementen. De 2 miljoen euro is opgehaald onder ~3600 leden plus enkele tientallen nieuwe leden. Over heel Nederland schijnen er nog maar 0.8% van de Nederlanders lid te zijn. Als meer mensen zich zouden aansluiten bij een energiecoöperatie maken we het gezamenlijk mogelijk om de Nederlandse ambities te realiseren.
Ter afsluiting, overweeg eens om lid te worden en te investeren in een lokale of landelijke energiecoöperatie. Als Nederlanders zijn we heel goed in klagen over wat er allemaal niet goed gaat. Maar bedenk eens wat je wél kan doen. Juist in een periode waarin veel gesproken wordt over strategisch onafhankelijkheid. Er zijn zo veel keuzes die je maakt als consument, als werknemer, als vrijwilliger, en als investeerder. Deze keuzes hebben invloed. Mijn oproep is daarom aan iedereen: kies bewust in alles wat je doet.