---
title: "Energie wordt duurder, maar niet minder betaalbaar"
date: 2026-10-27T10:57:00+01:00
author: energiepodium
canonical_url: "https://www.energiepodium.nl/item/energie-wordt-duurder-maar-niet-minder-betaalbaar"
section: Items
---
## Metadata

- **Type**: Column
- **Datum**: 27-10-2026
- **Thema’s**: Warmte &amp; Brandstoffen, Beleid &amp; Markt
- **Auteur(s)**: Frans de Heij

## Inhoud

![Energiepodium hoofdafbeedling 27](https://www.energiepodium.nl/assets/img/photos/Energiepodium-hoofdafbeedling-27.png)

<p><span>Wie het energiedebat volgt, krijgt gemakkelijk de indruk dat Nederland langzaam wordt opgegeten door zijn energierekening. Nettarieven stijgen, wind op zee heeft weer subsidie nodig en voor huishoudens die niet kunnen verduurzamen ziet de rekening er richting 2040 soms ronduit onaangenaam uit. Ook op de korte termijn zijn er zorgen, met gasprijzen rond de €100 per MWh, het hoogste niveau sinds de energiecrisis van 2022. Betaalbaarheid lijkt daarmee het belangrijkste vraagstuk van de energietransitie.</span></p>
<p><span>Dat zijn reële zorgen. Maar opvallend is dat het debat bijna uitsluitend gaat over wat energie kost, en veel minder over wat we ermee doen. We willen immers geen kilowatturen of kubieke meters gas, maar warme huizen, mobiliteit en economische productie. En daar worden we steeds efficiënter in.</span></p><p><span>Voor de vraag of energie werkelijk onbetaalbaar wordt, helpt het daarom eerst een stap terug te doen. Hoeveel van onze economie hebben we eigenlijk nodig voor onze energievoorziening? En wordt dat aandeel groter?</span></p><p><span>Vanuit dat perspectief ontstaat een verrassend ander beeld.</span></p>


### We waren verwend<p><span><strong>We waren verwend</strong></span></p><p><span>Nederland komt uit een uitzonderlijke uitgangspositie. Zestig jaar lang lag onder Groningen een energievoorraad waarvan de winningskosten bijna belachelijk laag waren. In oudere economische analyses werden die geraamd op ongeveer één eurocent per kubieke meter, grofweg €1 per MWh aardgas.</span></p><p><span>Dat wil niet zeggen dat gas Nederland maar €1 per MWh kostte. Het had een veel hogere marktwaarde. Een kuub die we zelf verstookten, konden we niet exporteren. En de aardbevingsschade zat niet in die ene euro.</span></p><p><span>Maar Groningen was wel een uitzonderlijk verdienmodel. DNB berekende dat de delfstoffenwinning, waarvan ongeveer 90 procent uit aardgas bestond, tussen 1969 en 2017 gemiddeld bijna 5 procent van het reële bbp vertegenwoordigde. </span></p><p><span>Die luxe is voorbij. Een modern energiesysteem met zonnepanelen, windparken, elektriciteitsnetten en opslag vraagt grote investeringen. Het wordt waarschijnlijk duurder dan het systeem waarmee Groningen ons decennialang heeft verwend.</span></p><p><span>Maar duurder dan Groningen is nog iets anders dan onbetaalbaar.</span></p>


### Steeds meer welvaart uit steeds minder energie<p><span><strong>Steeds meer welvaart uit steeds minder energie</strong></span></p><p><span>Een van de opmerkelijkste economische ontwikkelingen van de afgelopen decennia krijgt in het energiedebat relatief weinig aandacht: we produceren steeds meer welvaart met steeds minder energie.</span></p><p><span>Dat noemen economen de energie-intensiteit: hoeveel energie hebben we nodig om een bepaalde hoeveelheid economische productie te realiseren?</span></p><p><span>Volgens het CBS gebruikte Nederland in 2025 bijna 18 procent minder energie dan in 2000. Ondertussen groeide de bevolking met 14 procent en onze economie reëel met ongeveer 45 procent.</span></p><p><span>De energie-intensiteit daalde daarmee in 25 jaar met ruim 40 procent. Anders gezegd: we halen tegenwoordig ongeveer 75 procent meer economische productie uit dezelfde hoeveelheid energie als in 2000.</span></p><p><span>Dat is een vrij fundamentele ontwikkeling. We produceren meer, reizen meer en beschikken over allerlei toepassingen die in 2000 nauwelijks bestonden. Toch hebben we er in totaal minder energie, en daarmee minder uitstoot, voor nodig.</span></p><p><span>Dat komt niet uitsluitend door technische efficiëntie. Ook onze economie is veranderd, met een groter aandeel diensten en minder energie-intensieve productie. Maar voor de macro-economische betaalbaarheid blijft de uitkomst relevant: we produceren steeds meer welvaart met relatief minder energie.</span></p><p><span>Elektrificatie zal deze ontwikkeling verder versterken. Een warmtepomp haalt uit één eenheid elektriciteit doorgaans drie tot vier eenheden warmte. Een elektrische auto gebruikt voor dezelfde afstand veel minder energie dan een auto met verbrandingsmotor. Elektrificatie vervangt dus niet alleen fossiele brandstoffen, maar vermindert ook de hoeveelheid energie die we nodig hebben om dezelfde diensten te leveren.</span></p><p><span>Een toekomstige MWh mag dus best meer kosten wanneer we er meer nuttige dingen mee kunnen doen.</span></p>


### Hoeveel van onze economie gaat naar energie?<p><span><strong>Hoeveel van onze economie gaat naar energie?</strong></span></p><p><span>Wie verschillende historische onderzoeken naast elkaar legt, ziet een opvallend stabiel beeld. Energie neemt al decennialang ongeveer een tiende van onze economie in beslag, zonder duidelijke structurele stijging. Europese berekeningen schatten de Nederlandse energiesysteemkosten in 2000 op 9,5 procent van het bbp, in 2005 op 10,3 procent en in 2010 op ruim 12 procent. In 2015 en 2019 gaven we ongeveer 10 procent van het bbp uit aan energie. Tijdens de energiecrisis van 2022 stegen de bruto energie-uitgaven in Nederland tot ruim 15 procent van het bbp, om in 2023 weer te dalen naar circa 13 procent. Voor 2024 en 2025 ontbreken nog vergelijkbare totaalcijfers, maar de sterk gedaalde fossiele importkosten wijzen op een verdere daling. Zo daalde de Nederlandse netto-importrekening voor fossiele energie van €36 miljard in 2022 naar €17 miljard in 2024.</span></p><p><span>De grote uitschieters hangen vooral samen met fossiele prijsschokken door wegvallend aanbod. Dat zagen we bij de oliecrises van de jaren zeventig, in 2022 en nu opnieuw. Door de oorlog in het Midden-Oosten nadert de Europese gasprijs inmiddels de €100 per MWh. Opvallend genoeg ligt de prijs op de termijnmarkt voor levering in 2028 rond €48 per MWh. De markt rekent dus op een forse daling, al is dat allerminst gegarandeerd. Het laat vooral zien hoe sterk onze energiekosten nog altijd afhankelijk zijn van geopolitieke ontwikkelingen en fossiele brandstoffen.</span></p><p><span>Het historische beeld is daarmee dat energie een stabiel deel van onze welvaart op eet. Fossiele prijsschokken kunnen dat aandeel tijdelijk fors verhogen, maar daarna nemen de kosten doorgaans weer af.</span></p><p><span>Een kanttekening is dat deze onderzoeken verschillende kostenbegrippen hanteren. De bruto energie-uitgaven bevatten bijvoorbeeld dubbeltellingen en belastingen. Voor de toekomst gebruiken kennisinstellingen daarom de nationale systeemkosten: de economische middelen die nodig zijn voor energieproductie, import, infrastructuur en verduurzaming.</span></p>


### Zes procent nu. Hoeveel straks?<p><span><strong>Zes procent nu. Hoeveel straks?</strong></span></p><p><span>Een nieuwe verkenning van TNO schat de nationale systeemkosten in 2025 op circa €70 miljard, ongeveer 6 procent van het bbp. Richting 2050 kunnen die oplopen tot €100 à €120 miljard. Een forse stijging, maar onze economie groeit eveneens. Volgens het Nationaal Plan Energiesysteem zou energie daardoor in 2050 ongeveer hetzelfde aandeel van onze welvaart kunnen kosten als vandaag.</span></p><p><span>Dat is geen zekerheid. De toekomstige kosten van technologie en financiering zijn onzeker. Bovendien hangt de betaalbaarheid sterk af van de economische groei. Wat als we de TNO-kostenraming combineren met verschillende groeiverwachtingen?</span></p><table border="0" cellpadding="0" width="481"><tbody><tr><td><p><span><strong>Reële bbp-groei per jaar</strong></span></p></td><td><p><span><strong>€100 mld kosten</strong></span></p></td><td><p><span><strong>€120 mld kosten</strong></span></p></td></tr><tr><td><p><span>0,5%</span></p></td><td><p><span>7,5% bbp</span></p></td><td><p><span>9,0% bbp</span></p></td></tr><tr><td><p><span>2,0%</span></p></td><td><p><span>5,2% bbp</span></p></td><td><p><span>6,2% bbp</span></p></td></tr></tbody></table><p><i><span>Eigen berekening voor 2050, op basis van de TNO-kostenraming en het bbp van 2025. </span></i></p><p><span>Zelfs bij een vrijwel stagnerende economie, met slechts 0,5 procent groei per jaar, stijgt het aandeel in het duurste scenario naar ongeveer 9 procent. Dat is een flinke stijging, maar geen explosie van de kosten. Daarbij zouden ook de kosten van een grotendeels fossiel energiesysteem kunnen stijgen. Dat vraagt eveneens investeringen en blijft kwetsbaar voor internationale prijsschokken.</span></p><p><span>De toekomst is onzeker. Maar zelfs onder minder gunstige omstandigheden lijkt energie op nationaal niveau een beheersbaar deel van onze economie te blijven.</span></p><p><span>Dat energie voor Nederland als geheel betaalbaar blijft, betekent niet dat energie-intensieve bedrijven internationaal concurrerend kunnen produceren. Hoge elektriciteitsprijzen en nettarieven hier kunnen elektrificatie ontmoedigen. Het kan daarom verstandig zijn een deel van de netkosten tijdelijk uit algemene middelen te bekostigen. Op macroniveau verandert dat weinig aan de kosten, maar voor een individueel bedrijf kan dit het verschil betekenen tussen verduurzamen of sluiten. We schieten immers weinig op als onze energie-intensiteit daalt doordat de industrie vertrekt in plaats van verduurzaamt.</span></p>


### Maar thuis betaalt niemand met het bbp<p><span><strong>Maar thuis betaalt niemand met het bbp</strong></span></p><p><span>Daarmee is nog niets gezegd over het huishouden dat de rekening op de mat krijgt. Ook daar is het gemiddelde beeld minder dramatisch dan vaak wordt verondersteld.</span></p><p><span>Volgens de Monitor Energiearmoede besteedden Nederlandse huishoudens in 2019 gemiddeld 5,2 procent van hun beschikbare inkomen aan energie thuis. In 2025 was dat naar schatting 4,8 procent. Een bredere TNO-studie laat eveneens zien dat de gemiddelde betaalbaarheid tussen 2019 en 2024 niet structureel is verslechterd.</span></p><p><span>Ook richting 2031 verwacht TNO dat de gemiddelde energierekening ongeveer hetzelfde aandeel van het gemiddelde inkomen blijft vragen. De rekening stijgt weliswaar in euro's, maar ook de inkomens stijgen en huishoudens gebruiken minder energie.</span></p><p><span>Na 2030 wordt het woord </span><i><span>gemiddeld</span></i><span> alleen maar belangrijker.</span></p><p><span>De studie </span><i><span>Energierekening van de toekomst</span></i><span> van Alex Kaat en Edwin Edelenbos laat zien hoe sterk huishoudens uiteen kunnen lopen. Een huishouden in een label-C-appartement dat op gas blijft verwarmen, kan zijn jaarlijkse energierekening in constante prijzen zien stijgen van ongeveer €2.300 nu naar €4.400 in 2050. Dat is aanzienlijk meer dan de verwachte inkomensgroei.</span></p><p><span>Maar wie isoleert en elektrificeert, kan juist een veel lager kostenpad volgen, en het aandeel ten opzichte van inkomen zien dalen. Daar staan wel investeringen tegenover, die niet in de energierekening zijn opgenomen en die niet ieder huishouden gemakkelijk kan financieren.</span></p><p><span>Gemiddeld hoeft energie dus niet minder betaalbaar te worden. Maar de verschillen tussen huishoudens kunnen wel groter worden.</span></p>


### Het probleem is kleiner geworden. De aandacht groter.<p><span><strong>Het probleem is kleiner geworden. De aandacht groter.</strong></span></p><p><span>In 2025 verkeerde ongeveer 6 procent van de Nederlandse huishoudens in energiearmoede, zo'n half miljoen huishoudens. Deze groep besteedde gemiddeld 11,5 procent van het inkomen aan energie, tegenover 4,8 procent voor alle huishoudens.</span></p><p><span>Dat is een serieus probleem. Tegelijkertijd helpt ook hier historisch perspectief. In 2019, bij historisch lage gasprijzen, leefde nog bijna 10 procent van de huishoudens in energiearmoede. De daling is de laatste jaren gestagneerd en de problemen zijn voor sommige huishoudens verergerd. Maar over de langere periode is het aandeel energiearme huishoudens kleiner geworden. Dat komt mede doordat woningen energiezuiniger zijn geworden en inkomens zijn gestegen. Ook de algemene armoede is fors afgenomen: van 6,3 procent van de bevolking in 2019 naar 3,1 procent in 2024.</span></p><p><span>De maatschappelijke en politieke aandacht ervoor is daarentegen sterk gegroeid. In 2013 wees de minister van Economische Zaken de introductie van het begrip energiearmoede nog expliciet af. Inmiddels hebben we een jaarlijkse energiearmoedemonitor en zelfs een Nationaal Energiearmoede Observatorium.</span></p><p><span>Die aandacht is waardevol, maar we moeten voorkomen dat we een breder probleem van armoede en ongelijkheid verwarren met de betaalbaarheid van onze energievoorziening als geheel.</span></p>


### Betaalbaar is niet hetzelfde als goedkoop<p><span><strong>Betaalbaar is niet hetzelfde als goedkoop</strong></span></p><p><span>Nederland heeft afscheid genomen van een uitzonderlijk goedkope energiebron. Het nieuwe energiesysteem vraagt grote investeringen en de toekomstige kosten zijn onzeker. Maar daar staat een economie tegenover die steeds welvarender en energie-efficiënter wordt. Historische ontwikkelingen en toekomstverkenningen, met verdergaande elektrificatie, geven dan ook goede reden om te verwachten dat de energietransitie op macro niveau betaalbaar blijft. Een minder fossiel afhankelijk energiesysteem maakt ons bovendien minder kwetsbaar voor de prijsschokken zoals we die nu opnieuw meemaken.</span></p><p><span>Dat betekent niet dat energie voor iedereen betaalbaar is. Huishoudens verschillen in inkomen, energieverbruik en mogelijkheden om te verduurzamen. Hoe we de kosten en baten van de energietransitie verdelen, verdient daarom serieuze aandacht. Maar dat is vooral een vraagstuk van verdeling, armoede en ongelijkheid, niet van de betaalbaarheid van de transitie als geheel.</span></p><p><span>Dat sommige huishoudens moeite hebben met de energierekening, is een reden om hen beter te ondersteunen. Niet om de energietransitie af te remmen.</span></p>

