---
title: Wat zouden we zonder de Europese Unie moeten?
date: 2026-07-01T10:25:00+02:00
author: energiepodium
canonical_url: "https://mail.energiepodium.nl/item/wat-zouden-we-zonder-de-europese-unie-moeten"
section: Items
---
## Metadata

- **Type**: Column
- **Datum**: 01-07-2026
- **Thema’s**: Beleid &amp; Markt
- **Tags**: [Klimaat](https://mail.energiepodium.nl/tags/klimaat), [Energiebeleid](https://mail.energiepodium.nl/tags/energiebeleid), [Geopolitiek](https://mail.energiepodium.nl/tags/geopolitiek), [Europa](https://mail.energiepodium.nl/tags/europa)
- **Auteur(s)**: Anton Buijs

## Inhoud

![Energiepodium hoofdafbeedling 5](https://mail.energiepodium.nl/assets/img/photos/Energiepodium-hoofdafbeedling-5_2026-07-01-082659_msld.png)

<p class="Hoofdtekst">Europese industriële bedrijven klagen dat de hoge energieprijzen in de EU en de strenge regelgeving op het gebied van klimaat en milieu hun internationale concurrentiepositie ondermijnt. Er dreigt, waarschuwen ze,<span>  </span>een sociale en economische ramp als de druk op de betrokken sectoren – financieel en qua regelgeving – niet wordt verlicht. Hebben ze een punt of hebben we met een vertrouwde reflex te maken van ondernemingen die te veel op onmiddellijke winstmaximalisatie zijn gericht en te weinig op de noodzaak te investeren in de maatschappelijk en economische baten op lange termijn? De waarheid ligt, vindt Anton Buijs, zoals gewoonlijk in het midden, en de oplossing in Brussel.</p>
<p class="Hoofdtekst">Stel dat de Europese Unie 200 jaar geleden al zou hebben bestaan. Ik las op LinkedIn dat de industriële revolutie dan zeker niet van de grond zou zijn gekomen. Oorzaak: de overdreven regelzucht van de EU, die de economische perspectieven van ons continent danig in de weg zit. De-industrialisatie dreigt.</p><p class="Hoofdtekst">Geestig, die kwinkslag, maar hij getuigt van weinig historisch besef. De Europese Unie was van oorsprong primair een vredesproject en is dat in allerlei opzichten nog steeds. Als de Europese aristocratische elites aan het begin van de negentiende eeuw, na de door hen verafschuwde Franse Revolutie en de daaropvolgende gruwelen van de Napoleontische oorlogen, zo wijs en vooruitziend waren geweest om gezamenlijk een duurzaam politiek en economisch samenwerkingsverband met centraal bestuur op te richten, was ons continent een hoop ellende bespaard gebleven. Probeer je voor te stellen wat een zegen het zou zijn geweest, als de machtigste Europese landen elkaar voortaan niet bevochten zouden hebben op slagvelden, maar hun meningsverschillen hadden beslecht in vergaderzalen, met alle compromissen en, inderdaad, regelgeving van dien. </p><p class="Hoofdtekst">Op de verwerkelijking van het inzicht dat dit eindeloos veel beter is, moesten we wachten tot 1951, het jaar waarin Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux-landen de eerste voorganger van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal oprichtten (EGKS). De kolen- en staalproductie, onmisbaar voor oorlogvoering, werd onder een gemeenschappelijke supranationale autoriteit geplaatst. Pas later groeide dit samenwerkingsverband uit tot de politieke en economische gemeenschap die het nu is. Dat de ‘erfvijanden’ Frankrijk en Duitsland elkaar sindsdien niet meer naar de keel zijn gevlogen, hebben we vooral aan die historische ontwikkeling te danken.</p>


### Politieke families en nationale deelbelangen<p class="Hoofdtekst"><strong>Politieke families en nationale deelbelangen</strong></p><p class="Hoofdtekst">Deze korte geschiedenisschets lijkt me instructief voor degenen die de Europese Unie stelselmatig bekritiseren als een ondemocratische en bureaucratische moloch, die de ontwikkeling en zelfstandigheid van de lidstaten fnuikt en in plaats van slagvaardig beleid uitsluitend waterige compromissen oplevert. De kritiek is soms terecht – niet alles wat vanuit Brussel op ons neerdaalt is manna – maar de manier waarop de EU opereert is nu eenmaal inherent aan de multinationale structuur ervan. De hoofdrolspelers behoren onvermijdelijk tot verschillende met elkaar wedijverende politieke families en verdedigen jaloers nationale deelbelangen op gebieden die juist een gezamenlijke Europese aanpak vereisen. </p><p class="Hoofdtekst">Zo bezien is het een wonder dat de Europese Unie sinds haar vorming zoveel heeft bereikt. Dat is op klimaat- en milieugebied vooral te danken aan de Europese Commissie, meer bijzonder competente commissarissen die erin slaagden controversiële maar noodzakelijke wetgeving door Parlement en Raad te loodsen. Enkele zaken springen eruit. Allereerst de steeds strengere emissienormen voor onder andere ozon, koolmonoxide zwaveldioxide, stikstofdioxiden en benzeen. Voor voertuigen gelden de zogeheten Euro-emissienormen (vanaf 1992). Inmiddels zijn we bij het zevende pakket daarvan aangeland. Dankzij die wetgeving zijn de betreffende emissies sinds de jaren negentig met tientallen procenten gedaald, ondanks de substantiële groei van verkeer en vervoer. Op klimaatgebied is daarnaast het Emissiehandelsysteem (ETS) een effectief middel gebleken om de CO<sub>2</sub>-emissies van de zware industrie en elektriciteitscentrales terug te dringen, ondanks de aanvankelijke scepsis van groene NGO’s en klachten van industriële lobby’s over de te hoge kosten, verlies van concurrentiekracht, e.d. De EU en haar voorgangers E(E)G hebben ook werk gemaakt van de bescherming van natuur en biodiversiteit (Vogel- en Habitatrichtlijn, <span lang="pt" xml:lang="pt">Natura 2000</span>) en afvalverwerking en circulaire economie.</p><p class="Hoofdtekst">De kroon, tot nu toe, op het klimaat-, milieu- en natuurbeleid van de EU is de Green Deal (2019), die tot stand kwam onder de bezielende leiding van de voormalige vice-president van de Europese commissie Frans Timmermans en diens secondant Diederik Samsom. De ambitieuze Green Deal moet worden gezien als een overkoepelende strategie, die de bestaande regelgeving niet vervangt, maar aanscherpt en koppelt aan doelen op langere termijn, waarvan het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050 de belangrijkste is.<span> </span></p><p class="Hoofdtekst">De reacties van enerzijds de milieu- en klimaatbeweging en anderzijds de industrie op deze en dergelijke initiatieven zijn en waren voorspelbaar. De groenen vinden het steevast te laat en te weinig, industriële bedrijven te vroeg en te veel. De ingrepen zouden te duur zijn, technisch onuitvoerbaar, bureaucratisch en slecht voor de concurrentiepositie van en werkgelegenheid in de betrokken Europese bedrijven.</p>

> “De klimaat- en milieuwinst is niet te ontkennen.”

<p class="Hoofdtekst">In de praktijk bleek keer op keer dat de voorspelde nadelige sociaal-economische gevolgen van het EU-beleid grotendeels uitbleven. De klimaat- en milieuwinst is echter niet te ontkennen. Vanaf het begin waren bedrijven in reactie op de steeds strengere wetgeving heel goed in staat de benodigde technologie te ontwikkelen, denk onder andere aan katalysatoren, roetfilters, dampretoursystemen, afvalwaterzuiveringsinstallaties en emissie-arme motoren. De Euro-normen hebben tot sterke daling van smog veroorzakende emissies geleid; de luchtkwaliteit is daardoor over de hele linie verbeterd. De CO<sub>2</sub>-emissies zijn ten opzichte van 1990 met ca. 40 procent gedaald. Toegegeven, het is nog lang niet genoeg, maar er is zonder twijfel sprake van substantiële vooruitgang.</p><p class="Hoofdtekst">Dit wetende ben je geneigd de klaagzangen van het bedrijfsleven per definitie niet al te serieus te nemen, maar dat zou te kort door de bocht zijn. Het staat buiten kijf dat met name energie-intensieve sectoren zoals staal en (petro-) chemie onder hoge druk staan. Zij moeten concurreren met bedrijven in andere delen van de wereld die minder of geen last hebben van strenge kostenverhogende regelgeving op het gebied van klimaat en milieu. Ondernemingen hebben een gelijk speelveld voor alle spelers nodig. Dat bestaat op mondiaal niveau niet en zal er gezien de geopolitieke machtsverhoudingen van dit moment ook niet snel komen. Zelfs binnen Europa zijn de lasten waarmee ondernemingen worden geconfronteerd niet gelijk, omdat iedere EU-lidstaat autonoom belastingen en heffingen kan opleggen en deze bevoegdheid als een onlosmakelijk deel van de eigen soevereiniteit beschouwt. Hoe eerder dat verandert, hoe beter het is.</p><p class="Hoofdtekst">Het bedrijfsleven is ook niet schuldig aan de toegenomen geopolitieke spanningen als gevolg van de imperiale ambities van Rusland, het schadelijke en wispelturige gedrag van de VS, de oneerlijke handelspraktijken van China en de blunders van onze eigen overheden. Denk aan het Duitse besluit om als onderdeel van de Energiewende alle kerncentrales te sluiten of beleid dat wél volop en met succes inzette op verduurzaming van de energievoorziening, maar, ondanks herhaalde waarschuwingen van deskundigen, ‘vergat’ te investeren in de kostbare systeemaanpassingen die deze transitie vereist.<span> </span></p>

<p class="Hoofdtekst"><strong>Pragmatisme en standvastigheid </strong></p><p class="Hoofdtekst">Deze uitglijers bevestigen alleen maar dat de EU een nog centrale(re) rol moet spelen in de energietransitie. Er moet nu een echte energie-unie komen. De lidstaten, geen enkele uitgezonderd, zijn simpelweg te klein en mondiaal te onbeduidend om de geopolitieke, economische en ecologische bedreigingen waarmee ons continent wordt geconfronteerd, zelfstandig aan te pakken. De sleutelbegrippen in dit verband zijn pragmatisme en standvastigheid. Pragmatisch was bijvoorbeeld het besluit van de EU bij de start van het ETS in 2005 om tijdelijk gratis uitstootrechten te verlenen en daarmee de energie-intensieve industrie tijd te geven zich aan te passen aan de nieuwe realiteit. Standvastig is het om nu niet in te gaan op het pleidooi van grootgebruikers van energie en een aantal door conservatieven geregeerde EU-lidstaten om het uitfaseren van die gratis rechten te vertragen of het ETS maar helemaal af te schaffen. Met bedrijven die destijds meer oog hadden voor kwartaalcijfers dan voor hun toekomstige continuïteit en verzuimden tijdig voldoende te investeren om verouderde energieslurpende installaties te vervangen door moderne efficiëntere oplossingen, hoeven we geen medelijden te hebben. Dat ze meer last hebben van de hoge CO<sub>2</sub>-prijs dan concurrenten die dat wél deden, mogen ze zichzelf aanrekenen. Ze wisten wat er ging komen.</p><p class="Hoofdtekst">De Commissie Von der Leyen volgt momenteel eenzelfde spoor als haar voorgangers. Ze heeft vorig jaar, gedwongen door de gewijzigde omstandigheden, verschillende voorstellen gedaan om onderdelen van de Green Deal (tijdelijk) af te zwakken. Een greep: bedrijven meer tijd gunnen om over duurzaamheid te rapporteren, de zorgplichtwet uitstellen en minder streng maken, de grensheffing op CO<sub>2</sub> voor energie-intensieve sectoren voor een kleiner aantal bedrijven laten gelden en de uitstootnormen voor auto<span lang="ar-sa" dir="rtl" xml:lang="ar-sa">’</span>s versoepelen. Dat viel in groen-linkse kringen, zoals te verwachten viel, niet in goede aarde, want, vinden ze, zo dreigen we de noodzakelijke klimaatneutraliteit in 2050 nooit te halen. Het is begrijpelijke kritiek, maar de realiteit is nu eenmaal dat het Europees Parlement sinds de vorige Europese verkiezingen flink naar rechts is opgeschoven, het actieve klimaatbeleid van president Biden vakkundig is gesloopt door Trump en co. en het ondernemingsklimaat er voor industriële energie-intensieve bedrijven zoals gezegd niet beter op is geworden. Daar moet de Commissie iets mee zonder de economische en maatschappelijke baten van de Green deal op het spel te zetten. Geen eenvoudige taak maar een die alleen op EU-niveau kan worden uitgevoerd.</p><p class="Hoofdtekst">Goed dat die bestaat.</p>

