Zoeken

Klimaattop Warschau leverde op wat nodig is

Auteur

Jos Cozijnsen

Jos Cozijnsen: "Wat op de agenda stond, is formeel afgerond"

Op de klimaattop in Warschau zijn de ‘ways that work' voor een nieuw klimaatakkoord nog niet gevonden. En toch bereikte deze top, net zoals die van 2012 in Doha, grotendeels wat hij moest opleveren:

1. Druk houden op financiële verplichtingen van $ 100 miljard vanaf 2020 en de start voorbereiden van het Green Climate Fund;

2. Afspraak over een loss-and-damage mechanism: vergoeding van schade door klimaatverandering;

3. Nadere routeafspraken voor een klimaatakkoord in 2015. In 2014 moeten de eerste onderhandelingsteksten worden gemaakt en uiterlijk begin 2015 moeten landen met hun CO2-verplichting voor na 2020 komen.

De ontwikkelingslanden deden dringende verzoeken. Ze wezen op de aangrijpende beelden van de ramp op de Filippijnen. Zij willen dat de industrielanden de afgesproken CO2-doelen van 2020 aanscherpen en CO2-doelen voor 2030 vaststellen. Ook vragen ze om een betalingsschema tot en met 2020 op te geven. Dat is niet gebeurd. Echter, dit stond allemaal niet op de agenda van de top in Warschau. Wat wél op de agenda stond, is formeel afgerond.

““Er nog steeds sprake van een ‘firewall’ tussen de verplichtingen voor industrielanden en voor ontwikkelingslanden””

Is er dan niets op het resultaat en de voortgang af te dingen? Natuurlijk wel. Het gaat allemaal veel te traag en de ambitie is nog ver te zoeken. Waar ligt dat aan? Dat lag niet aan het feit dat de industrie de klimaatvergadering sponsorde (van tassen tot zitzakken) en dat er tegelijk een kolenconferentie in Warschau werd georganiseerd. Volgens mij lopen er drie olifanten in de zaal:

Ten eerste is er nog steeds sprake van een ‘firewall' tussen de verplichtingen voor industrielanden en voor ontwikkelingslanden. In 1992 is die muur in het klimaatverdrag opgetrokken: het Westen moet de eerste stap zetten en leiding nemen. In 1997 is die verder verzwaard in het Kyotoprotocol. Op de klimaattop in Durban in 2011 is afgesproken dit onderscheid vanaf 2020 op te heffen, middels klimaatafspraken in 2015 ‘applicable to all parties'. De Europese Unie en andere industrielanden willen nu echt van die scheiding af. Maar het is nog geen 2015 en 2020. Tot die tijd wordt industrielanden gevraagd meer te doen en de gemaakte verplichtingen op te krikken. De EU en andere landen willen wel extra CO2 reduceren voor 2020. Dit door middel van afspraken over gehalogeneerde fluorkoolwaterstoffen (HFK's) onder het Montrealprotocol, luchtvaartemissies via ICAO en de aanpak van roet en verkeersemissies. Maar ze willen niet de juridische verplichtingen voor 2020 opkrikken.

Ten tweede is er mystificatie van de bron van de afgesproken financiële verplichtingen. Op instigatie van Hillary Clinton is in 2009 in Kopenhagen afgesproken per 2020 $ 100 miljard betaling voor ontwikkelingslanden te ‘mobiliseren'. Dat wil zeggen deels door regeringen, deels door investeringen van het bedrijfsleven. Maar de verhouding tussen die twee is niet afgesproken. Het deze maand gestarte Green Climate Fund is nog leeg. Regeringen brengen zo'n $ 100 miljoen samen in bilaterale steun, maar niet meer. In 2015 moet hier duidelijkheid over komen.

Ten derde is de aard en de reikwijdte van het klimaatakkoord in 2015 nog volstrekt onduidelijk. Een groot aantal landen wil weer een bindend protocol afspreken, met uitgebreide regels. Daartegenover staat een groeiend aantal landen dat wil dat het akkoord zich beperkt tot een raamwerk met hoofdafspraken en nationale verplichtingen. Meer en meer groeit het besef dat de noodzakelijke mondiale aanpak te complex is voor een akkoord met handtekeningen van 200 regeringen. Aan de ene kant zal de VN zich niet meer met alle details kunnen bemoeien. En aan de andere kant zien we dat landen, steden en bedrijven in de praktijk verder kunnen gaan, dan waar regeringen zich toe willen verplichten.

Was er nog goed nieuws? Jazeker. Er is, vooruitlopend op het klimaatakkoord, een pakket besluiten genomen om de tropische ontbossing tegen te gaan. De gewoonte dat alle besluiten als een ‘pakket' tegelijk genomen worden, lijkt hiermee te zijn verlaten. Verder blijken landen genoegen te nemen met ‘reservations' bij besluiten, in plaats van met een veto te dreigen. Zo'n voorbehoud werd vastgelegd door Bolivia en Ecuador en door de Filippijnen en Australië bij verschillende besluiten. Misschien zijn dit tekenen dat landen toch zoeken naar ‘ways that work'.

Jos Cozijnsen

Jos Cozijnsen is Carbon Specialist bij de Climate Neutral Group. Op Twitter is hij actief onder @timbales