Zoeken

Energietransitie is absoluut geen ‘Doe-het-zelf-markt’

Auteur

Aad Correljé

Vrije keuze voor energieconsument belemmert de energietransitie, stelt Aad Correljé. De energiemarkt vraagt om een voorspelbare consumentvraag.

Consumeren doe je zelf! Vrije keuze op een markt die voorziet in een ruim aanbod, voor iedere portemonnee en voor iedere smaak! Toegankelijke internetsites die je transparant wegwijs maken en snel een ‘match’ tot stand brengt tussen jou persoonlijke en bijzondere behoefte en het aanbod van passende oplossingen. Voor elk wat wils!!!

Dit perspectief lijkt ook dominant als het om de energietransitie gaat. Iedereen is bijzonder en moet zijn eigen voorkeuren kunnen laten uitkomen in de keuzen wat betreft zijn duurzame energievoorziening. Wij vragen en de markt voorziet in het aanbod! De rijksoverheid denkt dat de markt het gaat oplossen als er maar voldoende vraag en aanbod geschapen wordt. En de markt lost alles bovendien op uiterst efficiënte wijze op. We hebben hier te maken met een lastig extern effect, de emissie van CO2. Dus belasten we dat enerzijds, terwijl we anderzijds hier en daar wat subsidies uitdelen waardoor we de markt voor duurzame energietechnologie tot leven roepen. Vervolgens komen de consumenten en producenten er zelf wel uit.

“Op gemeentehuis is kiezen ook lastig”

De gemeenten staan er net even anders in. Die realiseren zich dat ze te maken hebben met verschillende wijken van soms zeer diverse samenstelling. In die wijken zien ze grote economische, sociale en politieke verschillen tussen de groepen bewoners. In de gemeenteraden zijn die groepen allemaal meer of minder gerepresenteerd in (vaak lokale) partijen, en ze worden in de samenstelling van het gemeentebestuur weerspiegeld. En dat verschilt nogal per gemeente. Bovendien worden de gemeenten geconfronteerd met een grote variëteit in de woningbouw en andere karakteristieken van hun wijken. Ook op het gemeentehuis is het maken van keuzes lastig en politiek gevoelig. Dus ook daar lijkt de vrije keuze voor de huiseigenaren en bewoners veelal de politiek te verkiezen oplossing voor de energietransitie. De burger als ondernemende energieconsument!

Het invullen van die vrije keuze voor de toekomstige energievoorziening van je huis blijkt echter in de praktijk uiterst complex en moeizaam. Hoewel er in theorie een aantal verschillende alternatieven voorhanden lijken te zijn voor het koken en verwarmen met aardgas, is het bijna onmogelijk om tot een afgewogen beslissingen te komen voor een concreet huis en die vervolgens ook te laten installeren. De stoere voorlopers die dat wel gedaan hebben getuigen van een lange lijst van barrières.

“Verduurzaming gebouwen is geen standaard klus”

Deels zijn die barrières terug te voeren op het feit dat die verschillende alternatieven allemaal minder universeel zijn dan het alom beschikbare aardgas. Waar je vrijwel ieder huis of gebouw in Nederland met gas kunt verwarmen, zijn de andere opties allemaal aan bepaalde randvoorwaarden gebonden. Die randvoorwaarden hebben te maken met de ligging en de aard van het gebouw. Die zijn bepalend voor de aanwezigheid van alternatieve energiebronnen, zoals zonnepanelen of aardwarmte, en de toegang tot energiedragers, bijvoorbeeld via elektriciteits- en warmtenetten van voldoende capaciteit. Ook bepalen ze de (on)mogelijkheden om de behoefte aan energie voor verwarming te reduceren door verschillende vormen van effectieve isolatie, of door de energietoevoer anders te regelen in de tijd zoals bij lage-temperatuur verwarming. Kortom, het verduurzamen van de energievoorziening van gebouwen is nog geen standaardklus die je na wat speurwerk op internet zo maar kunt laten uitvoeren.

Daarnaast bestaan die barrières uit het ontbreken van de schaal- en netwerkeffecten die kenmerkend zijn voor het bestaande energiesysteem. Die hebben betrekking op de fysieke aanwezigheid van gasdistributienetten in het hele land, waarop vrijwel iedereen simpel en efficiënt aangesloten kon worden. Dat voorzag in zekerheid, die het mogelijk maakte de energievoorziening van de gebouwen en de aanleg van de benodigde infrastructuur op elkaar af te stemmen en te plannen in de tijd. De veelheid aan mogelijke opties op dit moment doet deze effecten teniet en schept daarmee structurele onzekerheid die het lastig maakt om te plannen en om bestendige toekomstperspectieven te bieden aan leveranciers en installateurs.

“Zonder voorspelbare vraag geen effectief aanbod”

Dat netwerkeffect heeft ook betrekking op een brede beschikbaarheid van eenduidige kennis en kunde, zowel bij de ondernemende energieconsument als bij de leveranciers, installateurs en adviseurs. Zolang er geen duidelijke en gedeelde inzichten en richtlijnen bestaan over wat er wel en niet kan in bepaalde typen woningen en gebouwen en hun omgeving, zullen partijen elkaar blijven bestoken met tegenstrijdige adviezen en inzichten. Tegelijkertijd zal de installatiesector terughoudend blijven met het verstrekken van die ‘zekerheden’ die de huiseigenaren of huurders uiteindelijk over de drempel moeten trekken. Dat wordt een kwestie van afwachten, dus.

Het perspectief van een volledig vrije keuze voor de ondernemende energieconsument en ‘voor elk wat wils’ is misschien aantrekkelijk omdat daarmee de suggestie van dwang en lastige politieke keuzen vermeden worden. Tegelijkertijd, echter, lijkt het een voorspoedige en effectieve energietransitie in de weg te staan. In de complexe markt voor energiesystemen zal er zonder substantiële en voorspelbare vraag geen effectief aanbod tot stand komen, en vice versa.

Aad Correljé

Aad Correljé is universitair hoofddocent Economie van Infrastructuren aan de TU Delft en verbonden aan het Clingendael International Energy Programme.