Zoeken

Groengewassen bedotting is vast onderdeel geworden van onze cultuur

Auteur

Hans Altevogt

Hans Altevogt, Greenpeace: "RWE/Essent heeft kennelijk te lang geloofd in fossiel"

"Wie goed doet, goed ontmoet" is een tegeltjeswijsheid die niet geldt voor groene stroom. Wie groen doet, ontmoet niet altijd groen, zo blijkt. Als u bijvoorbeeld wilt switchen naar groene stroom, zorgen marketeers van de energiebedrijven dat u die krijgt. Pas later blijkt dat u niet krijgt wat u dacht, hoopte of wilde. Dit geldt niet alleen voor groene stroom, maar ook voor uw boter, kaas en eieren, voor uw vlees en vis, voor uw hout, kleding en iPhone en voor de handel in CO2-emissies. Groengewassen bedotting loert overal en altijd en is vast onderdeel geworden van onze productie- en consumptiecultuur.

Gebrek aan transparantie garandeert dat de consument in het ongewisse blijft tot het moment dat media of milieuorganisaties alarm slaan. Bijvoorbeeld toen steeds duidelijker werd dat de vraag naar groene stroom verveelvoudigde zonder dat er ook maar één windmolen bij kwam. Toen bleek dat grijze stroom, zoals Noorse waterkracht, via een systeem van groencertificaten goedkoop wordt omgekat naar groene stroom en door WISE terecht her-framed werd tot sjoemelstroom.

De cultuur van bedotting en pervertering en het gebrek aan transparantie verklaren waarom het wantrouwen jegens groen groeit, waardoor consumenten dreigen af te haken. Precies daarom besloot Greenpeace vanaf 2008 een eigen onafhankelijk oordeel te vellen over groene energieproducten en -producenten. Daartoe ontwikkelden wij duurzaamheidscriteria om de verschillen binnen groene energieproducten, maar ook tussen energieproducenten en -leveranciers, te markeren.

Het resultaat voor 2014 is een recente ranglijst van leveranciers van groene stroom, onderzocht door CE Delft, gecheckt bij alle leveranciers op de ranglijst en gedragen door een brede coalitie van inmiddels zeven organisaties: Consumentenbond, Greenpeace, Hivos, Natuur & Milieu, Vereniging Eigen Huis, WISE en WNF. Onze criteria zijn transparant en controleerbaar. Wie anders wil wegen, kan dat.

““Energietransitie is investeren in duurzaam, maar ook desinvesteren in fossiel en nucleair””

Net als vorig jaar kwam er kritiek van Sible Schöne van het HIER Klimaatbureau op drie punten: ons onderzoek is ‘veel te positief over Noorse certificaten (1), maakt een onbegrijpelijke keuze met betrekking tot biomassa (2) en maakt ten onrechte geen onderscheid tussen de bedrijven die ervoor zorgen dat we elke dag stroom hebben, leveranciers van stroom en projectontwikkelaars van windenergie (3).'

Dit zie ik anders, want:

1. Onze puntenwaardering voor Noorse waterkrachtcertificaten zit dicht tegen die van kolenstroom aan: lager kun je niet scoren. Een aantal energiebedrijven met relatief veel Noorse waterkrachtcertificaten compenseren hun slechte score met positieve punten voor bijvoorbeeld investeringen in wind of het gebruik van meer gas dan kolen. Ieders plek op de ranglijst is gebaseerd op het saldo van alle positieve en negatieve scores van de energiebedrijven.

2. Wij waarderen biomassa die gesubsidieerd (a) wordt bijgestookt in kolencentrales met ondermaatse duurzaamheidscriteria (b) iets lager dan meer hoogwaardige en kleinschalige toepassingen (c) van biomassa. Anders gezegd: wie tegen de indirecte subsidie van kolencentrales is en voor behoud van bossen dankzij gecontroleerde duurzaamheidscriteria en biomassa alleen wil verstoken als er geen meer hoogwaardig gebruik meer mogelijk is, snapt onze keuze.

3. Sible Schöne wil energiebedrijven die zorgen voor onze dagelijkse stroom onderscheiden van en - neem ik aan - hoger waarderen dan leveranciers en projectontwikkelaars van bijvoorbeeld uitsluitend windenergie. Wij vinden dit onderscheid niet zo relevant en significant voor de ranglijst. Geen enkel energiebedrijf, groot of klein, kan individueel volledige voorzieningszekerheid voor Nederland bieden, noch de pure leveranciers en projectontwikkelaars. Samen kunnen zij dat wel en doen ze dat ook: de zorg voor onze dagelijkse stroom wordt geborgd door programmaverantwoordelijkheid, die de onbalans tussen vraag en aanbod van elektriciteit keurig en wettelijk regelt. Het fossiele elektrisch vermogen in Nederland is ruwweg het dubbele ten opzichte van wat nodig is, aangezien bijna de helft stilstaat. Ook dat relativeert eventuele zorgen over onze dagelijkse leveringszekerheid.

Het staat natuurlijk iedereen vrij om de bijdrage aan de leveringszekerheid van energiebedrijven mee te wegen en van een score te voorzien. Maar ook dan kunnen energiebedrijven die ‘ervoor zorgen dat we elke dag stroom hebben' goed, matig of slecht scoren.

Onze ranglijst is vooral bedoeld om de circa dertig in Nederland actieve energieleveranciers te vergelijken op duurzaamheid en op hun bijdrage aan de energietransitie. Energietransitie is investeren in duurzaam, maar ook desinvesteren in fossiel en nucleair. Dat laatste wordt vaak vergeten, maar wij wegen dit criterium dus wel mee.

Iedereen mag natuurlijk energieaspecten toevoegen en (her)waarderen. Zo kan ik mij voorstellen dat we volgende ranglijsten opnieuw verfijnen en de productie van negawatts, de besparingsactiviteiten van energiebedrijven, meewegen. Of - net als bij biobrandstoffen - ketentransparantie eisen en gaan onderscheiden naar herkomst van gas, olie en kolen. Daardoor kan de consument kiezen vóór Nederlands gas en tegen Russisch gas vanwege methaanlekkage, of tegen schaliegas van Shell uit Oekraïne, of tegen benzine en diesel die gemaakt is van olie uit teerzanden of gewonnen in het Noordpoolgebied. Alle keuzes en waarderingen zijn per definitie arbitrair, maar zolang ze transparant zijn, kun je hooguit ánders waarderen en ranken dan wij.

Tot slot noemt Sible Schöne de invloed van sponsors op de opvattingen van de gesponsorde. Hiervan heb ik eigenlijk geen verstand, omdat Greenpeace zich ten principale niet laat ‘sponsoren' door bedrijven of overheden. Maar laat ieder ander vooral de geldschieter kiezen die het beste bij de missie van de eigen organisatie past. En dan hoort Eneco kennelijk bij het Wereld Natuur Fonds en bij Natuur en Milieu en hoort Essent meer bij HIER. Maar andersom geldt die binding natuurlijk ook. Dan snap ik de band tussen WNF en N&M met Eneco weer beter dan die tussen HIER en Essent, want dan moet je kunnen verklaren en rechtvaardigen waarom de klimaatstraatfeesten van HIER worden gesponsord door een energiebedrijf dat onlangs € 2 miljard investeerde in een klimaatvernietigende kolencentrale in de Eemshaven. Wonderlijk is ook dat Essents moederbedrijf RWE tot dusverre schitterde door afwezigheid bij de duurzame Energiewende in Duitsland, die vooral wordt gedragen door decentrale coöperaties. En dat is nou net weer de doelgroep die HIER Opgewekt wil ondersteunen. Laat ik het voorzichtig formuleren: dit riekt een beetje naar een onbegrijpelijke keuze.

Peter Terium, CEO van RWE/Essent, zei onlangs in de Financial Times: "We were late in entering the renewables market, possibly too late." De achterkant van dit gelijk is dat RWE/Essent kennelijk te lang heeft geloofd in fossiel en daar nu bijna € 3 miljard op moet afschrijven. Indien RWE/Essent zijn investeringsprogramma drastisch vergroent en desinvesteert in kolen (in plaats van gas), wordt de tegeltjeswijsheid Wie groen doet, groen ontmoet ongetwijfeld beloond met een plaats tussen de koplopers van onze ranglijst in 2015.

Hans Altevogt is Campagneleider bij Greenpeace

Hans Altevogt