Zoeken

Internationale trein brengt Parijs 2050 dichterbij

Auteur

Hans van Cleef

Het traject naar Parijs 2050 is volgens Hans van Cleef duidelijk voor alle partijen, maar om dat doel daadwerkelijk te bereiken, moeten we volgens hem samen op weg in de internationale trein. Daarbij mag het nationale spoor dat van Europa niet kruisen.

De energietransitie staat op de rails. De trein is ambitieus vertrokken maar de economische werkelijkheid zorgt er voor dat het voorlopig nog geen TGV is richting Parijs. We zien steeds vaker een grotere tegenstrijdigheid tussen de ambitie en de werkelijke trends. Noem het de energietransitie-paradox. Aan de ene kant zien we dat de mondiale vraag naar energie stijgt als gevolg van stijgende welvaart. Aan de andere kant zien we dat vanuit het klimaatbeleid en het streven om de mondiale CO2-uitstoot te beteugelen de druk om te consuminderen neemt met name hier in het westen ook toe. Het schuurt steeds meer en dat is misschien maar goed ook. Immers, zonder wrijving geen glans.

Deze paradox zien we op alle niveaus terug. De gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer riepen onlangs een tijdelijke bouwstop af voor datacenters in de regio. De druk op het elektriciteitsnet, en de mogelijke congestie als gevolg van overbelasting, zou een belangrijke reden zijn. De snelle groei van datacenters in deze regio valt te verklaren door het, tot nu toe, gunstige vestigingsklimaat, maar blijkt in de stoptrein te zitten. Dat er steeds meer data verwerkt moet worden, en er dus steeds meer elektriciteit voor nodig is, spreekt in deze tijd van digitalisering voor zich. Regio Amsterdam is cruciaal voor de internationale connectiviteit van data. Door het lokale besluit neemt de angst toe dat internationale partijen de toegenomen onzekerheid zullen vertalen naar de hele regio. Dat kan zich uiten in het verplaatsen of uitstellen van hun activiteiten.

“Nationale CO2-heffing is voor de industrie lastig uit te leggen”

Op nationaal niveau zien we de complexiteit en tegenstrijdige signalen ook toenemen. De minister wil dat de Nederlandse industrie verduurzaamt. Het vestigingsklimaat voor de industrie was altijd uitstekend, en Wiebes stelt subsidies ter beschikking die oplopen tot een half miljard in 2030 om bedrijven te verleiden hun investeringen vooral hier te blijven doen. Tegelijk is de aankondiging van het invoeren van een nationale CO2-heffing voor de industrie lastig uit te leggen aan bestuurders. Veel van de bestuurders van de grote spelers uit de Nederlandse industrie zitten in het buitenland. Zij moeten bij het maken van hun investeringsbeslissingen – een veelvoud van de beschikbare subsidies – rekening houden met het internationale speelveld, terwijl zij in de intercity blijken te zijn gestapt.

Tot slot zien we op internationaal niveau hetzelfde gebeuren. Er komt druk op het investeren in nieuwe exploratie en productie van olie en gas, terwijl de vraag naar olieproducten mondiaal toeneemt. De International Air Transport Association (IATA) verwacht een verdubbeling (!) van het mondiaal aantal vliegbewegingen tussen nu en 2036.

“Zonder wrijving geen glans. Maar teveel wrijving leidt tot oververhitting”

Al vaker riep ik op tot meer regie binnen de energietransitie. Zoals gezegd, zonder wrijving geen glans. Maar teveel wrijving leidt tot oververhitting. Te vaak zien we dat het gevoel van urgentie bij lokale bestuurders leidt tot overhaaste en inefficiënte lokale besluitvorming. Ik richtte mij daarom vooral tot de nationale overheden. Met de presentatie van het Klimaatakkoord lijkt de regering de regie weer naar zich toe te hebben getrokken. De angel lijkt daarmee uit het gepolariseerde debat en het spoor lijkt weer vrij.

Maar een nieuwe, nog mooiere kans biedt zich aan. Tijdens haar toespraak in het Europees Parlement heeft de beoogde nieuwe voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen haar voordracht kracht proberen bij te zetten door een ‘green deal’ te beloven. Deze deal heeft als doel Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld te maken in 2050. De CO2-uitstoot moet niet met 40% maar met 50-55% zijn afgenomen in 2030 en de uitstoot moet een prijs krijgen die leidt tot gedragsverandering. Veel woorden en ambitie, maar met ambitie alleen redden we het klimaat niet.

“Internationale trein moeten we hebben!”

Het positieve zat volgens mij vooral in de belofte voor daden: namelijk massale investeringen én een importheffing aan de Europese grens. Dit zou het vestigingsklimaat voor bedrijven binnen Europa niet veranderen ten opzichte van elkaar. De internationale trein, de TGV, die moeten we hebben! Mochten deze beloften uitkomen zou het tevens een kader kunnen bieden waarbinnen nationale én lokale overheden binnen Europa de energietransitie kunnen faciliteren. Het kan ook de springplank zijn waarmee de energietransitie in de regio versterkt kan worden.

Door de regie van het klimaatbeleid in Brussel te leggen is het makkelijker om uit te gaan van ieders kracht, bijvoorbeeld op het gebied van geografische, technische en economische mogelijkheden. Internationale samenwerking kan leiden tot efficiëntere en goedkopere oplossingen. Mogelijk gaan de ambitieuzere doelstellingen op Europees niveau dan ook leiden tot betere afstemming en een efficiëntere inpassing op nationaal en lokaal niveau. Het wordt tijd om afscheid te nemen van de energietransitie-paradox en te streven naar een eensluidend Europees klimaatbeleid. Hopelijk komt de tonnenjacht van minister Wiebes dan gelijk op stoom met de tonnenjacht van Von der Leyen.

Hans van Cleef

Hans van Cleef is senior energie-econoom bij ABN AMRO Bank, @ABNAMROeconomen. Op Twitter is hij actief onder @hansvancleef. Hij schrijft zijn columns op persoonlijke titel.