Zoeken

Joris Wijnhoven, Greenpeace: D66 zit windcoöperaties dwars

Auteur

Joris Wijnhoven

"Juist democraten moeten zich aangesproken voelen door wensen van burgercoöperaties"

Ruim een jaar geleden verhuisde Greenpeace Nederland naar een nieuw, maar stokoud pand op de NDSM-werf, een oud industrieterrein in Amsterdam-Noord. Omdat we uiteraard aan onze stand verplicht zijn heel zuinig met energie om te gaan, investeerden we flink om het pand te voorzien van de nieuwste foefjes, zoals een warmte-koude-pomp, waarmee de boel wordt verwarmd. Bij een buitentemperatuur tot een graad of vijf lukt dat dan zonder gas. De benodigde elektriciteit willen we graag met windmolens opwekken. Een van de grote voordelen van de locatie is dan ook dat er een coöperatie van burgers en bedrijven actief is, die er gezamenlijk zes windmolens wil realiseren: NDSM Energie. Greenpeace werd snel lid van de club, in de hoop snel onze duurzame kilowatjes zelf te mogen oogsten.

Hulde
Je zou denken: niets aan de hand. Als burgers en bedrijven samen molens willen bouwen en er is geen weerstand, dan zou je verwachten dat de politiek, die dikwijls zo'n moeite heeft draagvlak voor zulke projecten te verwerven, langs de kant staat te applaudisseren. Wat de Amsterdamse politiek betreft is dat ook zo: de steun is raadsbreed. De hoofdstedelijke VVD stak zelf zijn nek ruimschoots uit door in Het Parool de realisatie van deze molens te bepleiten. Waarvoor hulde. Van het Rijk valt eveneens louter medewerking te verwachten: omdat wind zo goedkoop is, knijpt Kamp zijn vuistjes dicht bij elk spontaan project.

Maar jammer genoeg heeft in bestuurlijk Nederland uitgerekend de provincie als vergunningverlener een sleutelrol bij wind op land. En het geval wil dat in Noord-Holland het provinciebestuur een ronduit remmende rol speelt bij het bouwen van windmolens op land. De VVD, opgejaagd door de windmolenhaters van de PVV, dwongen bij de college-onderhandelingen af dat er extra regels kwamen om coöperatieve windmolens dwars te zitten. Malle regels waar hun partijgenoten in de Amsterdamse Raad nu met andere partijen tegen ageren.
““Op andere dossiers zou menig politicus een hartverzakking krijgen bij zo’n ‘kop op het beleid’ ””
Windmolenparken moeten bestaan uit minimaal zes windmolens. In het geval van de plannen van NSDM-Energie lukt dat nog, maar de meeste coöperaties willen (of kunnen) maar één of twee molens bouwen. Die mogen dat nu niet meer. Die zes windmolens moeten van de provincie ook nog eens precies op een rij staan. Hoogst merkwaardig, want het inpassen van windmolens in het Nederlandse landschap is over het algemeen maatwerk. In Amsterdam-Noord lukt zo'n rij bijvoorbeeld nooit, maar waarom zou je ook: in de hoofdstad staat nu eenmaal niks op een rij.

Gek
Nog gekker: de provincie bedacht dat de afstand tussen een windmolen en de dichtstbijzijnde huizen minimaal 600 meter moet zijn. Dat is veel verder weg dan de minimale afstand van een snelweg tot een huis, of de minimale afstand van een chemische fabriek tot een huis. De wettelijke minimale afstand voor een windmolen in Nederland is grofweg 300 meter. Het is nogal wat dat de provincie dat dus op eigen gezag verdubbelt. Op andere dossiers zou menig politicus een hartverzakking krijgen bij zo'n ‘kop op het beleid', maar bij windmolens vinden we dat kennelijk heel gewoon. Met geluidsoverlast kan het niet van doen hebben, want windmolens maken alleen meer geluid dan de achtergrond (verkeer, stadslawaai) als je er pal onder staat.

De bizarre regel dat een ontwikkelaar van een nieuwe molen in ruil daarvoor een oude molen moet saneren, laten we maar even buiten beschouwing. Niet moeilijk om te bedenken wat dat doet met de prijs van zo'n oud geval op het moment dat ontwikkelaars die daar zelf niet over beschikken naarstig op zoek gaan naar te saneren exemplaren.

Pijnlijk
Extra opmerkelijk aan dit woud van additionele regels is dat het afkomstig is van de ondernemerspartijen VVD, D66 en CDA, die samen met de PvdA GS vormen. Uit de hoek van VVD en CDA wordt wel vaker gemopperd over windmolens om kiezers naar de mond te praten, maar de rol van de zelfbenoemde groene liberalen van D66 mag opmerkelijk genoemd worden. D66-Kamerlid Stientje van Veldhoven weet als geen ander hoe hard wind op land nodig is om de doelen van het Energieakkoord te halen. En zouden juist democraten zich niet erg aangesproken moeten voelen door de wensen van burgercoöperaties, in plaats van belemmeringen op te werpen? Want pijnlijk genoeg zijn het uitgerekend D66-gedeputeerden die dit molentje-pest-beleid uitvoeren.

Het is nog niet te laat. Ook in Noord-Holland kan het tij prima gekeerd worden en zou het provinciebestuur uitzonderingen op zijn eigen, hardvochtige regels kunnen maken voor plekken waar burgers zélf dolgraag molens willen. Als ik op kantoor achter mijn laptop onze eigen molens zie draaien, zal ik in elk geval niet mopperen, dat verklaar en beloof ik.

Joris Wijnhoven

Joris Wijnhoven is Campagneleider klimaat en energie bij Greenpeace. Op Twitter is hij actief onder @JorisW_GP