Zoeken

Nationale heffing beperkt industrie, ETS biedt kansen

Auteur

Hans van Cleef

ETS geeft de industrie meer tijd om emissies te beperken, terwijl nationale heffingen contraproductief kunnen werken, stelt Hans van Cleef. Zijn advies is om vast te houden aan ETS opdat de industrie emissies beperkt en haar concurrentiepositie behoudt.

De afgelopen maanden hebben we veel discussies gezien rondom het wel of niet in voeren van een CO2-heffing voor de industrie. In bijna iedere naar voren geschoven studie en petitie wordt benadrukt dat de kosten macro-economisch goed te dragen zijn, maar dat voor de industrie en individuele bedrijven (micro-economie) deze kosten onevenredig hoog uit kunnen pakken. Daarover verschillen de meningen niet zo erg. De een benoemt vooral de voordelen, mogelijke nationale versnelling van CO2-reductie, terwijl de ander vooral kijkt naar de nadelen: mogelijk waterbedeffect. Een veel gehoorde klacht is dat het bestaande gereedschap van de Europese Commissie om CO2-reductie te bewerkstellen, het Emission Trading System (ETS), als gevolg van de te lage prijs niet (snel genoeg) werkt. Dit zou nationaal beleid rechtvaardigen. Maar het mooie van het ETS is juist dat de industrie meer tijd krijgt om haar emissies te verlagen. Het laag hangende fruit hangt immers in de elektriciteitssector. Heffingen kunnen daarom contraproductief werken als gevolg van het negatieve effect op het ETS. Dat vraagt om een uitleg.

“Elektriciteitssector is overgeleverd aan grillen van ETS-markt”

Het EU ETS is een systeem waarbij emissierechten deels gratis worden uitgegeven en het resterende deel op een markt moet worden verhandeld. Hierdoor ontstaat er een prijs voor CO2-uitstoot. De elektriciteitssector krijgt geen gratis rechten. Zij is volledig overgeleverd aan de grillen van de ETS-markt. Nationaal beleid in de vorm van subsidies voor het bouwen van grootschalige zonne- en windparken heeft geleid tot sterk dalende kosten van zon- en windenergie. Het percentage duurzame elektriciteit neemt dan ook snel toe. Dit gaat gepaard met minder CO2-uitstoot. Een andere vorm van nationaal beleid is het vervroegd sluiten van kolencentrales. Dat leidde tot een verschuiving van kolen naar gas en duurzame energie en daarmee ook minder CO2-emissies.

Nationaal beleid heeft ertoe geleid dat de elektriciteitssector niet heeft gewacht op oplopende CO2-prijzen als gevolg van groter wordende schaarste van emissierechten. Maar om een bekende oud-voetballer te quoten: ‘Elk voordeel heb z’n nadeel’. Aangezien de initiatieven van de elektriciteitsbedrijven vooruitliepen op het beoogde dalende schema van het ETS is de CO2-prijs niet verder opgelopen dan de huidige bandbreedte van +/- EUR 20-26/ton. Dit komt ten gunste van de Europese partijen die nog wel steeds emissierechten moeten kopen. De druk om CO2-uitstoot te reduceren, blijft voor hen langer uit. Je zou ook kunnen zeggen dat de CO2-winst in landen met nationaal beleid deels teniet wordt gedaan doordat de laag gebleven CO2-prijs bedrijven geen of minder prikkel geeft om te investeren in uitstootbeperking.

“Gratis ETS-rechten borgen eerlijke concurrentiepositie”

Het overgrote deel van de gratis rechten binnen het ETS gaat naar de industrie om een eerlijke concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland te waarborgen. Ook weten we dat de processen binnen de industrie lastiger om zijn te bouwen naar duurzame, CO2-neutrale oplossingen. Als gevolg van deze gratis rechten hoeven zij momenteel alleen rechten te kopen voor dat deel dat leidt tot meer emissies dan waarvoor zij al rechten had gekregen. De industrie heeft door de gratis emissierechten extra tijd gekregen om de lastige processen te verduurzamen. Deze extra tijd past keurig in het pad richting nul emissies zoals het ETS nastreeft. De industrie profiteert daarnaast van de langer laag gebleven kosten van het ETS. Geld dat gestoken kan worden in de investering voor verdere verduurzaming van de industriële processen.

Kunnen we lessen trekken uit de ontwikkelingen in de elektriciteitssector om te zien of een nationale heffing voor de industrie effectief zal zijn? Net als bij subsidies bij duurzame energie interfereert een nationale heffing voor de industrie met de prijs voor (Europese) CO2-rechten. Een heffing voor de industrie leidt tot minder productie (en dus lagere CO2-uitstoot). Het geeft neerwaartse druk op de CO2-prijs als gevolg van een afname van de vraag naar emissierechten en daarmee minder schaarste. Ook hier zou de CO2-winst op nationaal niveau deels teniet worden gedaan door hogere inefficiëntie elders in Europa. Oftewel, door het invoeren van een nationale heffing tast je de effectiviteit van het Europese ETS nog verder aan. De roep om een hoge (ETS) CO2-prijs én het invoeren van nationale heffingen is daarmee tegenstrijdig aan elkaar.

“Alleen ga je sneller, samen kom je verder”

Om het ETS optimaal te laten functioneren, en dus zo efficiënt mogelijk CO2-emissies in Europa te verminderen, is er zo min mogelijk nationale interventie nodig. Dit pleit ervoor om subsidies zo snel mogelijk af te bouwen en nationale heffingen te voorkomen. Een vaak door Nelson Mandela gebruikt Afrikaans spreekwoord luidt ‘Alleen ga je sneller, samen kom je verder.’ Indien we, zoals de regering in haar regeerakkoord heeft aangegeven, de CO2-emissies effectief sneller willen verlagen dan in de huidige Europese doelstellingen zullen we moeten kiezen:

  1. Ofwel we trekken veel meer op met de andere landen die onder het ETS vallen.
  2. Of we moeten het ETS compleet laten varen. Dat zou betekenen dat iedereen voor zich oplossingen zal moeten verzinnen die hun nationale uitstoot verlaagt in de hoop dat dit optelt tot een snellere CO2-reductie dan momenteel in Europa wordt nagestreefd.

Persoonlijk zou ik dan kiezen voor het meest efficiënte alternatief: het ETS. Deze optie is beter omdat we er niet van de industrie kunnen verlangen het zelf maar uit te zoeken. Dat biedt geen soelaas en kies ik liever voor een gezamenlijke Europese aanpak. Immers alleen ga je sneller, samen kom je verder.

Hans van Cleef

Hans van Cleef is senior energie-econoom bij ABN AMRO Bank, @ABNAMROeconomen. Op Twitter is hij actief onder @hansvancleef. Hij schrijft zijn columns op persoonlijke titel.