Zoeken

‘Waarom zetten we de hele stad Groningen niet op waterstof?’

“Het Klimaatakkoord leest vooral als een groot aantal losse voorstellen waarmee iedereen die aan tafel zat thuis kon komen”, stelt dr. Martien Visser, spraakmakend energiedeskundige en columnist van Energiepodium. Hij fileert in dit interview het Nederlandse energie- en klimaatbeleid.

Martien Visser is lector energietransitie en netintegratie aan de Hanzehogeschool Groningen en manager corporate strategy bij Gasunie. De afgelopen jaren heeft hij zich in de wereld van energie- en klimaatduiders ontwikkeld tot een nationale fact-checker en vraagbaak, die alle protagonisten – van politici tot milieuactivisten, van onderzoekers tot ambtenaren en van opinieleiders tot praktijkmensen – voortdurend confronteert met de feiten en cijfers achter de meeste vraagstukken en initiatieven op dit terrein. In dit interview laat hij zich opnieuw kennen als een man die geen blad voor de mond neemt. “Het Klimaatakkoord bevat 600 voorstellen voor CO2-vermindering. Ik mis echter analyses waaruit blijkt dat dit de beste voorstellen zijn. Ook over de consequenties voor de samenleving is weinig te vinden.”

- Om maar meteen met de deur in huis te vallen: voeren wij in Nederland een verstandig energietransitiebeleid?

Visser: “Ik denk het niet. We doen van alles, maar stoppen er net zo gemakkelijk weer mee. Denk aan het bijstoken van biomassa, de subsidies voor Tesla’s, het gehannes met de warmtewet. Laten we de kolencentrales ook niet vergeten. Nog maar een paar jaar geleden vroegen we bedrijven daarin te investeren. En nu moeten ze dicht. We denken ook niet goed na over de langetermijnconsequenties. Dat elektriciteitsnetten snel zouden vollopen bij een massale uitrol van zonneweides was toch niet zo moeilijk te voorzien? En wanneer we naar het resultaat kijken: effectief zien we onze CO2-emissie niet dalen. Terwijl de energierekening al flink stijgt.

Recent bracht Duitsland zijn rapport uit over de ‘Kohleausstieg’. In 2038 is het zo ver. Bijna 300 pagina’s waarin de optimale route wordt uitgedokterd en geanalyseerd wat dit betekent voor alle belanghebbenden, inclusief voorstellen over hoe de pijn verzacht moet worden. We zouden daar als Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen. Wat betekenen onze voorstellen voor de energietransitie voor onze industrie, voor het midden- en kleinbedrijf, voor de burgers? En wat moet je doen om negatieve gevolgen voor mensen en regio’s te beperken? Past het huidige liberale marktdenken wel bij deze transitie, of is er een andere marktordening nodig? Die vragen moeten we stellen én adequaat beantwoorden. In Nederland besluiten we zomaar dat kolencentrales dichtgaan. Wij besluiten ook zomaar dat subsidies op elektrische auto’s omhoog gaan of weer verdwijnen. Zonneweides worden aangelegd zonder te onderzoeken of we hiervoor niet beter daken kunnen gebruiken. Alleen maar omdat we haast denken te hebben. Het gevolg is dat de transitie veel duurder wordt dan noodzakelijk. De weerstand van burgers wordt ook systematisch onderschat. De mensen zien hun rekeningen oplopen. Er kan nog zo vaak beweerd worden dat de transitie goedkoop is en zelfs, wat sommigen zeggen, geld oplevert. Maar in de praktijk zien mensen wat anders. De recente ophef over de energierekening is daar een voorbeeld van.”

- Maar wij zijn toch het land van het polderen? Iedereen wordt erbij betrokken.

“Het polderen lijkt vooral te bestaan uit het uitruilen van zienswijzen, en veel minder uit het gezamenlijk maken van doorwrochte analyses. Met alle respect voor de mensen die er veel tijd in hebben gestoken, maar het Klimaatakkoord leest toch vooral als een groot aantal losse voorstellen waarmee iedereen die aan tafel zat thuis kon komen. Maar het kan toch niet zo zijn dat we in Nederland toevallig alles nodig hebben wat we aan die tafels hebben zitten bedenken? Hoe is door de onderhandelaars vastgesteld dat dit voor Nederland het ideale pakket is? Vervolgens zetten we het PBL onder een geweldige druk om er vóór de provinciale verkiezingen toch vooral maar iets van te vinden.”

- Voorbeelden?

“Een subsidie van 6.000 euro voor elektrische auto’s vanaf 2021, plus vrijstellingen voor BPM en motorrijtuigenbelasting. Wij hebben geen auto-industrie die we hiermee kunnen stimuleren, ook geen accu-industrie. We doen het dus niet om de Nederlandse industrie te helpen en zo werkgelegenheid te creëren of te behouden. De CO2-winst is daarnaast beperkt, want voorlopig zijn de bijdragen van zon en wind nog onvoldoende om aan de huidige elektriciteitsvraag te voldoen. Elke extra kWh elektriciteit wordt dan geproduceerd met gas- of kolencentrales. Op zijn minst zouden we moeten analyseren wat de gevolgen zijn als we niet in 2020 beginnen met subsidiëren, maar in 2023 of 2025. Hoeveel bespaart dat? Hoeveel minder levert het op en wat zouden we anders en wellicht beter met het bespaarde geld kunnen doen? Ik zie die analyse nergens en ben bang dat het PBL daar ook niet aan toe komt.

Een ander voorbeeld zijn de genoemde kolencentrales. Begrijp me goed, ik heb er geen medelijden mee, maar als we die sluiten en bereid zijn daar miljarden aan compensatie voor te betalen, dan moeten we er tenminste over nadenken hoe we dat geld ook anders zouden kunnen besteden. Misschien levert dat wel meer emissiereductie op in Nederland en Europa. Maar nee: die centrales moeten en zullen dicht.

Let ook op de elektriciteitstafel. Die zet vol in op wind op zee. Prima. Maar wat dit zou kunnen betekenen voor wind-op-land, blijft onbenoemd. De weerstand tegen windmolens op land is plaatselijk enorm en dat tegen een ingreep die, qua CO2-reductie, eigenlijk maar weinig oplevert. Ik kan me voorstellen dat als je iets meer wind op zee installeert en je op plaatsen waar de weerstand het grootst is, een streep door die projecten haalt. Dan gaan die mensen wat anders doen. Zonneweides aanleggen of biomassa oogsten. Geef de mensen keuzes in plaats van door te drukken. Alleen dan krijgen we draagvlak.”

- Maar dit argument wordt systematisch van tafel geveegd. Alle beetjes helpen en Nederland moet de wereld de weg wijzen, toch?

“Ja, maar helaas zijn het wel uitzonderlijk kleine beetjes. Hoezeer dit uit de hand kan lopen, zien we in Drenthe. De mensen die die windmolens in hun achtertuin krijgen, zijn furieus. Politieke partijen die zich solidair verklaren met de tegenstanders, winnen stemmen. Dat heeft zijn weerslag op andere partijen, die daardoor min of meer gedwongen worden op te schuiven in de richting van partijen die tegen die windmolens zijn. En wat schieten we daarmee op?

Als Nederland echt iets wil betekenen in de strijd tegen klimaatverandering, moeten we technologieën ontwikkelen die wereldwijd kunnen worden uitgerold. Daarmee zouden we een substantiële bijdrage kunnen leveren. Kijk naar Denemarken. Dat heeft ooit besloten om vol in te zetten op wind op zee. Destijds was het zeer de vraag of dat commercieel attractief zou worden. Velen verklaarden de Denen voor gek. Ze zijn nu wereldleider op dat gebied. Het bijzondere is dat ze daarmee consequent door zijn gegaan. Het maakt niet uit welke regering er zit. Deze ambitie wordt breed gedragen.”

- Waarom is dat in Nederland zo moeilijk?

“Geen industriebeleid. Wij hebben daar al heel lang geleden afscheid van genomen. Nederland distributieland, weet je nog? De afkeer van de maakindustrie is hier nog steeds dominant. De Zuidas, dát is ons icoon, niet de petrochemie in Rotterdam. Kijk eens hoe in politiek en media met Tata Steel wordt gesold.”

- Je zei al dat de Nederlandse bijdrage aan klimaatverandering in feite verwaarloosbaar is. Is dit mondiale vraagstuk wel geschikt om burgers te mobiliseren? Er is immers geen relatie tussen inspanning en kosten en resultaat.

“Klopt. Wij willen problemen decentraal oplossen die niet decentraal op te lossen zijn. Dat gaat soms heel ver. Ik las pas op Energeia dat de Rekenkamer Rotterdam tegen een warmteleiding vanuit de Rijnmond naar Leiden was, onder andere omdat dan – niet lachen – de CO2-vermindering in Leiden terecht zou komen en niet in Rotterdam. Het stond er écht.”

- Je hebt in jouw publicaties geregeld aangegeven dat we te weinig werk maken van energiebesparing. Vaak gaat het om op zich eenvoudige en goedkope ingrepen die verhoudingsgewijs heel veel CO2-reductie opleveren. Hoe komt dat toch?

“Gebrek aan kennis en aandacht. Ik heb laatst naar aanleiding van het nieuws dat we de norm uit het Urgenda-vonnis - 20% CO2-reductie in 2020 - niet gaan halen, op een rijtje gezet waarmee we als land direct vele megatonnen kunnen besparen. Ik kwam tot 15 miljoen ton. Daar zitten ook opties tussen waar iedereen het altijd over heeft, maar die bijna niets opleveren zoals stoppen met koken op gas. Aardig is bovendien dat maximaal vijf minuten douchen per dag tot bijna evenveel emissiereductie leidt als de sluiting van de Hemweg-kolencentrale in Amsterdam. En dan heb ik er nog geen rekening mee gehouden dat de CO2-uitstoot van kolencentrales na sluiting grotendeels over de grens verdwijnt en dus feitelijk geen bijdrage levert aan het klimaat.”

- Ik zag er ook eentje die me verraste: het waterzijdig inregelen van alle CV-ketels: 0,8 megaton maar liefst. Gebeurt dat niet standaard?

“Welnee. Het is nauwelijks bekend dat dit kan.”

- Hoe kunnen we dit doorbreken?

“Twee dingen. Eén: de kosten van CO2-reductie altijd afwegen tegen de opbrengst en op basis van de uitkomst keuzes maken. Twee: structureel in technologische ontwikkelingen investeren waarvoor Nederland comparatieve voordelen geniet. Een goed voorbeeld is CCS. Ik weet dat niet iedereen ervan houdt, maar alle serieuze studies die in de buurt komen van 1,5 graad temperatuurstijging laten zien dat het nodig is. Kijk, Nederland heeft lege gasvelden, we hebben bedrijven die weten hoe de ondergrond in elkaar zit, de pijpleidingen zijn in nationale handen én de grote industrieclusters liggen vlak aan zee. Als je nu ergens deze technologie kunt ontwikkelen en uitbouwen dan is het hier. Ik heb ook wel eens gedacht: laten we de hele stad Groningen op waterstof zetten. ook al kost het 20 miljard, als het lukt dan hebben we iets waar de rest van de wereld plezier van heeft. Als het mislukt zijn we 20 miljard kwijt, maar de mensheid heeft veel geleerd en een vergelijkbare som wordt nu besteed aan projecten waar we weinig van leren. Dan weet ik wel waarvoor ik liever kies.”