Zoeken

Abracadabra

Auteur

Coby van der Linde

De geopolitieke dynamiek trekt weer aan en de impact reikt verder dan de krantenkoppen. Sancties, handelsroutes en bilaterale afspraken hertekenen energiestromen en verschuiven de machtsverhoudingen op olie en gasmarkten. Coby van der Linde ontleedt hoe die politieke grilligheid de voorspelbaarheid uit de markt duwt en het begrip ‘evenwicht’ steeds minder waard maakt.

Het tweede jaar van de huidige presidentsperiode Trump is onstuimig begonnen, getuige het gedoe over en in Venezuela, Groenland, Iran, maar ook de gebeurtenissen in Minnesota. Het eerste jaar gaf vooral veel ophef over de goederenhandel door de Amerikaanse poging om het mercantilistische China in te perken en de Amerikaanse bagagedrager te ontdoen van opportunistische (doorvoer)landen. Daaronder bevonden zich niet alleen Chinese buurlanden die als springplank dienden voor de Amerikaanse markt, maar ook de buurlanden van de VS. Mexico en Canada vormen samen met de VS sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw een vrijhandelszone, waar Chinese bedrijven handig gebruik van wisten te maken nadat China had beloofd, tijdens Trump I om de bilaterale exporten uit China te verminderen. De Chinese reactie om ook handelsbeperkingen op te leggen aan Amerikaanse producten vond weinig navolging. Het gros van de landen opteerde voor een strategie van pappen-en-nathouden door vage overeenkomsten te tekenen die moeilijk uitvoerbaar zijn en in een later stadium kunnen uitnodigen tot nieuwe druk uit de VS. Denk aan de overeenkomsten van Japan en de EU, waar bedragen voor investeringen of importen uit de VS worden genoemd die weinig realistisch zijn. Ondertussen ging China onverdroten door met het exporteren van goederen, in 2025 vooral naar de EU en het globale zuiden. De tegenvallende binnenlandse vraag zorgde in 2025 wederom voor een record handelsoverschot.

Onvoorspelbaarheid heeft ook zijn weerslag op internationale energiemarkten. Sommige geopolitieke gebeurtenissen hebben invloed op de prijsvorming en/of zorgen voor een reorganisatie van de stromen tussen bepaalde producenten en consumenten. Een geopolitiek conflict of andere grote verstoring van het aanbod in een krap bevoorrade markt (een verkopersmarkt) leidt tot een grotere impact op de prijs dan een ruim bevoorrade markt (een kopersmarkt), terwijl een vraagschok in een krappe markt minder impact heeft dan in een ruim bevoorrade. Afhankelijk van de marktsituatie is het mogelijk de theebladeren te lezen.

Afgelopen najaar werd een verruiming van zowel de internationale olie- als gasmarkt verwacht op basis van de verwachte vraag- en aanbodontwikkelingen tot 2030. Investeringen uit het verleden, de opmars van duurzame energieproductie, de ingezette versoepeling van de productiequota door de OPEC-plus landen en de tegenvallende internationale economische groei leken te gaan zorgen voor ontspannen internationale olie- en gasmarkten. Daarmee werden de markten in niet-gesanctioneerde olie en gas bedoelt. Het oliesanctiebeleid tegen Iran, Rusland en tot voor kort Venezuela zorgt namelijk voor een tweedeling in de oliemarkt tussen gesanctioneerde en niet-gesanctioneerde olie. De ‘gewone’ markt was de afgelopen jaren een verkopersmarkt, terwijl de ‘grijze’ markt een kopersmarkt was. Door de Amerikaanse ingreep in Venezuela en het opgeëiste belang in de verkoop van Venezolaanse olie kwam er dus iets meer olie voor de niet-gesanctioneerde markt beschikbaar. De Amerikaanse druk op India om niet langer Russische olie te kopen zorgt dan weer voor meer vraag in die niet-gesanctioneerde oliemarkt, terwijl China recent de strategische oliereserves flink heeft uitgebreid. Olie uit Iran en Rusland kunnen na een ‘deal’ met de VS deels of geheel mogelijk terugkeren naar de gewone markt. Zo blijft zelfs het ‘evenwicht’ tussen die beide oliemarkten een speelbal van politieke druk.

“Door importafhankelijkheid, herkomstbeperkingen en een stroperige transitie blijft de Europese voorzieningszekerheid kwetsbaar”

De voorspelde olieprijsdaling in de ‘gewone’ internationale oliemarkt is onzeker geworden door de terughoudendheid bij verschillende landen om door te gaan met het winkelen in de grijze oliemarkt. Vooral raffinaderijen in India en China hebben de afgelopen jaren flink geprofiteerd van de grijze oliemarkt door Russische, Iraanse en Venezolaanse olie te kopen. Recent was India aan de beurt om net als Japan, Zuid-Korea en de EU en anderen tot de Amerikaanse club van gedwongen winkelnering te worden uitgenodigd. De hoge bedragen die rondgaan in die overeenkomsten betreffen zowel investeringen in de VS als aankopen van Amerikaanse goederen. Het gros van deze Amerikaanse goederenimporten zullen naar verwachting vooral olie en olieproducten zijn en/of LNG. Door de al lang ingezette de-industrialisatie in de VS is het nog niet zo gemakkelijk om importgoederen van voldoende waarde te vinden om aan de beloofde hoge bedragen te komen. Alleen de exportcapaciteit van olie- en gasindustrie lijkt te beschikken over voldoende exportomvang.

De vraag naar Amerikaanse energieproducten riep herinneringen op aan een oude discussie in het Amerikaanse Congres ten tijde van het opheffen van de exportrestricties op olie en gas naar landen zonder een vrijhandelsverdrag met de VS. Die discussie ging over de mogelijk negatieve gevolgen voor de Amerikaanse gasprijs van de export van vloeibaar gas aan het begin van de schalierevolutie in de periode 2011-2014. De zorg betrof het behouden van een concurrentievoordeel voor de Amerikaanse industrie en bij welke binnenlandse gasprijs men eventueel restricties op exportvergunningen wilden overwegen. Een recente studie van de US Department of Energy (DoE) leert dat inmiddels 48% van de Amerikaanse gasproductie wordt geëxporteerd. De invloed van de buitenlandse vraag op de prijsvorming in de VS is dus behoorlijk toegenomen met dit grotere aandeel van exporten, maar op het departement vinden ze de invloed op de binnenlandse gasprijs vooralsnog ongewis. Dit oordeel hangt ook af van het productieniveau in de toekomst als de productie van het kapitaalintensieve schaliegas niet meer groeit of gaat dalen.

Gezien de grote importafhankelijkheid van de EU, de zelfopgelegde Europese beperkingen aan de herkomst van energie-importen en de voortgang in de energietransitie die moeizamer gaat dan wat aan politiek papier werd toevertrouwd, blijft het goed opletten met de voorzieningszekerheid. Het abracadabra van de Amerikaanse ‘deals’ op de internationale vraag en aanbodontwikkelingen in olie en de binnenlandse prijsontwikkelingen in gas horen sinds kort ook bij nieuwerwetse internationale energiemarkt analyses.

Coby van der Linde

Coby van der Linde, senior fellow Centre for International Energy Policy (CIEP)