Zoeken

Buurtenergieplan nodig voor aanpak congestie op laagspanningsnet

Auteur

Sible Schöne

Het lokale stroomnet is er in het verleden niet voor gemaakt dat we steeds meer stroom gebruiken en onze stroom deels halen uit zonne-energie. Zonnepanelen op veel daken kunnen op bepaalde momenten te veel stroom leveren en schakelen daarom af. En als we, zoals gepland, op grote schaal kiezen voor (hybride) warmtepompen, elektrische auto’s en koken op inductie, krijgt het elektriciteitsnet te maken met aanzienlijk hogere pieken. Daardoor moeten zowel het middenspanningsnet als het laagspanningsnet op de meeste plaatsen worden verzwaard. Door slimmer met ons stroomverbruik om te gaan kan de verzwaring echter voor een belangrijk deel worden beperkt. Dat scheelt enorm in de kosten en in ruimtegebruik en zorgt er bovendien voor dat de verzwaring haalbaar blijft voor de netwerkbedrijven, aldus Sible Schöne.

Hoe lager de piek, hoe minder verzwaring van het lokale elektriciteitsnet nodig is. Bewonersgroepen kunnen hier aan bijdragen door samen met instellingen in de buurt een buurtenergiegemeenschap op te richten en een buurtenergieplan op te stellen. De kern van dit plan is een onderbouwde berekening van de maximale stroomvraag en maatregelen om deze piek te beperken. Op basis hiervan kan de buurtenergiegemeenschap een Groeps Transport Overeenkomst sluiten met het netwerkbedrijf en zo de netverzwaring beperken tot bijvoorbeeld 2 of 4 kW in plaats van 8 kW.

Onderstaand plaatje van Enexis illustreert het enorme belang van slimme oplossingen:

Bron Enexis, uit Onderzoek Eindhoven 2, 4, 8 kW. Meer uitleg via de link.
Bron Enexis, uit Onderzoek Eindhoven 2, 4, 8 kW. Meer uitleg via de link.

Hoe bepalen netbeheerders de benodigde netverzwaring?

De capaciteit van het transformatorhuisje en dikte van de kabels in het laagspanningsnet worden bepaald door de maximale afnamepiek die tijdens een jaar kan optreden. In de praktijk gaan de netwerkbedrijven bij de berekening hiervan uit van een winterdag, waarbij het tijdens de avondpiek min tien graden is. Ze gaan daarbij uit van relatief hoge getallen, omdat in alle tienduizenden laagspanningsnetjes leveringszekerheid is vereist. De twee belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn elektrisch vervoer en het gekozen warmtealternatief.

Bij elektrische auto’s gaat het om de ontwikkeling van publieke en private laadpalen. Bij private laadpalen is het uitgangspunt dat deze gemiddeld 11 KW vermogen hebben. De netwerkbedrijven gaan er op dit moment van uit dat er geen sprake is van slim laden en een gelijktijdige belastinggraad van 25%. Daarmee komen ze uit op een gemiddelde netverzwaring van 2,75 kW per huishouden met een eigen laadpaal. Bij publieke laadpalen zal slim laden via regelgeving verplicht worden gesteld en wordt gerekend met 1,3 kW netverzwaring per laadpaal. Mobiliteitspleinen kunnen sterk bijdragen aan de vermindering van de verzwaring van het laagspanningsnet, omdat deze op het middenspanningsnet kunnen worden aangesloten.

Bij een all electric buurt rekenen de netwerkbedrijven met gemiddeld 5 kW per warmtepomp. Dat komt met name omdat bij de meeste warmtepompen het elektrische element van 3 – kW bij min tien graden ook aangaat. Ze rekenen met een belastinggraad van iets meer dan 70% en komen uit op pakweg 3,6 kW extra netverzwaring per warmtepomp. Wanneer warmtepompen slim zouden worden aangestuurd kan dit worden teruggebracht tot 2,5 kW per warmtepomp. Er zijn nog geen rekengetallen voor de combinatie van een warmtepomp met een zeer-lage-temperatuurnet. De verwachting is dat deze ongeveer op de helft van all electric warmtepompen liggen.

Koken op inductie zorgt ook voor netverzwaring. De netwerkbedrijven gaan ervan uit dat de komende jaren alle huishoudens gaan koken op inductie en dat dit niet beïnvloedbaar is. Ze gaan uit van een lage gelijktijdige belastinggraad en rekenen met een vaste verhoging van 0,3 kW per huishouden.

In steeds meer laagspanningsnetten produceren zonnepanelen op zonnige momenten meer stroom dan het net aankan. Daardoor schakelen omvormers tijdelijk uit en wekken de huishoudens op dat moment geen stroom op voor eigen gebruik of levering aan het net. Om deze reden houden de netwerkbedrijven geen rekening met zonnepanelen bij de bepaling van de netverzwaring.

Batterijen kunnen ook zorgen voor een hogere piek. De netwerkbedrijven gaan er echter van uit dat er landelijke richtlijnen komen om dit te voorkomen. Ze nemen daarom deze mogelijke extra elektriciteitsvraag niet mee in hun berekening voor de verzwaring van het net.

Buurtenergieplan

Een buurtenergieplan gericht op beperking van de netverzwaring richt zich op de twee belangrijkste stuurbare oorzaken van netcongestie: duurzame warmte en elektrisch vervoer. Concreet gaat het daarbij om de aanschaf van slimme warmtepompen en laadpalen, de organisatie van slim gebruik, verlaging van de gelijktijdigheid in het gebruik, opslag van warmte en/of elektriciteit en goede afstemming op de stroomvraag van bedrijven en organisaties in de buurt. Eigenaar van dit plan wordt een energiegemeenschap van bewoners en bedrijven uit de buurt. Deze energiegemeenschap sluit vervolgens een Groeps Transport Overeenkomst met het netwerkbedrijf. In deze afspraak wordt de hoeveelheid stroom die de deelnemers van de energiegemeenschap samen (kunnen) transporteren op het elektriciteitsnet (gezamenlijke transportcapaciteit) vastgelegd. Deze aanpak is vergelijkbaar met de energiehub aanpak op bedrijventerreinen.

Deelname bewoners

Deelname van bewoners is uiteraard de belangrijkste voorwaarde voor slim, congestiebewust gebruik van de laadpaal en de warmtepomp. Daarvoor is het nodig dat huishoudens wat meer gaan begrijpen dat de aanschaf van zonnepanelen, laadpalen, warmtepompen, airco’s en koken op inductie kan leiden tot knelpunten op het laagspanningsnet en dat iedereen kan bijdragen aan de aanpak van dit probleem. Daarnaast moeten ze praktisch geholpen worden met het slim gebruik van deze apparatuur. Dat kan via de energiegemeenschap samen met een aanbieder van de benodigde slimmigheid.

De aangepaste nettarieven kunnen vanaf 2028 enorm helpen om deelname van bewoners te stimuleren. En het helpt natuurlijk ook als het buurtenergieplan bijdraagt aan de verhoging van het eigen gebruik van zonne-energie. Netwerkbedrijven kunnen bijdragen aan de totstandkoming van dergelijke plannen door aanspreekpunten te creëren, standaarden te ontwikkelen voor dergelijke Groeps Transport Overeenkomsten en ondersteuning bij het meten van het verbruik via de app www.buurtnet.com.

Slim laden

In een buurtplan voor slim laden gaat het om een afweging tussen private laadpalen, publieke laadpalen en eventueel een slim laadplein. Op een slim laadplein staan meerdere slimme laadpalen bij elkaar, die variabel vermogen kunnen leveren en stroom terug kunnen leveren. Daardoor kan de netaansluitingen efficiënter gebruikt worden en wordt stroom beter verdeeld over de laadpunten. Door laadsessies slim te plannen kunnen meer auto’s laden op minder plek. Ook zijn combinaties met elektrische deelauto’s mogelijk. Dat kan in drukke gebieden helpen de parkeerdruk te verlagen. Een dergelijk slim laadplein kan bovendien werken als buurtbatterij.

Slim verwarmen

Een buurtplan voor slim verwarmen kan zich richten op een warmtenet of de combinatie van een lage temperatuur net met waterwaterwarmtepompen. Als gekozen wordt voor de all electric oplossing is het plan gericht op de aanschaf van slimme warmtepompen met voldoende capaciteit en een slimme regeling, zodat de inzet van het elektrisch element in de praktijk niet nodig. Daarnaast kan ingezet worden op maatregelen om de gelijktijdigheid te verlagen.


Sible Schöne

Sible Schöne is Adviseur van HIER.