Zoeken

Gouden bergen voor batterijen? Ja, maar de markt bepaalt

Auteur

Frans Rooijers

Er worden gouden bergen beloofd voor batterijen: er is zo’n 70 GW aan projecten in verschillende fases van ontwikkeling. De afgelopen jaren heeft CE Delft verschillende onderzoeken uitgebracht, waaruit een deels optimistisch en deels pessimistisch beeld naar voren komt. Dus, zijn er echt gouden bergen voor batterijen? Frans Rooijers en Lucas van Cappellen geven inzicht.

De gouden berg wordt bepaald door de mogelijke inkomsten op verschillende markten: de FCR-, aFRR-, mFRR-, onbalans-, intraday- en day-aheadmarkt. De markten verschillen in de hoeveelheid inkomsten (de hoogte van de berg) én de omvang (de grootte van de berg). Zo is de FCR-markt in Nederland zo’n 100 MW groot en de markt met de hoogste inkomsten. De eerste batterijprojecten worden dus ook voor een belangrijk gedeelte op deze markt ingezet, waarna we een daling van de prijs zagen. Die markt is nu verzadigd en gevuld met batterijen.

Batterijen acteren dan op de verschillende markten (value stacking) en de omvang wordt bepaald door de omvang van de meest rendabele markten. Richting 2030 verwachten we een rendabel potentieel van 1 tot 2 GW op de ander energiemarkten. Optimistisch: de gouden bergen bestaan dus. Pessimistisch: Er is een grens aan voor hoeveel batterijen dat geldt: zeker niet voor 10 of 70 GW.

“Concluderend is er dus zeker een rendabele businesscase, maar vooral voor de eerste batterijen”

TenneT rekent met verschillende scenario’s, maar de exacte behoefte aan batterijen voor een goed functionerend energiesysteem is nog onzeker. TenneT heeft in de Adaquacy Outlook gerekend aan een behoefte van 9 of 10 GW grootschalige batterij, maar mogelijk is de daadwerkelijke noodzaak voor flexibiliteit en batterijen lager. Deze 10 GW is vooral nodig om elektriciteit te leveren op momenten zonder duurzame productie. Er is dus een duidelijk gat tussen het rendabel vermogen (1 tot 2 GW) en de totale systeembehoefte aan flexibiliteit (ordegrootte 5 tot 10 GW).

De vraag die nu nog niet beantwoord is, is wat er gebeurt als de hoeveelheid flexibiliteit beperkt blijft tot 2 GW en er dus een gat ontstaat tussen wat TenneT denkt nodig te hebben en hoeveel er werkelijk aan flexvermogen ontwikkeld wordt. Waarschijnlijk beperkt dat de hoeveelheid elektriciteit uit zon en wind of leidt het tot dure inzet van aardgas en later waterstofcentrales. De voorzieningszekerheid zal niet in het geding zijn zolang er voldoende (aard- en waterstof-) gascentrales zijn, maar investeringen daarin vinden nog onvoldoende plaats.

Concluderend is er dus zeker een rendabele businesscase, maar vooral voor de eerste batterijen en zeker niet voor alle batterijen die in ontwikkeling zijn. Maar met alleen de huidige markt komen we naar verwachting niet tot een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem. Daarvoor moeten de beleidsmakers en de sector echt nog aan de slag.

“Qua kosten hebben grootschalige batterijen een voordeel, wat hun concurrentiepositie en kans op gouden bergen groter maakt”

Energiebalancering kan door allerlei typen flexibiliteitsbronnen en ook type batterijen uitgevoerd worden. Het is een breed speelveld met gascentrales, wkk’s en vraagsturing. We onderscheiden drie type batterijen: thuisbatterijen (5 tot 20 kW), lokale buurtbatterijen (50 kW tot 1 MW) en grootschalige batterijen (grofweg 2 tot 1.000 MW). We zien dat deze batterijen een goede concurrentiepositie hebben ten opzichte van andere technieken, maar ze concurreren ook onderling. Grotere batterijen kennen lagere investeringskosten en nettarieven en hebben dus een kostenvoordeel. Daarnaast gaat naar verwachting voor TenneT-aangesloten batterijen (>80 MW) een nieuwe tariefvorm gelden die tot 65% lagere nettarieven kan leiden. Qua kosten hebben grootschalige batterijen dus een voordeel, wat hun concurrentiepositie en kans op gouden bergen groter maakt.

Thuisbatterijen, buurtbatterijen en co-locatie grootschalige batterijen kunnen echter ook extra voordelen bieden. De netaansluiting kan namelijk gedeeld worden met de woningen, bedrijf of zonne- of windpark. Dit resulteert in lagere netkosten en nieuwe verdienmodellen: opslaan van zonne-energie en extra elektriciteitsvraag mogelijk maken. Deze toepassingen kunnen dus resulteren in meer dan 1 tot 2 GW batterijen. We zien echter dat de businesscase voor thuis- en buurtbaterijen dan ook nog ongunstig is op de meeste markten.

Deze column van Frans Rooijers en Lucas van Cappellen is gebaseerd op recente CE Delft studies over grootschalige batterijen en thuis- en buurtbatterij. De link naar de studie over thuis- en buurtbatterij is: https://ce.nl/publicaties/thuis-en-buurtbatterijen/

Frans Rooijers

Frans Rooijers is directeur van CE Delft