Zoeken

Klimaatakkoord houdt voeten niet droog

Auteur

Anton Buijs

De Nederlandse inzet om temperatuurstijging tegen te gaan is op mondiaal vlak onbeduidend, maar ontslaat ons daarom nog niet van de plicht om hieraan te blijven werken, aldus Anton Buijs. Aan de andere kant moeten we ons niet blindstaren op papieren doelen, zoals in het Ontwerp Klimaatakkoord. Als ze onhaalbaar blijken, verspelen we het broodnodige draagvlak onder de bevolking en dan zijn we nog verder van huis.

Voor het eerst in de geschiedenis van onze planeet wordt klimaatverandering veroorzaakt door iets anders dan natuurlijke processen, namelijk menselijke activiteit. Vergeleken met andere problemen zoals armoede, oorlogsgeweld, gebrek en de daaruit volgende massale vluchtelingenstromen is er echter een essentieel verschil: een niet in alle gevallen bewijsbare relatie tussen oorzaak en gevolg. Met klimaatverandering geassocieerde rampen zoals extreme droogte, overstromingen en bosbranden waren er immers al voordat James Watt de moderne stoommachine uitvond en daarmee de industriële revolutie een beslissende impuls gaf. Of en in hoeverre actuele concrete rampen direct te maken hebben met het verbranden van fossiele brandstoffen, is aannemelijk, maar mede daardoor lastig aan te tonen.

De communis opinio is dat die relatie bestaat. Iedereen kan waarnemen dat gletsjers en ijskappen in een verontrustend tempo krimpen. Klimatologen breken zich echter nog steeds het hoofd over de vraag welke tastbare, voorspelbare gevolgen klimaatverandering heeft in alle regio’s.

Is dat relevant? Niet voor de vaststelling dat we zo snel mogelijk een CO2-neutrale energievoorziening nodig hebben, maar wel voor de politieke besluitvorming die dit mogelijk moet maken.

In theorie is het eenvoudig. Temperaturen stijgen als gevolg van door de mens veroorzaakte emissies. Om dat proces te stoppen, moeten deze emissies dus drastisch omlaag en uiteindelijk naar nul. Daar maken we vervolgens internationaal bindende afspraken over. De benodigde biljoenen worden vrijgemaakt om fossiele energiebronnen te vervangen door duurzame alternatieven. Een Deltaplan voor het klimaat is geboren. Projecten worden gefinancierd en uitgevoerd. Hierdoor bereiken we op tijd het doel: een temperatuurstijging tot maximaal anderhalve graad in 2050.

Ik hoef hopelijk niet uit te leggen dat het zo niet kan werken met al die onafhankelijke VN-lidstaten. Van deze landen is een belangrijk deel disfunctioneel, corrupt of erger. Bovendien hebben ze vaak uiteenlopende belangen en prioriteiten en, zoals gezegd, het is de vraag of iedereen evenveel last heeft van klimaatverandering.

Voor kleine en middelgrote landen komt daar nog iets bij: de verwaarloosbare invloed van hun CO2-emissies op klimaatverandering, waardoor reductie daarvan (mitigatie) per definitie geen aantoonbaar effect heeft. Nederland is een van die landen. De bewoners van de lage landen hebben zich in de loop der eeuwen tegen het water beschermd door terpen, wierden, dammen en dijken te bouwen en het drooggelegde land met molens en gemalen ook droog te houden. Kenmerkend voor deze waterstaatwerken is dat er een duidelijke, bewijsbare relatie bestaat tussen inspanning en resultaat. Voor klimaatbeleid geldt dat niet. Dat ondermijnt de bereidheid van de meeste burgers om offers te brengen, vooral als ze toch al hun best moeten doen om de eindjes aan elkaar te knopen.

“Wel kosten, geen meetbare baten. Het is vrij vuren voor populisten”

Het Ontwerp Klimaatakkoord is een manmoedige poging er met elkaar uit te komen. Het primaire doel is ook nu om droge voeten te houden. Maar helaas, dit lossen we dus niet op door hier de emissies terug te dringen. Er zijn daardoor wel kosten, maar geen meetbare baten. Dit maakt dit thema politiek zo controversieel. Het is vrij vuren voor klimaatsceptici en populisten, die toch al vinden dat klimaatbeleid gelijk staat aan met een kanon op een mug schieten.

Ik besef dat je met deze analyse mensen die oprecht een bijdrage willen leveren aan de oplossing van dit grote probleem, de kast op kunt jagen. Trek je zo niet het kleed onder de redenering vandaan dat het klimaat moet worden ‘gered’ en we daarom in Nederland windmolens en zonneparken moeten bouwen, van het (aard)gas af moeten, fors moeten investeren in warmtenetten en energie-efficiëntie in de gebouwde omgeving, massaal op elektrisch vervoer moeten overstappen en onze industrie moeten dwingen haar CO2-uitstoot met twee derde terug te brengen?

Hoe paradoxaal het ook klinkt, het antwoord hierop is nee. Er zijn heel goede redenen om fossiele brandstoffen zo snel mogelijk te vervangen door groene alternatieven. Maar klimaatverandering is er maar één van. Denk aan de ongewenste afhankelijkheid van eindige grondstoffen die gewoonlijk uit instabiele of zelfs openlijk vijandige regio’s moeten worden ingevoerd. Denk ook aan de luchtkwaliteit in met name de grotere steden.

Die problemen kun je in onze democratische samenlevingen, waarin zoveel meer vraagstukken moeten worden aangepakt, echter niet oplossen met het opschrijven van steeds ambitieuzere percentages CO2-uitstootreductie of duurzaamheid. Wel kun je burgers en bedrijven waar voor hun geld te bieden in de vorm van maatregelen waar ze merkbaar voordeel van hebben. Goede isolatie levert direct een comfortabeler huis op, een elektrische warmtepomp niet. Windmolens op zee vormen behalve een substantiële bron van schone energie ook een veelbelovend verdienmodel. Aan windmolens op land verdient alleen een kleine groep iets; omwonenden ondervinden er louter hinder van. Een CO2-heffing voor de industrie bovenop de (stijgende) ETS-prijs kan werkgelegenheid de grens over jagen. Investeren in innovatie en circulaire productieprocessen kan juist een concurrentievoordeel en daarmee banen opleveren.

Betekent zo’n aanpak dat we de tussentijdse CO2-doelstellingen voor 2020 en 2030 niet halen? Mogelijk, maar hoe erg is dat? Ik begon met de constatering dat er in ons land geen significante relatie is tussen klimaatbeleid en klimaatverandering. Maar het wereldwijde besef dat we onze energievoorziening radicaal anders moeten organiseren, biedt ongekende economische kansen. Door die te verzilveren, kunnen we twee vliegen in een klap slaan: een klimaatneutrale energievoorziening in 2050 zonder dat het grootste deel van de burgerij afhaakt en bedrijven een veiliger heenkomen zoeken.

En die droge voeten? Hoe zorgen we daarvoor? Niet met (over)ambitieuze reductie- en duurzaamheidsdoelstellingen. Wel door adaptatie, dat wil zeggen door opnieuw te doen waar dit land wereldwijd beroemd om is: zijn watermanagement.

Anton Buijs is Manager External Affairs bij GasTerra

Anton Buijs

Anton Buijs is Manager Externe Relaties bij GasTerra. Op Twitter is hij te vinden via @antonbuijs