Nederland is dichtbevolkt en heeft geen bergen. Op waterkracht en biomassa hoeven we daarom niet te rekenen. Geothermie en kerncentrales, hoewel nuttig, zullen slechts een beperkte bijdrage leveren. Zon en wind moeten het doen. Echter, een dichtbevolkt land heeft een hoog energieverbruik. Alle burgers wil een huis en een baan, reizen en recreëren, scholen en ICT-voorzieningen en voedsel en spullen. Nederland is EU-kampioen zon en wind-op-land. Toch produceren beide bronnen slechts 8% van de Nederlandse finale energievraag van 500 TWh. Let wel, dat is de energievraag exclusief omzettingsverliezen, energie voor internationale scheepvaart, als grondstof en ons energieverbruik dat we in het buitenland realiseren. Rekenen we dat mee, dan kom je op minimaal het dubbele. Richting 2050 zal de finale Nederlandse energiebehoefte slechts beperkt dalen, tonen de scenario’s. Ik heb het u ook wel eens voorgerekend. Ondertussen neemt de maatschappelijke weerstand tegen zonneweides en windturbines op land toe en is het stroomnet volgelopen. Logischerwijs vestigt Nederland haar hoop op de Noordzee. Dankzij haar bolle kust heeft Nederland gelukkig veel zeeoppervlak ter beschikking.
Maar liefst 70 GW wind op zee moet er komen; dat zijn bijna 5000 windturbines. Het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee (KGG, juni 2025) stelt dat het een “enorme uitdaging” zal worden hiervoor voldoende ruimte op de Noordzee te vinden. Lees: dat gaat niet lukken. De minister gaat bij die 70 GW uit van een opbrengst van 320-345 TWh, waarmee Nederland 70% van haar finale energievraag in 2050 kan dekken. Nogal optimistisch, moest zij recent toegeven. Het PBL gaat in KEV 2025 uit van een ruim 20% lagere opbrengst per GW, terwijl een recente studie van de TU-Delft nog een stuk lager uitkwam. Dat is dan allemaal nog zonder afschakelen, momenteel 10% van de jaarproductie. De geplande 70% vormt daardoor een utopie. Het zal eerder 40-50% worden. Samen met de andere vormen komt Nederland dan op 60-70% van haar finale energievraag in 2050.
Voorstanders van energieneutraliteit bepleiten dan ook een vergaande daling van de Nederlandse energievraag. Energiebesparing, elektrisch transport en warmtepompen helpen daarbij, maar zitten al in de sommen. De oplossing is dat Nederland rucksichtslos afscheid neemt van haar energie-intensieve activiteiten: de chemie, raffinage, staalindustrie, tuinbouw en de datacenters; ik vergeet vast nog wel wat. Die activiteiten moeten verhuizen naar regio’s waar wel voldoende schone energie beschikbaar is. Zweden en Spanje worden vaak genoemd, maar zullen het niet worden, concludeerde ook Pieter Boot recentelijk. In de praktijk zien we dan ook dat China, Rusland, USA en landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten deze activiteiten overnemen. Landen die het minder nauw nemen met milieu- en klimaatregels dan Europa. Uiteraard gaat ten koste van goed betaalde banen in het bedrijfsleven en bij hun toeleveranciers. Energieneutraliteit mag wat kosten, zeggen de voorstanders. Ze maken echter een grote denkfout. Ze vergeten dat energieneutraliteit geen doel is, maar een middel om onafhankelijk te worden van de grillen van derden. Echter, offshoring van activiteiten leidt ertoe dat Nederland haar afhankelijkheid van energie inruilt voor afhankelijkheid van grondstoffen en (half)producten. De exporteurs daarvan kunnen daar net zo goed hun commerciële en geopolitieke spelletjes mee spelen als met energie. Zelfs nog gemakkelijker, want de markten voor grondstoffen en (half)producten zijn kleiner en veel minder liquide dan de energiemarkten en daardoor veel gemakkelijker te manipuleren. Het is dus de kat op het spek binden; u kent de recente voorbeelden. Laten we vooral niet naïef zijn.
“Zelfs al zou Nederland in een theorie voldoende energie produceren voor haar eigen gebruik, dan nog is dat onvoldoende omdat de in Nederland geproduceerde energie net zo gemakkelijk naar de buren stroomt”
Maar oké. Stel dat Nederland dit allemaal zou doen. Haar Noordzee vol met turbines, verdubbeling van zon en wind op land, een flink aantal kerncentrales en afscheid van haar energie-intensieve activiteiten. Dan nog blijft import van energie een grote rol spelen. De reden is dat onze buren België en Duitsland eveneens een grote energievraag hebben, maar nauwelijks Noordzee. Deze landen zullen nooit energieneutraal worden en dat beseffen ze uiteraard terdege. België plant voor 2050 een import van 80 TWh elektriciteit en ruim 100 TWh aan waterstof(dragers). Duitsland rekent in 2050 op 150 TWh elektriciteitsimport en 400 TWh waterstofimport. Samen is ruim 700 TWh, een hoeveelheid vergelijkbaar met het totale Nederlandse energieverbruik in 2050. Daarbij komt dat de grote vraagcentra in België en Duitsland aan Nederland grenzen en via infrastructuur nu al nauw met ons land verbonden zijn, terwijl dankzij de interne Europese energiemarkt energie vrijelijk over grenzen kan stromen. Feitelijk is dan ook sprake van een Noordwest-Europese energiemarkt. België en Duitsland rekenen voor hun toekomstige energievoorziening ook op Nederland, met haar grote Noordzee en diepzeehavens. Dus zelfs al zou Nederland in een theoretisch geval voldoende energie produceren voor haar eigen gebruik, dan nog is dat onvoldoende omdat de in Nederland geproduceerde energie net zo gemakkelijk naar de buren stroomt, die met tekorten te kampen hebben. Wellicht mede ten bate van activiteiten aldaar waar Nederland juist afscheid van had genomen.
De moraal van het verhaal is dat het Nederlandse (en Noordwest-Europese) energiebeleid niet alleen gebaseerd moet zijn op de productie van schone energie op eigen bodem, maar ook op de import ervan. Lukt dat onvoldoende, dan zijn de 2050 doelen onhaalbaar. Daarbij moeten we trouwens beseffen dat import an sich helemaal geen probleem hoeft te zijn. Dat wordt het pas als er onvoldoende alternatieven zijn en de importafhankelijkheid eenzijdig is. Dus zonder voldoende ruilmiddel om een krachtige tegenpositie in te nemen. Daarom is export van strategische grondstoffen en goederen ook zo belangrijk en is het bijna onvergeeflijk dat CBAM deze export niet ondersteunt.
Terug naar energieneutraliteit; het wonderschone verhaal waarin we onafhankelijk worden van de grillen van andere landen. Sprookjes zijn bedrog en dat geldt hier ook. Of toch niet. Er is immers wel degelijk een land dat onafhankelijk is van anderen. Maar zeg nu zelf: zou u in Noord-Korea willen wonen?