Zoeken

Lex Hoogduin: ‘Nationale CO2-heffing levert niets op’

De nationale CO2-heffing lost niks op en Nederland kan beter inzetten op Europese samenwerking stelt hoogleraar economie Lex Hoogduin. Volgens hem is het slimmer om in te zetten op klimaatadaptatie en het behouden van gas en kernenergie.

Nationaal beleid gericht op reductie van CO2 is onzinnig volgens econoom Lex Hoogduin. Hij stelt dat Nederland een te gering aandeel heeft in de totale, wereldwijde uitstoot van CO2 om daadwerkelijk het verschil te maken: “Nationaal beleid gericht op CO2-reductie heeft geen meetbaar doel en meetbaar effect op waar het uiteindelijk om gaat, het klimaat. De heffing verslechtert de Nederlandse concurrentiepositie van onze industrie, terwijl het de vraag blijft of we die doelen gaan halen. Dit soort beleid kan alleen voortkomen uit luxe. Je moet het je kunnen permitteren om te zeggen: ‘Al doet de hele wereld dat niet, wij doen het toch omdat we vinden dat dat goed is. Of het nou ons klimaat merkbaar beïnvloedt, daar gaat het ons niet om, het gaat ons er om het goede te doen’. Die luxe hebben heel veel mensen niet. Zeker niet als deze koers de komende 30 tot 40 jaar moeten worden volgehouden, ook in economisch moeilijke perioden. En die periodes komen, de economie vertoont immers altijd schommelingen.”

-Als u het nu alleen voor het zeggen had in Nederland, wat zou u dan wél doen?

Hoogduin: “Dan kies ik voor de aanpak waarbij op Europees niveau een uitstootbelasting komt die gelijk is voor alle lidstaten. In Duitsland heeft een adviescommissie van wijze economen deze aanbeveling al gedaan. Zodra er binnen de EU overeenstemming bestaat over deze belasting, moet de EU kijken of ze de ambitie nog een stap hoger kunnen tillen naar zo veel mogelijk landen die ook het Parijsakkoord hebben onderschreven. Die weg is effectiever dan nationaal het verschil proberen te maken. Dat zou één zijn. Als tweede trek ik de klimaatwet in. Door te werken met specifieke doelen voor over 30 jaar lijkt iedereen gecommitteerd te zijn, maar dat werkt in de praktijk niet. Dus die doelen gaan van tafel. Ten derde zet ik het onderzoek naar kernenergie op de agenda. Haal thorium uit de taboesfeer. Thorium biedt volgens experts kansen en kunnen we volgens hen vanaf 2025 al mogelijk maken. En ik zou stoppen om in een rap tempo van het gas af te gaan. Het Nederlandse gasbeleid is raar als je het in de bredere context in Europa ziet. Veel landen gebruiken gas juist als een transitiebrandstof. Nederland moet dat ook gewoon doen. Ten slotte zou ik maximaal inzetten op klimaatadaptatie. Maak Nederland en Nederlanders weerbaar tegen het veranderende klimaat. Immers wij houden in ons eentje de klimaatverandering niet tegen en kunnen ons dan er maar beter op voorbereiden.”

“Haal kernenergie uit de taboesfeer, thorium heeft toekomst”

-Hoe ziet u die klimaatadaptatie voor u?

“We zijn al heel goed in staat om ons eigen land te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering zoals de stijgende zeespiegel. De Deltacommissie doet daar goed werk, maar investeer ook in airconditioning in verzorgingshuizen waardoor kwetsbare mensen minder last hebben van de temperatuurstijging. En pak infectieziekten zoals malaria aan. Immers, als wij een natter en warmer klimaat krijgen, is de kans op deze ziekten groter. Bij malaria zijn de laatste jaren grote stappen gemaakt met het vinden van een vaccin. Dus als je in staat bent om voor dat soort infectieziekten een vaccin te vinden, dan kan ondanks dat het warmer en natter wordt, het aantal doden door infectieziekten niet toenemen, misschien zelfs afnemen.”

-U zet liever in op klimaatadaptatie. Onderschat u daarmee niet het klimaatprobleem?

“De klimaatverandering wordt te gemakkelijk en te snel voorgesteld als een existentiële dreiging waarvan bestrijden een absolute prioriteit heeft. De situatie lijkt haast te worden vergeleken met die van een land in oorlog. Dat beeld domineert alles. Maar met alle grote onzekerheden die er omheen zitten, moet het klimaatbeleid veel meer onderdeel zijn van een algemeen economisch beleid. Er zijn allerlei zaken waar we geld aan willen besteden en die nodig zijn, of het nu gaat om woningnood, de zorg, of het pensioen. Ik ontken niet dat klimaatverandering op lange termijn Nederland ook mogelijk schaadt, maar er is geen existentiële dreiging voor Nederland en dan moet je ook bij deze post de kosten en baten op een rij zetten.”

“Warmer klimaat is positief voor de welvaart”

-Hoe weegt u kosten en baten in de post ‘klimaatbeleid’ dan af?

“In Nederland steeg door klimaatverandering de temperatuur en dat kun je vertalen naar kosten en baten. Over het algemeen lijkt het wat warmere klimaat voor Nederland tot nu toe positief. Voor de volksgezondheid is het een plus, want veel ouderen kunnen nog slechter tegen koud dan warm weer. Daarnaast heb je door het warme weer minder verkeersongelukken in de winter. Voor het toerisme in Nederland is het ook niet slecht als het gemiddeld ietsjes warmer is. Dus over de afgelopen 40 jaar ervoeren we geen dramatische kosten. Duik daar dieper in en je ziet dat een warmer klimaat vermoedelijk tot nu toe positief is geweest voor de welvaart. Het is aannemelijk dat dit gaat veranderen, maar de kans dat Amersfoort onder water staat in 2100 is zeer klein. De zeespiegelstijging in Nederland is al eeuwen relatief constant en het is moeilijk te constateren dat de stijging versnelt, maar vergeet niet dat Nederland al honderden jaren vecht tegen het water. Die strijd neemt nu mogelijk een nieuwe vorm aan door klimaatverandering. Ook al is er nu geen direct gevaar voor een overstroming, het blijft absoluut iets om in de gaten te houden en zo nodig tijdig op te reageren.”

-Wat kenmerkt volgens u slim klimaatbeleid?

“Flexibiliteit. We weten gewoon niet precies in welk tempo de klimaatverandering gaat. Er moet ook heel veel energie worden gestoken in het monitoren van die klimaatverandering, want je moet bereid zijn beleid bij te stellen in de loop van de tijd als de zaken toch iets anders blijken te liggen dan je denkt. En het moet breed gedragen worden. Neem nu die door mij voorgestelde Europese CO2-belasting. Die moet dan ook breed opgezet zijn. Het kan niet zo zijn dat alleen de industrie wordt belast. Maar dat alle activiteiten die CO2-uitstoot kennen, worden belast.”

“Ik heb nog steeds moeite om CO2 vervuilend te noemen”

-Dus de gewone burger betaalt straks ook voor CO2-uitstoot van zijn vervuilende auto?

“Ik heb nog steeds moeite om CO2 vervuilend te noemen. Zonder CO2 op aarde zouden we niet kunnen leven. Maar de uitstoot van CO2 moet worden meegenomen in de prijs van producten. Dat kunnen we niet in één keer doen, want daarover moeten we informatie verzamelen. We moeten weten hoe we kunnen meten hoeveel CO2 er zit in diverse producten en activiteiten. Maar bijvoorbeeld, zoals nu, het vliegen uitsluiten van dat soort belastingen, ja dat kan natuurlijk niet meer. Dus zo breed mogelijk inzetten op Europees niveau en dan zoveel mogelijk landen, het liefst natuurlijk de grote landen zoals China, India en de Verenigde Staten, laten aanhaken.”

“Precieze sturing op CO2-reductie is op lange termijn onmogelijk”

-Veel producten worden in verschillende landen gemaakt, denk aan mobiele telefoons, maar ook schoenen. Hoe gaan we dat doen?

“Dat is ook zeer complex. Het is zaak om het goede niet de vijand te maken van het perfecte. Daarom moet dit beleid geleidelijk worden opgebouwd. En we moeten flexibel zijn. We kunnen niet wachten tot alles tot de laatste punt en komma is gemeten. Dat blijft moeilijk. Maar verbreed het in ieder geval. Begin met een relatief laag tarief, zo’n beetje waar nu de ETS-prijs ligt, misschien iets hoger, 30 euro of zo en laat dat geleidelijk oplopen, afhankelijk van wat je feitelijk waarneemt. Er is gewoon nog veel onduidelijk over het verband tussen CO2-reductie en temperatuurbeïnvloeding. Het is daarom verstandig om in de loop van de tijd bij te sturen. Dat lijkt op de situatie waarin je de juiste temperatuur water in het bad wilt hebben. Dan draai je ook aan beide knoppen van de kraan en probeer je door te blijven mengen en aan te passen de juiste verhoudingen te vinden. Zo moet het reductiebeleid dus ook flexibel zijn. Ik heb daarom moeite met een precieze doelstelling zoals een bijvoorbeeld dat we in 2050 CO2-uitstoot met 95 procent teruggedrongen moeten hebben. Dat vraagt een precieze sturing die onmogelijk is.”

-De effecten van de opwarming zijn niet gelijk over de wereld verspreid. Vooral ontwikkelingslanden kampen met de gevolgen. Heeft ons welvarende land niet eenvoudigweg de plicht om hard te werken aan de beperking van CO2-uitstoot?

“De vraag blijft wat het meest effectief is om een ontwikkelingsland te beschermen tegen klimaatopwarming. Is dat door stijging van de temperatuur proberen te voorkomen? Is het niet veel beter om bijvoorbeeld een land als Bangladesh te helpen om zich aan te passen aan de stijgende zeespiegel? De situatie van ons land en Bangladesh is vergelijkbaar. Beide landen liggen in een delta, maar Nederland heeft veel meer kennis en ervaring op dit gebied. Ik las recent met plezier dat Bangladesh net als Nederland een deltaprogramma 2100 heeft opgesteld. Het kent twee delen: strategie en investeringen. Een delegatie uit dat land, met een deltagebied vier keer zo groot als Nederland en met tien keer zo veel inwoners, heeft onze deltacommissaris bezocht. Dat is toch fantastisch? Zo’n programma leidt tot tastbare resultaten en wij kunnen met onze kennis en ervaring daaraan bijdragen.”

-Is zichtbaarheid een voorwaarde voor succes?

“Zichtbaarheid is nodig om succesvol te zijn. Dat lukt met klimaatadaptatie, maar niet met CO2-reductie-beleid. Daar komt bij dat alle investeringen die wij Nederlanders nu doen in CO2-reductie geen direct merkbare invloed hebben op ons klimaat. Daarvoor zijn wij als land te klein. Zelfs als we met de hele wereld dit CO2-reductiebeleid zouden voeren, dan duurt het nog vijftig tot tachtig jaar voordat we daar iets van gaan merken. Het klimaat voor de komende decennia is in feite het gevolg van wat we de afgelopen decennia hebben gedaan. Daar kunnen we dus nu niet zo heel veel aan doen. Al het geld dat we nu uitgeven aan CO2-reductie doen we dus met een perspectief voor over 50 tot 80 jaar. Als je dat weet, heeft een eenzijdige, nationale Nederlandse CO2-heffing geen zin en ben je beter af met investeringen in klimaatadaptatie.”