Zoeken

Onzekerheid troef in energieprijzen

Auteur

Hans van Cleef

Het is voor Hans van Cleef zaak om vanuit het energiebeleid zoveel mogelijk zekerheden te bieden, aan zowel de vraag- als aanbodzijde, om onnodige prijsvolatiliteit te voorkomen.

Nu veel energieprijzen record na record breken, neemt de aandacht voor de energiemarkt exponentieel toe. Niet alleen de energietransitie – als onderdeel van het klimaatbeleid – is veel in het nieuws, maar ook de hoge prijzen van energie maken consumenten, producenten en beleidsmakers attent op de gevolgen van de grote veranderingen in deze superinteressante en cruciale markt. Dat de energieprijzen bepaald zouden gaan worden door andere factoren was een kwestie van tijd. Meer flexibiliteit qua aanbod door een groter percentage duurzame energie zou de energieprijs volatieler (beweeglijker) gaan maken en vaker leiden tot prijspieken en -dalen. Dat de coronacrisis en de afname in investeringen in fossiele brandstoffen als kolen, olie en gas ook tot de huidige energiecrisis zouden leiden, stond minder op de radar.

Grondstofprijzen zijn van nature al bovengemiddeld gevoelig voor veranderingen in vraag en aanbod. Toch kan de dominante drijfveer per grondstof sterk verschillen. Voor de gasmarkt in noordwest-Europa was de vraagzijde dé grote onzekere factor. Ten tijde van bovengemiddelde koudefronten of – in toenemende mate – van hittegolven, neemt de vraag naar gas snel toe. Dit gas wordt gebruikt voor verwarming in de winter, of voor het opwekken van elektriciteit in de zomer ten behoeve van koeling (airconditioning). Als gevolg hiervan is een prijspiek van enkele dagen of weken in de winter een gebruikelijk tafereel. En nadat het koudefront wegtrekt en de sneeuw weer smelt, dan neemt de vraag naar aardgas af en daalt de gasprijs weer direct.

“Bijna al het beschikbare en nog niet contractueel vastgelegde vloeibare aardgas belandt uiteindelijk in Azië”

Maar daar kwam dit jaar een factor bij. Al vanaf begin maart zit de gasprijs in de lift. Na een strengere 2020/21 winter lagen de voorraden op een relatief laag niveau. Daarnaast was de vraag naar gas bovengemiddeld hoog (meer verbruik voor de opwek van elektriciteit als gevolg van meer vraag naar elektriciteit en minder aanbod van duurzame energie), waardoor de opbouw van nieuwe voorraden achterbleef. In het verleden konden we dan altijd terugvallen op hogere gasproductie uit het Groningengasveld en/of een hogere import. Maar met het drastisch afbouwen van de gasproductie in Groningen is dat alternatief nagenoeg verdwenen. Enkel ten tijde van een dusdanig strenge winter dat de aanvoer van gas richting huishoudens bedreigd wordt, zou de productie uit het Groningenveld mogen worden opgevoerd.

Tegelijkertijd zien we dat de aanvoer van aardgas uit Rusland onder druk staat. Rusland houdt zich namelijk strikt aan de bestaande contracten. Maar het aantal contracten neemt af. In een sentiment waarin ‘we’ snel van het gas af willen, bleken de betrokken partijen zeer terughoudend in het afsluiten van nieuwe langetermijncontracten. Het vertrouwen was groot dat, als we extra gas nodig zouden hebben, we dit op de vrije markt zouden kunnen kopen. En dat zou ook zo zijn, als de importeurs in Azië – en dan vooral China – niet constant meer zouden bieden dan wij. Het gevolg is dat bijna al het beschikbare en nog niet contractueel vastgelegde vloeibare aardgas uiteindelijk in Azië belandt.

“Ten tijde van mogelijk extreme kou deze winter zal het huidige tekort alleen nog maar verder leiden tot prijsvolatiliteit en nieuwe records”

Dit alles maakt dat de voorraden bijzonder laag zijn voor deze tijd van het jaar, de gasprijs bijzonder hoog is, en dat terwijl de echte winter nog moet beginnen. Waar de gasmarkt, en daarmee de gasprijs, dus in het verleden vooral werd gedomineerd door de vraagzijde, blijkt nu het aanbod een veel dominantere drijfveer. En ten tijde van mogelijk extreme kou deze winter zal het huidige tekort alleen nog maar verder leiden tot prijsvolatiliteit en nieuwe records. De vraagzijde doet er immers ook nog steeds toe doet en de aanbodproblemen niet zijn opgelost.

Voor de oliemarkt geldt bijna het omgekeerde. In het verleden groeide de vraag naar olie met zo’n 1-2% per jaar. De grote onzekerheid voor de olieprijs zat in de aanbodzijde. Bij een stevige storm in de Golf van Mexico of geopolitieke onrust in het Midden-Oosten stegen de prijzen snel, omdat het aanbod (mogelijk) onder druk kwam. Ook nam het aantal investeringen in de olie- en gasproductie af als gevolg van klimaatbeleid. Uiteraard zijn aanbod gerelateerde problemen nog steeds van invloed op de prijs. Toch zien we momenteel dat de prijs vooral wordt gedomineerd door de onzekerheden aan de vraagzijde. Tijdens de eerste grote lockdowns in maart en april 2020 ter bestrijding van het coronavirus viel een aanzienlijk deel van de vraag naar olie weg. Olieprijzen daalden daardoor naar het laagste punt in vele jaren. Brent olie werd verhandeld voor minder dan 20 dollar per vat. West Texas Intermediate (WTI) – de Amerikaanse benchmark – daalde zelfs tot een negatieve prijs van -37 dollar per vat. Sindsdien zijn de prijzen weer sterk hersteld.

“De afbrokkeling van de aanbodzijde gaat niet hand-in-hand met de opbouw van het duurzame alternatief”

Het daadkrachtige ingrijpen van de OPEC+ (diverse OPEC-producenten, aangevuld met niet-OPEC-producenten onder leiding van Rusland) om de vraag/aanbodverhouding te balanceren door de olieproductie te verlagen leidde tot een eerste prijsherstel. En het herstellen van de economie als gevolg van de vaccins leidde tot meer vraag naar olie. Hierdoor steeg de olieprijs tot boven het niveau van voor de uitbraak van COVID19. Toch blijft de markt erg nerveus als het gaat om onzekerheden ten aanzien van de vraag naar olie. Een fenomeen dat nu veel dominanter is geworden.

Doordat bestaande onzekerheden momenteel aangevuld worden met extra onzekere factoren, zien we dat de prijs van energie op allerlei terreinen de pan uitrijst. De olieprijs staat nog bij lange na niet op het hoogtepunt uit 2008 (USD 146/vat), maar door de sterkere dollar ten opzichte van toen staan de benzineprijzen wél op recordhoogtes. De hoge kolen- en gasprijzen sijpelen door in de elektriciteitsprijzen. En tot slot heeft de CO2-prijs (EU ETS) een nieuw record behaald van meer van EUR 90/ton.

Investeringen in fossiele brandstoffen staan onder druk als gevolg van desinvesteringen en komen momenteel overeen met het benodigde scenario om in 2050 geen CO2-uitstoot meer te realiseren. Dit terwijl de opbouw van de benodigde duurzame alternatieven lang niet snel genoeg gaat, aangezien investeringen minimaal drie keer zo hoog zouden moeten zijn volgens het NetZero2050 scenario van het Internationaal Energieagentschap. Kortom, de afbrokkeling van de aanbodzijde gaat niet hand-in-hand met de opbouw van het duurzame alternatief. Het veroorzaakt een toenemend risico op energietekorten en stroomstoringen. Gelukkig is het momenteel in Nederland nog niet zover, maar het zal de onzekerheid rond de hoogte van energieprijzen wel verder vergroten voor de komende jaren. Zaak dus om vanuit het beleid zoveel mogelijk zekerheden te bieden, aan zowel de vraag- als aanbodzijde, om onnodige prijsvolatiliteit te voorkomen. De transitie is immers pas net begonnen.

Hans van Cleef

Hans van Cleef is senior energie-econoom bij ABN AMRO Bank, @ABNAMROeconomen. Op Twitter is hij actief onder @hansvancleef. Hij schrijft zijn columns op persoonlijke titel.